Algemeen

Tips voor de ondernemer in de omzetbelasting

13 dec 2016

Teruggaaf btw oninbare vordering vanaf 2017 eenvoudiger

Je kunt btw die je al hebt afgedragen maar niet (meer) van je debiteur kunt innen, terugvragen bij de Belastingdienst. Dit terugvragen wordt vanaf volgend jaar een stuk eenvoudiger. Zo kun je de btw in ieder geval terugvragen 1 jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Bovendien is een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf niet meer nodig. Je kunt het oninbare btw-bedrag gewoon in de reguliere aangifte opnemen.

Tip:
Staat al voor het jaar om is buiten twijfel vast dat er geen betaling zal worden gedaan? Dan hoef je de 1-jaarstermijn niet af te wachten, maar heb je op dat moment al recht op teruggaaf btw.

Let op!
Als een oninbare vordering later alsnog (deels) wordt voldaan, moet je de teruggevraagde btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Dien verzoek teruggaaf btw oninbare debiteuren nu al in!

Ondanks dat het terugvragen van btw vanaf 2017 eenvoudiger wordt, kun je niet wachten met het terugvragen van btw op debiteuren die nu al oninbaar zijn. Je moet deze btw namelijk terugvragen binnen 1 maand na afloop van het aangiftetijdvak waarin is gebleken dat de debiteur niet zal betalen. Dien daarom dit jaar nog het vereiste aparte schriftelijke verzoek in en vraag deze btw op tijd terug.

Tip:
De nieuwe termijn van 1 jaar gaat voor in 2016 bestaande vorderingen, lopen vanaf 1 januari 2017. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor een vordering die opeisbaar is op 1 juli 2016 en die niet wordt betaald, de btw pas kan worden teruggevraagd op 1 januari 2018 (en dus niet op 1 juli 2017)! Tenzij als bijvoorbeeld op 1 juli 2017 vaststaat dat de vordering niet zal worden betaald. Dan kun je wel op 1 juli 2017 de btw al terugvragen.

Stuur met het schriftelijke verzoek de factuur en stukken, waaruit de oninbaarheid van de vordering blijkt, mee. Denk daarbij bijvoorbeeld aan aanmaningen en stukken uit de administratie waaruit afboeking van de vordering blijkt. Bij een faillissement kan gedacht worden aan een brief van de curator waarin de curator meedeelt dat er geen uitdeling komt.

Let op met terugbetaling btw niet betaalde crediteuren per 1 januari 2017

Op dit moment geldt nog dat je de btw die je hebt afgetrokken moet terugbetalen op het moment dat vaststaat dat je de facturen waarop deze btw betrekking had niet (geheel) zal betalen, dan wel (gedeeltelijk) terugontvangt. Deze correctie vindt in ieder geval plaats 2 jaar nadat de facturen opeisbaar zijn geworden als deze op dat moment nog steeds niet zijn betaald. Deze termijn bedraagt vanaf 1 januari 2017 nog maar 1 jaar. Dit betekent dat de btw met betrekking tot alle facturen die tot en met 1 januari 2016 opeisbaar waren en die je op 1 januari 2017 nog niet betaald hebt, per 1 januari 2017 aan de Belastingdienst moeten worden terugbetaald.

Let op!
Heb je facturen die al langere tijd opeisbaar zijn, nog niet betaald? Houd er dan rekening mee dat je vanaf 1 januari 2017 de afgetrokken btw moet terugbetalen indien er 1 jaar na de opeisbaarheid is verstreken.

Nieuwe wetgeving beoordeelt eerder dat een terrein een bouwterrein is

In de btw-wetgeving staan limitatieve voorwaarden waaraan moet worden voldaan, wil er sprake zijn van een bouwterrein. Als er sprake is van een bouwterrein, is de levering van dat bouwterrein belast met btw. Door toepassing van de samenloopregeling is dan geen overdrachtsbelasting verschuldigd.

Europese rechtspraak zorgt voor een ruimere uitleg van het begrip bouwterrein. Op dit moment kan nog gekozen worden om de limitatieve voorwaarden van de wet dan wel de ruimere uitleg van de Europese rechter toe te passen. Op deze manier kan voor een specifiek geval de meest gunstige uitkomst worden gekozen. Vanaf 2017 wordt het wettelijke begrip bouwterrein echter verruimd en is de keuzeregeling niet meer mogelijk. Hierdoor zal eerder btw verschuldigd zijn over de levering van een terrein omdat deze onder de nieuwe wetgeving als bouwterrein kwalificeert.

Tip:
Door het vervallen van de keuzemogelijkheid kan het in individuele gevallen aantrekkelijk zijn de levering van een bouwterrein nog in 2016 te laten plaatsvinden.

Pas de KOR dit jaar nog toe

Indien je over 2016 maximaal € 1.883 aan btw (na aftrek van voorbelasting) verschuldigd bent, kom je in aanmerking voor de kleineondernemersregeling (KOR). In dat geval hoef je een deel van de btw niet te voldoen. Er geldt zelfs een vermindering van 100% indien je over 2016 niet meer dan € 1.345 aan btw verschuldigd bent. Ga daarom na of je de KOR kunt toepassen.

