Agro

Wat betekent het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor de sector akkerbouw?

04 mrt 2022

2022 is het laatste jaar waarin je uitbetaling van betalingsrechten kunt aanvragen. Op 31 december 2022 vervallen deze betalingsrechten en gaan we over op een geheel nieuw Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB). Wat betekent dit voor de akkerbouwsector?

Het nationaal strategisch plan

Het uitgangspunt van het nieuwe GLB is dat je je als ondernemer meer moet inspannen om een omslag te maken naar duurzamere landbouw. Hier staat een hectarepremie tegenover. Deze bestaat uit een basispremie en een eco-premie.

Eind vorig jaar diende Nederland het Nationaal Strategisch Plan (NSP) in. Hierin staat hoe Nederland het GLB wil gaan invullen. Zo wil Nederland een passend lokaal beleid invoeren, in plaats van een generiek beleid vanuit de EU. In de loop van 2022 besluit de Europese Commissie of zij hiermee akkoord gaat.

Wat zijn de gevolgen van het nieuwe GLB voor akkerbouwsector?

De geschatte basispremie komt neer op ongeveer € 255 per hectare in 2023. Bedrijven met meer dan 40 hectare krijgen korting op de basispremie. Deze bedraagt rond de € 54 op de hectares boven de eerste 40 hectare. Met extra duurzame teeltmaatregelen kun je een aanvullende vergoeding boven op de basispremie krijgen. Deze ‘eco-regeling’ bestaat uit 3 uitkeringsniveaus. Brons bedraagt ongeveer € 100 per hectare, zilver zo’n € 130 en goud zo’n € 175.

De basispremie

De nieuwe basispremie is heel anders ingericht dan de huidige basispremie. In 2023 zijn de huidige vergroeningseisen in feite in de basisregeling opgenomen. Met welke regelingen je als akkerbouwer voornamelijk te maken krijgt? Denk aan de aanleg van bufferstroken langs waterlopen, de vruchtwisseling op bouwland en het minimumaandeel van 4% landbouwareaal dat gewijd is aan niet-productieve elementen.

Minimale bufferstroken

Aanvankelijk is in de nieuwe basisregeling een bufferstrook van minimaal 2 meter opgenomen. Voor ecologisch kwetsbare waterlopen is dit 5 meter. Mede door een motie die Van Campen en Boswijk in de Tweede kamer indiende, heeft de toenmalige minister Schouten besloten de verbreding van de bufferstroken over te laten aan de plaatselijke waterbeheerders.

Dit kan betekenen dat je bufferstroken alleen moet verbreden in de gebieden waar de nitraat uit- en afspoeling te hoog is. Heb je als akkerbouwer percelen in deze gebieden liggen? Dan kan het zijn dat er meer productiegrond verloren gaat ten opzichte van de huidige situatie.

Ook is het een voorwaarde om 4% van het teeltareaal op het bouwland te gebruiken voor niet-productieve elementen. De eerdergenoemde bufferstroken kunnen hiervoor meetellen. In deze eis is ook opgenomen dat een vanggewas die op z’n minst 6 maanden staat tot minimaal 1 maart meetelt met een factor 0,3. Niet alle grond in Nederland is geschikt om tot 1 maart een vanggewas te laten staan. In gebieden met zware zeeklei is dit bijvoorbeeld geen optie.         

Vruchtwisseling op bouwland

Dan de vruchtwisseling op bouwland. Op zand- en lössgronden moet je straks op perceelsniveau een 1 op 4 bouwplan telen. Heb je een akkerbouwbedrijven met een intensief bouwplan en teel je jaarlijks op minder dan 25% van de oppervlakte een rustgewas? Dan kan dat betekenen dat je deze intensieve gewassen moet inkrimpen om plaats te maken voor meer extensieve gewassen, zoals graan.

