Algemeen

Belastingplan 2022: werkgever

23 sep 2021

Voor werkgevers brengt het Belastingplan 2022 diverse wijzigingen en gevolgen met zich mee. Denk aan de langverwachte introductie van de thuiswerkvergoeding, de STAP-regeling en de verlaging van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Kom erachter waar je als werkgever op moet letten.

2.1 De tijdelijke verhoging van de vrije ruimte werkkostenregeling wordt ingetrokken

Vanwege de coronacrisis werd in 2020 en 2021 de vrije ruimte van de werkkostenregeling verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Voor 2022 is het normale tarief van 1,7% weer van toepassing over de eerste € 400.000.

2.2 Verlaging gebruikelijkloon innovatieve startups verlengd met 1 jaar

In 2022 is het nog steeds mogelijk om een verlaging van het gebruikelijkloon toe te passen voor dga’s van innovatieve startups. Dit zorgt ervoor dat de liquiditeitspositie van de startups verbetert.

Deze regeling zou oorspronkelijk per 1 januari 2022 vervallen, maar deze einddatum verschuift met 1 jaar. De evaluatie van de maatregel is namelijk nog niet afgerond. Wordt de regeling positief geëvalueerd? Dan is het ook zomaar mogelijk dat dit een permanente regeling gaat worden.

2.3 Introductie onbelaste thuiswerkvergoeding van € 2

Door de coronacrisis is thuiswerken veel gangbaarder geworden. Werkgevers willen werknemers graag een vergoeding geven voor de extra kosten die ze maken door thuis te werken. Het Nibud had eerder al berekend dat de extra kosten van het thuiswerken € 2 per dag bedragen. De kosten die het Nibud heeft meegenomen, zijn voor extra water- en elektriciteitsverbruik, verwarming, koffie, thee en toiletpapier. Het kabinet neemt dit bedrag over en stelt € 2 per thuisgewerkte dag of dagdeel gericht vrij.

Als werkgever kun je voor een werkdag óf een reiskostenvergoeding geven óf een thuiswerkkostenvergoeding, maar niet beide. Je kunt in deze situatie kiezen welke vergoeding je wilt toepassen. Gaat de werknemer tijdens een thuiswerkdag naar een zakelijke afspraak die niet op de werkplek is? Dan kan je voor deze reis wel een reiskostenvergoeding geven zonder dat dit gevolgen heeft voor de thuiswerkkostenvergoeding.

Let op!

Heeft je werknemer een auto van de zaak, een ov-kaart of een fiets van de zaak? Dan kun je de thuiswerkkostenvergoeding alleen toepassen als hij op die dag geen gebruikmaakt van de auto, het ov of de fiets om naar de vaste werkplek te reizen.

Het kabinet verwacht dat je als werkgever afspraken maakt met je werknemer over het aantal dagen dat hij thuiswerkt. Op grond hiervan kun je een vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer en een vaste thuiswerkkostenvergoeding geven.

Dit betekent dat je geen administratie hoeft bij te houden van de reisdagen en de thuiswerkdagen. Een incidentele wijziging in het patroon leidt dan niet tot aanpassing in de vaste vergoedingen. Uiteraard moet je wel een aanpassing maken in de vaste vergoedingen bij meer structurele wijzigingen. Bij gebruik van deze regeling moet je (vormvrij) schriftelijk vastleggen voor welke dagen of hoeveel dagen je de desbetreffende vergoeding geeft.

Toegestane praktische uitvoering
Voor de reiskostenvergoeding kun je op dit moment een vaste reiskostenvergoeding per maand geven wanneer je werknemer minstens 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reist. De vergoeding wordt gebaseerd op 214 werkdagen per jaar. Voor de thuiswerkkostenvergoeding ga je uit van eenzelfde methodiek.

Voor beide vergoedingen (reiskosten en thuiswerken) geldt dat je als werkgever samen met je werknemer met schriftelijke afspraken aannemelijk kunt maken dat hij bijvoorbeeld 1 dag thuiswerkt en 4 dagen op de werkplek. Wordt er niet op alle dagen gewerkt? Dan moet je de maximale vergoeding naar rato berekenen.

Voorbeeld
Je werknemer werkt 5 dagen, waarvan 3 dagen op een vaste werkplek en 2 dagen thuis. De reisafstand woon-werkverkeer bedraagt 40 kilometer per dag heen en weer.

Reiskostenvergoeding:
3 dagen/5 dagen x 214 dagen = 129 dagen x 40 kilometer x € 0,19 = € 980,40 per jaar en € 81,70 per maand.

Thuiswerkkostenvergoeding:
2 dagen/5 dagen x 214 dagen = 86 dagen x € 2 = € 172 per jaar en € 14,33 per maand.

Op grond van de voorgestelde regeling mag je een totale vaste vergoeding van € 95,40 per maand geven.

