Menu

Prinsjesdag 2018: belangrijke gevolgen ondernemers

De uitkomsten van Prinsjesdag 2018 hebben gevolgen voor jou als ondernemer. We lichten een aantal belangrijke maatregelen toe met betrekking tot onder andere het de invoering van het tweeschijvenstelsel, de verlaging van het aftrektarief en investeren in vastgoed.

Let op
de voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2019 in werking, tenzij anders is vermeld.

1) Maatregelen voor ondernemers voor de inkomstenbelasting (ib-ondernemers)

Invoering tweeschijvenstelsel

In 2019 gaan we toegroeien naar een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5% boven een inkomen van € 68.507. Vanaf 2019 wordt het tarief van de huidige eerste schijf verhoogd en van de huidige tweede en derde schijf verlaagd. Beide komen in 2021 dan uit op 37,05%.

 

Verlaging aftrektarief voor bepaalde aftrekposten

Verdien je meer dan € 68.507? Het tarief waartegen aftrekposten worden verrekend, wordt voor jou dan van 2019 tot 2023 geleidelijk aan verlaagd tot het basistarief (37,05%). Deze wijziging betreft de ondernemersaftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek en startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling van 14%.

 

2) Maatregelen directeur-grootaandeelhouder (dga)

 Verlaging vennootschapsbelasting (Vpb)

Het tarief in de vennootschapsbelasting gaat omlaag en wordt in 3 jaarlijkse stappen verlaagd. Vanaf 2019 wordt de eerste schijf (belastbare winst tot € 200.000) 19% en de tweede schijf (vanaf € 200.000) 24,3%. Per 2020 zullen de tarieven respectievelijk 17,5% en 23,9% zijn. In 2021 zijn de tarieven respectievelijk 16% en 22,25%. Deze tariefverlaging komt vooral ten goede aan het mkb. Het grootbedrijf profiteert vooral van de afschaffing van de dividendbelasting.

Tip!
Probeer kosten naar voren te halen door bijvoorbeeld een voorziening te vormen en opbrengsten uit te stellen door de herinvesteringreserve toe te passen.

Verhoging tarief box 2

In samenhang met de verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting wordt voorgesteld om het huidige belastingtarief van 25% voor inkomsten uit aanmerkelijk belang – een aandelenbelang van 5% of meer in een bv – te verhogen naar 26,9% in 2021. De aanmerkelijkbelangheffing geldt voor winstuitkeringen (dividenden) en voor verkoopwinst op aandelen.

Om het midden- en kleinbedrijf tegemoet te komen, is het aanvankelij genoemde eindtarief van 28,5% dus verlaagd. De tariefopbouw in box 2 wordt dan als volgt:

Let op
Er komt geen overgangsregeling voor winsten die vóór 2020 zijn behaald en pas in 2020 of een later jaar worden uitgekeerd aan de dga.

Verkorting termijnverrekening aanmerkelijkbelangverlies (box 2)

Momenteel zijn de verliezen uit aanmerkelijk belang te verrekenen met de winst uit het voorafgaande jaar (achterwaartse verliesverrekening) en de winsten uit de 9 jaren na het verliesjaar (voorwaartse verliesverrekening). De voorwaartse verliesverrekening wordt verkort naar 6 jaar. Houders van een aanmerkelijk belang krijgen dus minder lang de tijd om ab-verliezen te verrekenen.

Tip!
Als je geen aanmerkelijk belang meer hebt, maar wel een ab-verlies hebt openstaan, kun je dit verlies onder voorwaarden omzetten in een belastingkorting voor box 1. Je moet hier wel een schriftelijk voor indienen.

Voorwaartse verliesverrekening beperkt

De huidige termijn voor voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting is 9 jaar. Deze termijn wordt ook teruggebracht naar 6 jaar en zal voor het eerst gelden voor verliezen geleden in 2019. Voor een verlies geleden in 2018 geldt nog een verrekentermijn van 9 jaar. Is er sprake van een gebroken boekjaar? Dan geldt de beperking van de verliescompensatie vanaf het boekjaar dat begint in 2019.

Tip!
Probeer verliezen naar voren te halen en zoveel mogelijk in 2018 te laten vallen. Dan is de termijn om deze verliezen nog te kunnen verrekenen 9 jaar.

