Algemeen

Prinsjesdag: de belastingplannen voor 2021

16 sep 2020

Samen met de Miljoenennota 2021, zijn op Prinsjesdag ook de belastingplannen voor 2021 gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Een deel van de inhoud was al bekend. De plannen zijn opgedeeld in een aantal afzonderlijke wetsvoorstellen. Bekijk hieronder een opsomming van de belangrijkste onderdelen van deze voorstellen, uitgesplitst per belastingwet. Aan het eind volgen de fiscale maatregelen in het kader van de coronacrisis. Bekijk hier het totaaloverzicht van de voorstellen.

Wet inkomstenbelasting 2001

Belastingtarieven

Het belastingtarief in de eerste schijf wordt – zoals eerder aangekondigd – in 2021 verlaagd naar 37,10% (nu nog 37,35%). Het tarief in de eerste schijf gaat in 2022 met 0,03%-punt naar beneden en in 2023 en 2024 met 0,02%-punt. Het tarief in de tweede schijf blijft 49,5%.

Snellere verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt sneller en tot een lager bedrag afgebouwd, namelijk met € 110 extra per jaar. De zelfstandigenaftrek zou worden afgebouwd naar € 5.000, maar dat wordt nu afgebouwd naar € 3.240 in 2036.

Verduidelijken berekeningswijze kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

In 2010 is de KIA-tabel aangepast. Hierdoor is er verwarring over de wijze waarop de KIA bepaald moet worden bij samenwerkingsverbanden. Dit heeft geleid tot vele procedures, zelfs tot aan de Hoge Raad. De gevolgen van de arresten van de Hoge Raad zijn niet gewenst. Daarom komt er een verduidelijking van de verdeling van de KIA bij samenwerkingsverbanden. Dat betekent dat de KIA weer naar evenredigheid wordt verdeeld, zoals voor de procedures het geval was.

Ook wordt vastgelegd dat de KIA per onderneming wordt bepaald. Heb je meerdere objectieve ondernemingen? Dan hoef je de investeringen in die ondernemingen niet bij elkaar op te tellen.

Verhoging algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting gaat in 2021 met € 22 extra omhoog.

Verhoging arbeidskorting

Het plan was om de arbeidskorting in 2022 te verhogen met (maximaal) € 73. Deze verhoging wordt een jaar naar voren gehaald. Dit komt bovenop de al eerder aangekondigde verhoging van de arbeidskorting met (maximaal) € 106. Voor hogere inkomens wordt deze verhoging verlaagd met € 30.

Verlaging inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting gaat in 2021 naar beneden met € 113. In 2022 gaat deze weer omhoog met € 77.

Verhoging ouderenkorting

De ouderenkorting gaat in 2021 extra omhoog met (maximaal) € 55.

Wijzigingen box 3

Om tegemoet te komen aan kleinere spaarders en beleggers gaat het heffingvrije vermogen in box 3 omhoog naar € 50.000 (nu nog € 30.846) en € 100.000 voor partners (nu nog € 61.692). De tariefschijven (rendementsklassen) in box 3 in de grondslag sparen en beleggen worden gesteld op respectievelijk € 50.000 en € 950.000. Het tarief in box 3 wordt verhoogd naar 31% (deze staat nu nog op 30%).

Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Voorkomen van vrijstelling door specifieke renteaftrekbeperking

De specifieke renteaftrekbeperking beperkt de aftrek van het gezamenlijke bedrag aan renten als het gaat om alle kwalificerende schulden tezamen. Hier vallen kosten en valutaresultaten onder. Onder de huidige wettekst kan deze specifieke renteaftrekbeperking ertoe leiden dat er per saldo een bedrag aan negatieve renten en valutawinsten op grondslagverlagende schulden wordt vrijgesteld.

De voorgestelde wetswijziging zorgt ervoor dat de specifieke renteaftrekbeperking per kwalificerende schuld per saldo niet langer kan leiden tot een lagere winst. Om te voorkomen dat de aftrekbeperking per kwalificerende schuld kan leiden tot een lagere winst, moet voortaan per schuld worden bepaald of het bedrag aan negatieve rente of valutawinst het bedrag aan positieve rente, valutaverlies of kosten overschrijdt.