Tip:
Is de verschuldigde btw iets hoger dan de grens van € 1.883, dan kan het lonen om bepaalde kosten/investeringen die gepland waren voor 2017 al in 2016 te doen. De btw die drukt op deze kosten/investeringen zal de verschuldigde btw verlagen, waarmee misschien alsnog recht ontstaat op de KOR. Bedenk wel dat je hierdoor mogelijk in 2017 niet in aanmerking komt voor de KOR.

Let op!
De KOR kan alleen worden toegepast door natuurlijke personen. Hieronder vallen ook samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen, zoals een maatschap of een vennootschap onder firma.

Nieuws
De Staatssecretaris onderzoekt momenteel of de KOR kan worden vervangen door een facultatieve omzet-gerelateerde vrijstelling. Hij heeft de hoop uitgesproken de Tweede Kamer daarover nog in 2016 te informeren.

Let op de herzieningstermijn!

Heb je in de afgelopen 10 jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft? Let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het aanschafjaar en de 9 opvolgende jaren in bepaalde gevallen moet worden gecorrigeerd. Dit is het geval, als de verhouding van het gebruik van de onroerende zaak voor btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan je uitging op het moment van aanschaf.

Dit heeft tot gevolg dat je mogelijk btw moet terugbetalen of terugkrijgt van de Belastingdienst. Deze herzienings-btw geef je op in de laatste btw-aangifte van het jaar. Je adviseur kan je meer over deze regeling vertellen.

Let op!
Ook voor roerende zaken waarop wordt afgeschreven of waarop kan worden afgeschreven, geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt echter 4 jaar na het jaar van ingebruikname.

Verricht je huurder nog voldoende btw-belaste prestaties?

Verhuur je een onroerende zaak en heb je met de huurder gekozen voor btw-belaste verhuur? Dan moet de huurder het pand voor ten minste 90% (sommige situaties 70%) voor btw-belaste prestaties gebruiken. Doet hij dat niet meer, dan mag je niet langer btw-belast verhuren aan deze huurder, maar moet je vrijgesteld verhuren. Dit heeft gevolgen voor je inkoop-btw, bijvoorbeeld op onderhoud, die dan niet langer aftrekbaar is. Bovendien loop je binnen de herzieningstermijn aan tegen gedeeltelijke herziening van de btw op de aanschaf van de onroerende zaak. Je huurder is verplicht om je binnen 4 weken na afloop van het boekjaar te informeren als hij de onroerende zaak niet ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op!
Als de huurder in een jaar niet voldoet aan de voorwaarde dat hij de onroerende zaak voor ten minste 90% btw-belast gebruikt, hoef je niet in alle gevallen de btw-belaste verhuur met terugwerkende kracht te corrigeren naar vrijgestelde verhuur. Onze adviseurs kunnen je hierover meer vertellen en je adviseren.

Tip:
Vraag de huurder om binnen 4 weken na afloop van het boekjaar schriftelijk te verklaren of hij de onroerende zaak ten minste 90% zakelijk gebruikt.

Verricht je koper nog voldoende btw-belaste prestaties?

Heb je een onroerende zaak verkocht en met de koper geopteerd voor btw-belaste verkoop? Dan geldt het jaar van levering en het daarop volgende jaar als referentieperiode. De koper moet binnen 4 weken na afloop van die referentieperiode verklaren of hij de onroerende zaak voor ten minste 90% (sommige situaties 70%) heeft gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Heeft hij de onroerende zaak voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt, dan wordt de levering van de onroerende zaak met terugwerkende kracht alsnog een btw-vrijgestelde levering. Dit heeft btw-gevolgen voor de verkoper en koper. Onze adviseurs kunnen je hierover meer vertellen.

Tip:
Vraag de koper van de met btw geleverde onroerende zaak om binnen 4 weken na de referentieperiode te verklaren of het btw-belaste gebruik ten minste 90% is.

Vergeet btw privégebruik auto niet in de laatste btw-aangifte

Voor auto’s van de zaak die je ook privé gebruikt, moet in de laatste btw-aangifte van het jaar btw over het privégebruik betaald worden. Gedurende het jaar kunt je de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik van een zakelijke auto gewoon aftrekken, voor zover de auto wordt gebruikt voor belaste omzet.

Voor het btw privégebruik kun je gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik ga je dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip:
Voor de auto die 5 jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot het bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heb je bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht? Dan mag je voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

Let op!
Je hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. Je mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik, als dit voordeliger is. Dan moet je wel een kilometerregistratie bijhouden.

Meer weten?

Meer weten ? Ga naar het contactformulier of neem contact op met Kees van Laarhoven.

✆ 06 410 07 885

k.vanlaarhoven@countus.nl