Aanpak rekening-courantschulden dga’s

Deze maatregel is niet eerder genoemd en is (dus) verrassend. Vanaf 2022 (in de Miljoenennota werd nog gesproken van 2020) worden rekening-courantschulden van dga’s getroffen met ab-heffing voor zover deze schuld(en) € 500.000 te boven gaan. Het is nog onduidelijk of er overgangsrecht komt voor bestaande rekening-courantschulden. De geraamde extra belastingopbrengsten van ruim 1,8 miljard voor de staat doen dit echter niet direct vermoeden.

Tip!
Dga’s die met deze maatregel te maken gaan krijgen, kunnen bijvoorbeeld overwegen om tijdig de rekening-courantschuld geheel of gedeeltelijk af te lossen of zelf over te gaan tot uitkering van dividend.

Verbod op investeren in vastgoed voor fbi’s

Voor fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) geldt een vennootschapsbelastingtarief van 0%. Vanaf 1 januari 2020 mogen fiscale beleggingsinstellingen niet meer direct beleggen in vastgoed. Deze maatregel hangt samen met de afschaffing van de dividendbelasting.

Vooralsnog wordt op de winstuitdeling aan buitenlandse beleggers dividendbelasting ingehouden. Als de dividendbelasting echter wordt afschaft, zou Nederland zijn heffingsrecht verliezen over resultaten uit in Nederland gelegen vastgoed. De vastgoedmaatregel verbiedt fbi’s daarom direct te beleggen in Nederlands vastgoed.

Let op
Herstructurering kan afhankelijk van de situatie leiden tot belastbare feiten voor de overdrachtsbelasting, waarbij bestaande vrijstellingen in voorkomende gevallen niet altijd uitkomst bieden.

Beperking afschrijving vastgoed

Onder de huidige wetgeving kunnen bv’s in principe onroerende zaken tot maximaal 50% van de WOZ-waarde (de ‘bodemwaarde’) fiscaal afschrijven wanneer zij deze gebruiken voor hun ondernemingen. Beleggingspanden kunnen niet meer worden afgeschreven als daardoor de boekwaarde onder 100% van de WOZ-waarde zou zakken.

Het kabinet wil voor ondernemingen in bv’s dit onderscheid opheffen door de afschrijvingsgrens voor bv’s van alle gebouwen te stellen op 100% van de WOZ-waarde. Ook als de gebouwen in eigen gebruik zijn. De maatregel zorgt ervoor dat het verschil tussen de boekwaarde en de toekomstige verkoopwaarde van gebouwen die in eigen gebruik zijn kleiner is – met als gevolg dat de belastbare winst bij verkoop van het gebouw lager is.

Let op
Afschrijving tot op 100% van de WOZ-waarde laat onverlet dat bij een lagere marktwaarde van het bedrijfspand afboeking naar de lagere bedrijfswaarde is toegestaan.

Generieke renteaftrekbeperking

Het kabinet wil een nieuwe algemene renteaftrekbeperking invoeren voor bv’s. Grofweg gezegd komt deze maatregel erop neer dat het saldo van de betaalde en ontvangen rente aftrekbaar is tot maximaal 30% van de gecorrigeerde winst. De gecorrigeerde winst is de winst vóór interest, belasting, afschrijving en andere waardedalingen. Bovendien zal de renteaftrekbeperking een drempel kennen van € 1 miljoen, waardoor deze maatregel het mkb nauwelijks raakt. Het niet-aftrekbare deel is in principe wel door te schuiven.

Daarnaast blijft de rente niet aftrekbaar op leningen met zeer ongebruikelijke voorwaarden tussen gelieerde partijen.

Tip!
Is rente niet meer aftrekbaar? Overweeg dan om leningen tussen gelieerde vennootschappen om te zetten in eigen vermogen.

3) Overige maatregelen voor ondernemers

Verhoging verlaagde btw-tarief

Het verlaagde btw-tarief wordt per 1 januari 2019 verhoogd. Het tarief van 6% gaat naar 9%. De verhoging hangt samen met de voorstellen met betrekking tot de structurele verlaging van belastingen op inkomen. Ten aanzien van de tariefwijziging is geen overgangsrecht opgenomen.

 

Investeringsaftrekken worden voortgezet en wijziging aftrekpercentage

De energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige milieu-investeringen (Vamil) worden met 5 jaar verlengd tot 1 januari 2024. Het aftrekpercentage van de EIA wordt verlaagd naar 45%. De Energielijst gaat onder de verantwoordelijkheid van de minister van Economische Zaken en Klimaat vallen.