In de huidige regeling bedraagt de onbelaste reiskostenvergoeding € 1.626,40 per jaar en € 135,53 per maand (214 dagen x 40 kilometer x € 0,19). In het voorbeeld reist de werknemer minimaal 128 dagen naar de werkplek, waardoor je op grond van de huidige regeling uit mag gaan van 214 dagen. Dit houdt in dat de onbelaste vaste vergoeding op grond van de nieuwe regeling lager uitvalt. Vanaf een reisafstand van 6 kilometer of meer zal de nieuwe gecombineerde vaste vergoeding lager uitvallen.

Let op!

Krijgt je werknemer op dit moment een reiskostenvergoeding, maar werkt hij of zij ook thuis? Dan moet je actie ondernemen voor 1 januari 2022!

2.4 Voordeliger moment belastingheffing voor aandelenopties werknemers

Het wordt aantrekkelijker om werknemers in aandelenopties uit te betalen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld startups en scale-ups gemakkelijker talent aantrekken. Ook stimuleert het de ontwikkeling van nieuwe bedrijven in Nederland.

Op dit moment betaalt de werknemer belasting over aandelenopties zodra hij het verkregen optierecht omzet in aandelen. Vaak heeft de werknemer op dat moment niet voldoende financiële middelen om de belastingheffing te voldoen, omdat er nog geen mogelijkheid bestaat om de aandelen te verkopen.

Daarnaast heeft het bedrijf misschien de financiële middelen niet om de aandelenoptie in geld uit te keren. Daarom wordt het nu mogelijk het heffingsmoment uit te stellen naar het moment dat de aandelen verhandelbaar worden. Zo kan de werknemer de belasting betalen uit (een deel van) de opbrengst van de verkochte aandelen.

De werknemer moet uiterlijk op het moment van uitoefening van het optierecht schriftelijk aan de werkgever de keuze van het moment van belastingheffing doorgeven. Hij kan kiezen voor belastingheffing:

  • op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn en er daardoor wel geld beschikbaar is, of;
  • op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (huidige regeling).

Als de werknemer de verkregen aandelen contractueel nog niet mag verkopen, wordt het heffingsmoment tot maximaal 5 jaar na beursgang uitgesteld. Als de onderneming bij uitoefening van het aandelenoptierecht al beursgenoteerd was, wordt de belastingheffing tot maximaal 5 jaar uitgesteld na uitoefening van het aandelenoptierecht.

Na afloop van deze termijn worden de aandelen geacht verhandelbaar te zijn en worden de aandelenoptierechten belast tegen de waarde in het economisch verkeer op dat moment. Ook dividenden die tot dit moment worden uitgekeerd, worden als belast loon in de heffing betrokken.

Voor niet-beursgenoteerde bedrijven is er een mogelijkheid opgenomen dat er nadere regelgeving wordt ingevoerd. Voor aandelenoptierechten die voor 1 januari 2022 in de belastingheffing zijn betrokken, gelden deze wijzigingen niet.

2.5 Afschaffing van de scholingsaftrek en invoering van STAP-budget

Per 1 januari 2022 treedt de subsidieregeling Stimulans Arbeidsmarkt Positie (STAP-budget) in werking. Dan wordt ook de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven afgeschaft. Deze aftrek was vooral gunstig voor belastingplichtigen met een hoog inkomen. Belastingplichtigen met een lager inkomen profiteerden hier minder van.

Kosten voor scholing komen met ingang van 1 januari 2022 niet meer in aftrek in de aangifte inkomstenbelasting 2022. In plaats daarvan kan je gebruikmaken van een nieuwe subsidieregeling. Werkenden en niet-werkenden kunnen maximaal € 1.000 (inclusief btw) budget aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het budget kan een aanvulling zijn op andere tegemoetkomingen van bijvoorbeeld de werkgever, de gemeente of het UWV.

2.6 Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) voor buitenlands belastingplichtigen

Buitenlands belastingplichtigen met een partner komen in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) terwijl dat niet altijd de bedoeling is. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die in Nederland werken, maar in het buitenland wonen met een niet-werkende echtgenoot en een kind onder de 12 jaar. Het kabinet wil de IACK-toekenning bij buitenlandse belastingplichtigen per 1 januari 2022 wijzigen door de uitzondering op het begrip fiscaal partner niet te laten gelden voor de IACK.

Meer weten?
Heb je vragen over de Miljoenennota 2022 die het kabinet presenteerde tijdens Prinsjesdag 2021? Of wil je weten wat de kabinetsvoorstellen voor invloed hebben op jouw organisatie? Neem contact op met onze adviseurs.

Disclaimer
Bij de samenstelling van deze teksten hebben we naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Je kunt onze organisatie niet aansprakelijk stellen voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.