Algemeen

Vergroeningseisen: hoe zit het ook alweer?

01 mrt 2021

Elk jaar is het weer even zoeken hoe het ook alweer werkt met de vergroeningseisen. Voldoe je als agrarisch ondernemer aan de eisen of moet je je bouwplan hier nog op aanpassen? Lees snel verder om daarachter te komen.

3 vergroeningseisen

Om geen korting te krijgen bij het uitbetalen van betalingsrechten, moet je aan de vergroeningseisen voldoen. Voldoe je aan de vergroeningseisen? Dan krijg je een percentage van de waarde van de betalingsrechten uitgekeerd. Het percentage voor 2021 is pas aan het einde van dit jaar bekend.

In totaal moet je aan 3 vergroeningseisen voldoen:

  • Gewasdiversificatie
  • Ecologisch aandachtsgebied
  • Blijvende grasland

Bij de eerste 2 vergroeningseisen wordt gekeken naar het aantal hectares bouwland op je bedrijf. Onder bouwland valt ook tijdelijk grasland. Blijvende teelten zoals fruitbomen vallen hier niet onder.

Vrijstelling

Is er op je bedrijf hoofdzakelijk grasland aanwezig? Bestaat 75% van je bouwland uit tijdelijk grasland, braak en/of vlinderbloemige gewassen? Of bestaat meer dan 75% van de totale subsidiabele landbouwgrond uit tijdelijk en/of blijvend grasland? In al die gevallen ben je vrijgesteld van de vergroeningseisen. Ecologisch aandachtsgebied en gewasdiversificatie. Ook de biologische bedrijven zijn vrijgesteld van deze vergroeningseisen.

Gewasdiversificatie

Om aan de vergroeningseis ‘gewasdiversificatie’ te voldoen, moet je verschillende gewassen telen. Het aantal verschillende gewassen is afhankelijk van hoeveel hectares bouwland je opgeeft in de Gecombineerde Opgave.

Is er op je bedrijf meer dan 10 hectare, maar maximaal 30 hectare bouwland aanwezig? Dan voldoe je aan de vergroeningseis als je minimaal 2 gewassen teelt. Hierbij mag het grootste gewas maximaal 75% zijn van de totale bouwlandoppervlakte. Heb je meer dan 30 hectare bouwland? Dan moet je minimaal 3 gewassen telen. Het grootste gewas is maximaal 75% is van het totale oppervlak aan bouwland. De grootste 2 gewassen komen samen niet boven de 95% uit.

Beschik je over minder dan 10 hectare bouwland? Of heb je meer dan 50% van de totale bouwlandoppervlakte van vorig jaar niet in gebruik gehad en verbouw je op elk perceel bouwland een ander gewas dan vorig jaar? Dan ben je vrijgesteld van deze vergroeningseis.

Sommige gewassen worden niet gezien als aparte gewassen. Bekijk daarvoor de Tabel Gewassen en GLB 2021 van RVO.

Ecologisch aandachtsgebied

Heb je meer dan 15 hectare aan bouwland? Dan moet 5% van het bouwland-areaal ingevuld worden met ecologisch aandachtsgebied (EA). Er zijn meerdere pakketten waarmee je het verplichte EA-areaal in kunt vullen. Het kan met de ‘Algemene lijst’, maar het kan ook met een duurzaamheidscertificaat. Hierbij heb je de keuze uit het ‘Akkerbouw-strokenpakket’ of het ‘Vezelhennep-pakket’. Het meest gebruikte pakket is de ‘Algemene lijst’.

Binnen een pakket heb je verschillende opties met een eigen wegingsfactor. Neem als voorbeeld luzerne. Dit is een stikstofbindend gewas. Deze heeft wegingsfactor 1. Dat betekent dat als je 1 hectare luzerne teelt, dat telt als 1 hectare EA-oppervlakte. Het telen van een vanggewasmengsel na bijvoorbeeld pootaardappelen heeft een weging van 0,3. Heb je een verplichting van 3 hectare EA-areaal? Dan moet je 10 hectare vanggewassen inzaaien.

Het telen van een vanggewas uit het pakket ‘Algemene lijst’ is een veel gekozen optie. Je hebt 3 categorieën vanggewassen met elk hun eigen voorwaarden. Categorie 1 is ‘Vanggewassen algemeen’. Dit vanggewas moet een mengsel zijn, je moet het mengsel uiterlijk 15 oktober ingezaaid hebben en het moet minimaal 8 weken op het land staan.

Het gebruik van meststoffen is toegestaan, maar gewasbeschermingsmiddelen niet. Categorie 2 en 3 zijn respectievelijk ‘Vanggewassen voor aaltjesbestrijding’ en ‘vanggewas onderzaai van gras en vlinderbloemige gewassen’.

Heb je 15 hectare bouwland of minder? Dan ben je vrijgesteld van deze vergroeningseis.

Blijvend grasland

Een perceel grasland dat minimaal 5 jaar achter elkaar gras is geweest en niet mee is genomen in de vruchtwisseling, krijgt de gewascode ‘blijvend grasland’. Het areaal blijvend grasland in Nederland mag niet te veel dalen ten opzichte van het areaal in 2012. Blijkt dat het areaal met meer dan 5% is gedaald ten opzichte van 2012? Dan geldt er een omzetverbod en een herstelplicht.

Dit houdt in dat er geen blijvend grasland omgezet mag worden naar een ander gewas en dat het perceel direct weer ingezaaid moet worden met gras.

Tot op heden blijft het areaal blijvend grasland stabiel. Ten opzichte van 2012 is het areaal blijvend grasland juist toegenomen. 

Meer weten?

Wil je meer weten over de wijzigingen van de vergroeningseisen? Of wil je bespreken hoe jij het ecologisch aandachtsgebied (EA) op jouw bedrijf kunt invullen? Neem contact op met je adviseur.