 

Verhoging maximale vrijwilligersregeling

Organisaties hoeven voor personen die als vrijwilliger werkzaam zijn geen belasting en premies in te houden over de vergoedingen en verstrekkingen die de vrijwilliger ontvangt. Dit geldt wanneer deze vergoedingen in totaal maximaal € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar bedragen. Deze plafonds worden per 1 januari 2019 verhoogd tot € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.

Let op
De in de vrijwilligersregeling gehanteerde bedragen worden geacht ten hoogste de kosten te dekken die een vrijwilliger maakt om zijn vrijwilligerswerk te doen.

Fiets van de zaak

Vanaf 1 januari 2020 komt er een forfaitaire regeling voor de fiets van de zaak. Er wordt een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets voorgesteld. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten fietsen. De bijtelling geldt wanneer de fiets ter beschikking staat voor (een deel van) het woon-werkverkeer. Voor de ondernemer en de resultaatgenieter komen er vergelijkbare regelingen.

 

Gewijzigde kleineondernemersregeling (KOR)

Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleineondernemersregeling (KOR) vervangen door een nieuwe, facultatieve vrijstelling die afhankelijk is van de jaaromzet. Het huidige systeem zorgt ervoor dat als de ondernemer in een belastingjaar minder dan € 1.883 moet betalen, hij deze niet daadwerkelijk verschuldigd is. Hij opteert dan in de btw-aangifte voor de KOR.

De nieuwe regeling werkt ongeveer hetzelfde als de huidige KOR. Er zijn namelijk geen administratieve verplichtingen, aangifteplicht, afdracht en recht op vooraftrek. Het nieuwe systeem kijkt echter naar de omzet en niet langer naar de post te betalen btw. Daardoor maakt het toepasselijke tarief (9% of 21%) in het nieuwe systeem ook niet meer uit. Een ondernemer kan vanaf 2020 opteren voor de vrijstelling van omzetbelasting als zijn (totale) jaaromzet maximaal € 20.000 bedraagt.

 

Afschaffing dividendbelasting

Het kabinet stelt voor om met ingang van 1 januari 2020 de dividendbelasting af te schaffen. Tegelijkertijd wordt een bronbelasting ingevoerd op dividenduitkeringen aan gelieerde vennootschappen. Vanaf 2021 gaat dit ook gelden voor intrestbetalingen of royaltybetalingen tussen gelieerde vennootschappen. Het tarief van de bronbelasting zal gelijk zijn aan dat van de vennootschapsbelasting: 23,9% in 2020 en 22,25% in 2021.

De bronbelasting wordt alleen geheven wanneer de ontvangende vennootschap is gevestigd in een laag belast land of als er sprake is van misbruik. Het ministerie van Financiën zal jaarlijks een uitputtende lijst publiceren met landen die als ‘laag belast’ worden aangemerkt.

Let op
De voorgestelde anti-misbruikbepalingen gelden niet alleen bij directe betalingen tussen vennootschappen, maar ook bij (gekunstelde) constructies met tussengeschoven vennootschappen en in situaties met hybride entiteiten.

Verruiming sportvrijstelling voor de btw

Diensten die sportorganisaties leveren aan hun leden zijn in principe vrijgesteld van btw. In lijn met Europese rechtspraak wordt de Nederlandse btw-vrijstelling voor sport en aan sport gerelateerde activiteiten per 1 januari 2019 uitgebreid. Zo zijn ook diensten die sportorganisaties aan derden leveren vrijgesteld van btw.

De verruiming van de sportvrijstelling raakt gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen, doordat na invoering van de maatregel de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties als een btw-vrijgestelde activiteit wordt gekwalificeerd. Daarmee vervalt het recht op aftrek van voorbelasting.

Let op
Voor sportaccommodaties die per 1 januari 2019 nog niet zijn opgeleverd, geldt mogelijk overgangsrecht. In andere gevallen kan mogelijk aanspraak worden gemaakt op een subsidieregeling voor sportverenigingen en een specifieke uitkering voor gemeenten per 1 januari 2019.

Meer weten?

Wil je meer weten over de maatregelen en wat dat betekent voor jou als ondernemer? Vul het contactformulier in of neem contact op met André Verduijn.

 a.verduijn@countus.nl

✆ 06 460 42 291

Dossier Prinsjesdag
Lees meer over de uitkomsten van Prinsjesdag 2018 en de gevolgen voor jou.

Contact

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Door: André Verduijn

Datum: 20-09-2018

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.