Wat is er aan de hand?
In de Nederlandse landbouw denken we nog vaak in losse sectoren. Akkerbouw aan de ene kant, melkveehouderij aan de andere. Met elk hun eigen regels, fiscale kaders en uitdagingen. Maar in de praktijk zie je iets anders gebeuren. Boeren zoeken elkaar steeds vaker op. Niet uit idealisme, maar vanuit noodzaak én ondernemerschap.
Die samenwerking levert veel op. Denk aan:
- Slimmere inzet van grond, arbeid en machines
- Extensievere vruchtwisseling
- Betere benutting van organische mest
- Efficiënter gebruik van kapitaalintensieve machines
Wat ontstaat, lijkt eigenlijk op een modern gemengd bedrijf. Alleen niet binnen 1 onderneming, maar verdeeld over meerdere bedrijven.
Economisch klopt dat plaatje vaak goed. De akkerbouwer profiteert van organische stof en een ruimer bouwplan. De melkveehouder van plaatsingsruimte voor mest en ruwvoer van dichtbij. Tegelijk draagt deze samenwerking bij aan maatschappelijke doelen: bodemverbetering, kringlooplandbouw en een efficiënter gebruik van schaarse middelen.
Toch wringt het. Niet in de praktijk, maar in de regelgeving.
Samenwerking loopt vast in regelgeving
Neem de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Deze fiscale regeling kan bij samenwerking onverwachte gevolgen hebben. Wat in de praktijk logisch is, wordt fiscaal niet altijd zo gezien. Dat zorgt voor onzekerheid en remt ondernemers in hun keuzes. Een deel is op te lossen met een teeltpachtovereenkomst. Maar gras en mais vallen hier altijd buiten.
De landbouwvrijstelling is een ander voorbeeld. Door aangepaste regels rondom vruchtwisseling kan samenwerking fiscaal minder gunstig uitpakken dan bedoeld. Terwijl juist rotatie tussen gras en akkerbouwgewassen belangrijk is voor een gezonde bodem.
En dan de mestwetgeving. Die is complex en sterk gericht op individuele bedrijven. Terwijl de praktijk juist steeds meer gebiedsgericht werkt. Samenwerken vraagt om flexibiliteit, maar loopt regelmatig vast in administratieve schotten.
Het gevolg? Ondernemers die willen samenwerken, moeten zich in allerlei bochten wringen om binnen de regels te blijven. Terwijl dit precies het soort initiatief is wat beleidsmakers zeggen te willen stimuleren.
Wat kun je doen?
Misschien is het tijd om het perspectief te kantelen. Niet langer denken in losse bedrijven en sectoren, maar vanuit 1 samenhangend systeem. De praktijk laat zien dat akkerbouwers en melkveehouders samen kunnen werken als een geïntegreerd geheel. Met voordelen voor de economie, milieu en efficiëntie.
De oproep aan de politiek is dan ook eenvoudig: regelgeving moet beter aansluiten op wat er al gebeurt op het erf. Denk aan:
- Betere aansluiting van fiscale regelingen zoals de BOR en landbouwvrijstelling
- Meer ruimte in mest- en grondgebruikregels
- Belonen van samenwerking in plaats van belemmeren
Maar ook op bedrijfsniveau kun je stappen zetten. Kijk kritisch naar samenwerkingen in jouw omgeving. Waar kun je slimmer gebruikmaken van elkaars grond, mest of machines? En hoe leg je dit goed vast, zodat je niet vastloopt in de regels?
Van praktijk naar toekomstbestendige landbouw
Als we echt stappen willen zetten richting een toekomstbestendige landbouw, ligt een deel van de oplossing al op het land. Precies op de grens tussen de akker en het grasland.
Meer weten?
Wil je sparren over samenwerking of de fiscale gevolgen voor jouw bedrijf? Neem contact op met Hessel Kingma of één van onze adviseurs. We denken graag met je mee.