Eerst gold deze regeling ook voor akkerbouwbedrijven op klei- en veengronden, maar hiervoor is een uitzondering gemaakt. De Tweede Kamerleden Grinwis en Boswijk dienden deze motie in om voor klei- en veengronden een uitzondering te maken. Ook deze motie werd goedgekeurd door de toenmalige minister Schouten van LNV.

Op alle grondsoorten geldt wel een gewasrotatie. Dit betekent dat je ieder jaar een ander gewas op een perceel moet telen. Ook vanggewassen tellen mee in de rotatie. Een continuteelt van rustgewassen is wel toegestaan.

Grotere inspanning voor duurzame landbouw

We kunnen dus vaststellen dat je je als akkerbouwer een stuk meer moet gaan inspannen voor vergroening. En dat je de af- en uitspoeling van nitraat naar grond- en oppervlaktewater moet gaan beperken. De maatregelen kunnen verschillen per teeltgebied. Er zijn gebieden waar de nitraatemissie naar grond- en oppervlaktewater onder de wettelijke normen liggen. Deze krijgen te maken met minder strenge maatregelen dan de gebieden waar dit boven de norm ligt.

Het minder intensief verbouwen van grond (extensiveren) in een bouwplan betekent vaak een lager bedrijfssaldo. De teeltgrond wordt beperkter door het uit productie nemen van landbouwgrond door verdere verbreding van bufferzones en het 4% niet productief areaal.

Eco-regeling

Om de eco-premie te ontvangen, moet je extra duurzaamheidsmaatregelen uitvoeren. Er zijn zo’n 25 activiteiten opgesteld waaruit je kunt kiezen. Voor jou als akkerbouwer zijn activiteiten opgenomen als:

  • rustgewas eens in de 3 jaar
  • vroeg rooien van producten
  • telen van eiwitgewas
  • meerjarige teelt
  • strokenteelt
  • groenbedekking
  • ecologisch schonen van sloten
  • groene braak

Kortom: om mee te doen aan de eco-regeling, is een extra inspanningsverplichting noodzakelijk. Of je de genoemde eco-activiteiten kunt toepassen is met name afhankelijk van de grondsoort in jouw gebied.

En nu?

Het nieuwe GLB is geheel op zijn kop gezet. Oorspronkelijk is het systeem van betalingsrechten - in het verleden de McSharry premie genoemd - een inkomensondersteuning geweest. Dit was nadat het Europarlement in 1992 de keuze maakte om de landbouwondersteuning met subsidies in de vorm van interventieprijzen stop te zetten en te gaan produceren voor de wereldmarkt.

In de laatste hervorming van de het GLB in 2015 is de inkomenssteun deels blijven bestaan in de vorm van een basispremie. Maar er ging toen ook een duurzaamheidselement in de vorm van vergroeningsrechten in. De nieuwe hervorming van het GLB heeft niets meer te maken met inkomensondersteuning. Het is een financiële hectare steun, gericht op verduurzaming van de land- en tuinbouw.  

Vanuit het nieuwe beleid is met de nieuwe basispremie voor de sector akkerbouw nog wel te werken. Uitspoeling van nitraat naar oppervlakte- en grondwater staan hierin centraal. De eco-regeling is een extra vergoeding boven op de basispremie. Deze is gebaseerd op de onkostenvergoeding die akkerbouwers maken om extra verduurzamingsmaatregelen toe te passen.

De eco-regeling is een typisch gebiedsgebonden regeling. Het is daarom belangrijk om als ondernemer zelf een afweging te maken welke verduurzamingsmaatregelen je op jouw bedrijf kan en wil toepassen.

We verwachten dat deze zomer de definitieve invulling van het nieuwe GLB is vastgesteld en dat het per 1 januari 2023 in zal gaan.

Meer weten?

Heb je vragen over het nieuwe GLB? Of wil je weten hoe jouw bedrijf ervoor staat? Maak dan een afspraak met een van onze adviseurs. Zij helpen je graag verder.