Algemeen

Belastingplan 2022: internationaal

23 sep 2021

Bij internationaal ondernemen komen meerdere belastingregimes bij elkaar. Dit kan leiden tot onwenselijke belastingdruk of belastingontwijking. Het Belastingplan 2022 bevat aanpassingen, nieuwe regelingen en maatregelen om onwenselijke gevolgen tegen te gaan.

6.1 Verrekening van voorheffingen aangepast

Een Nederlandse besloten vennootschap die beleggingen aanhoudt, kan de verschuldigde dividendbelasting en kansspelbelasting verrekenen met de vennootschapsbelasting. Buitenlandse lichamen kunnen dat niet.

Onder druk van EU-recht is daarom per 1 januari 2021 een goedkeuring opgenomen voor teruggave van dividendbelasting en kansspelbelasting aan buitenlandse portfolio-aandeelhouders. Deze regeling zorgt ervoor dat deze verrekening gemaximeerd wordt tot de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. De eventueel niet verrekende dividendbelasting schuift door naar een later jaar.

Er geldt geen termijn voor de voorwaartse verrekening. Een ‘verdamping’ van niet verrekende dividend-/kansspelbelasting is dan ook niet aan de orde. Deze maatregel gaat in per 1 januari 2022.

6.2 Zakelijkheidsbeginsel in grensoverschrijdende situaties

Gelieerde vennootschappen zijn verplicht om zakelijk met elkaar te handelen. Zij moeten voor aan elkaar geleverde diensten en goederen een prijs in rekening brengen die ‘at arms length’ is, oftewel de prijs die zou zijn overeengekomen tussen onafhankelijke partijen. Dit geldt in zowel binnenlandse als grensoverschrijdende situaties.

Voldoe je hier niet aan, dan past de Belastingdienst de verrekenprijs aan totdat deze wel zakelijk is. Dit principe reikt zo ver dat de Belastingdienst een aanpassing doorvoert, zelfs wanneer de fiscus van de buitenlandse gelieerde partij dit voorbeeld niet volgt. Door deze eenzijdige aanpassing ontstaat een heffingslek.

Om dit gevolg tegen te gaan, regelt een nieuw wetsvoorstel dat een aanpassing van de verrekenprijzen in Nederland de winst niet kan verlagen zonder dat het buitenland de fiscale winst daar verhoogt. Ook kent de wet regelingen voor overdracht van vermogensbestanddelen.

6.3 Belastingplichtmaatregel omgekeerde hybride lichamen

In het verleden hebben multinationals meermaals gebruikgemaakt van de verschillende kwalificaties die landen hanteerden omtrent de behandeling van belastingplichtigen. Per 1 januari 2020 zijn al maatregelen ingevoerd om hybride mismatches tegen te gaan. Het doel van het wetsvoorstel is om hybride mismatches die per 2020 nog niet geregeld zijn – de zogenaamde omgekeerde gevallen – verder te voorkomen. Het gaat daarbij om een verschil in fiscale kwalificatie van samenwerkingsverbanden, zoals besloten cv’s in cv-bv-structuren.

In Nederland zijn deze samenwerkingsverbanden niet zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Belastingheffing vindt plaats op het niveau van de participanten (fiscale transparantie). Er ontstaat een kwalificatieverschil als de participanten van het samenwerkingsverband zijn gevestigd in een land dat deze fiscale transparantie niet kent. Per saldo heft dan dus geen enkel land belasting.

Het voorstel strekt ertoe deze kwalificatieverschillen te neutraliseren door onder voorwaarden de kwalificatie van het samenwerkingsverband van het land waar de participanten gevestigd zijn, te volgen. Dat betekent dat een vanuit Nederlandse fiscale optiek fiscaal transparant samenwerkingsverband in die situaties als zelfstandig belastingplichtig is aan te merken. In de praktijk maken vooral Amerikaanse concerns gebruik van deze structuren, omdat in de verhouding Nederland-Amerika deze mismatch aanwezig is.

Onder maatschappelijke druk hebben meerdere landen de handen ineengeslagen om elkaars kwalificatie af te stemmen. De laatste mogelijkheden tot zogeheten ‘mismatches’ moeten na invoering van een nieuwe wet – met ingangsdatum 1 januari 2022 – tot het verleden behoren.

6.4 Volgorde CFC-verrekening

De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting zorgt ervoor dat de resultaten van zowel binnenlandse als buitenlandse dochtervennootschappen zijn vrijgesteld van de winst van de Nederlandse houdstervennootschap. Maar de deelnemingsvrijstelling is door toedoen van internationale bestrijding van belastingontwijking in bepaalde gevallen niet meer van toepassing.

Dit speelt bij zogenoemde Controlled-Foreign-Company (CFC) deelnemingen. Dit zijn buitenlandse dochtervennootschappen die zijn gevestigd in een laag belast land en tevens worden aangehouden met als hoofddoel om passieve (beleggings)inkomsten te genereren. Indien je meer dan een belang van 50% in een dergelijke deelneming aanhoudt, maken de resultaten van die deelneming toch onderdeel uit van de winst van de Nederlandse houdstervennootschap.

Om dubbele heffing te voorkomen, wordt de buitenlandse belastingheffing op de buitenlandse CFC-dochtervennootschap onder voorwaarden verrekend met de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting van de houdstermaatschappij. Bij meerdere aangehouden CFC-lichamen wordt de te verrekenen buitenlandse belasting per CFC-lichaam afzonderlijk berekend. De verrekening kan echter niet meer bedragen dan de vennootschapsbelasting die in Nederland is verschuldigd.

Op dit moment schrijft de wet niet voor in welke volgorde deze verrekening van het kleinste naar het grootste bedrag aan winstbelasting moet plaatsvinden. Omwille van de uitvoerbaarheid van de verrekening in deze specifieke gevallen wordt voorgesteld om in de wet een verplichte volgorde van verrekening op te nemen. Als de betaalde winstbelasting van CFC’s even groot is, worden de bedragen naar evenredigheid verrekend.

Meer weten?
Heb je vragen over de Miljoenennota 2022 die het kabinet presenteerde tijdens Prinsjesdag 2021? Of wil je weten wat de kabinetsvoorstellen voor invloed hebben op jouw organisatie? Neem contact op met onze adviseurs.

Disclaimer
Bij de samenstelling van deze teksten hebben we naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Je kunt onze organisatie niet aansprakelijk stellen voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.