Aanpassen tarieftabel van de vennootschapsbelasting

Per 1 januari 2021 zou het hoge vennootschapsbelastingtarief van 25% naar 21,7% gaan. Besloten is om af te zien van deze verlaging. Het hoge vennootschapsbelastingtarief blijft dus 25%. Het lage vennootschapsbelastingtarief gaat wel omlaag. Namelijk van 16,5% naar 15%. De eerste tariefschijf wordt verhoogd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022.

Het effectieve tarief van de innovatiebox gaat naar 9%

Op Prinsjesdag 2019 heeft het kabinet al aangekondigd dat het effectieve tarief van de innovatiebox omhoog gaat van 7% naar 9%. Deze verhoging wordt doorgezet.

Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (overdrachtsbelasting)

Eenmalige vrijstelling voor starters

Er komt een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting voor het verkrijgen van woningen door starters die meerderjarig en jonger zijn dan 35 jaar. Deze vrijstelling geldt alleen als de starter zelf in de woning gaat wonen.

Beperking toepassing woningen lage tarief

Het verlaagde tarief van 2% voor woningen is vanaf 2021 alleen van toepassing als de verkrijger zelf in de woning gaat wonen. 

Verhoging algemene tarief

Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting gaat omhoog van 6% naar 8%. 

Wet op de loonbelasting 1964

Verruiming vrijstelling scholingskosten

Door een verruiming van de vrijstelling voor scholingskosten, komen er meer mogelijkheden voor werkgevers om ook voor ex-werknemers vrijgesteld scholingskosten te vergoeden. De werkgever moet de scholingskosten maken in verband met het volgen van een opleiding/studie zodat de werknemer een inkomen kan verwerven. 

Vrije ruimte werkkostenregeling

De werkkostenregeling wordt op 2 punten aangepast. In het Besluit noodmaatregelen coronacrisis is een verhoging opgenomen van 1,7% naar 3% van de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Dit wordt nu wettelijk vastgelegd. De verhoging geldt alleen voor 2020.

In 2021 wordt voor de vaststelling van de vrije ruimte het percentage dat geldt voor de loonsom vanaf € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Overige maatregelen

Wijzigingen belastingen personenauto’s en motorrijwielen

In de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen (Wet BPM 1992) worden een aantal wijzigingen voorgesteld.

Het belastbaar feit wordt vervroegd van (de facto) de tenaamstelling in het kentekenregister naar de inschrijving in het kentekenregister. Voor de heffing van bpm op gebruikte motorrijtuigen wordt het moment waarop het afschrijvingspercentage van het motorrijtuig wordt vastgesteld, bepaald op het moment dat op grond van de Wegenverkeerswet 1994 onderzoek wordt gedaan naar de identiteit van het voertuig. Dit in het kader van de aanvraag om inschrijving in het kentekenregister. Het streven is dat dit onderdeel van het wetsvoorstel in werking treedt met ingang van 1 juli 2021.

De CO2-schijfgrenzen en schijftarieven in de bpm en van de CO2-grens en het tarief voor de dieseltoeslag worden aangescherpt. De CO2-schijfgrenzen worden verlaagd met 4,2%. De tarieven – de belastingbedragen per gram/km CO2-uitstoot – worden eerst geïndexeerd en vervolgens verhoogd met 4,38%. Dit met uitzondering van de vaste voet. De CO2-grens voor de dieseltoeslag wordt daarnaast aangescherpt van 80 gram per kilometer in 2020 naar 77 gram per kilometer in 2021. Het tarief voor de dieseltoeslag wordt verhoogd van € 78,82 naar € 83,59.

Vervangen postcoderoosregeling door subsidieregeling

In plaats van de Regeling verlaagd tarief in de energiebelasting – bekend als de Postcoderoosregeling – komt er een subsidieregeling. Vanaf 2021 kunnen coöperaties en Verenigingen van eigenaars subsidie aanvragen voor een zonne-energieproject of voor een kleinschalig windenergieproject. Net als in de huidige Postcoderoosregeling, gebruikt de nieuwe regeling het postcodegebied om het lokale karakter te waarborgen.

Verlengen verlaagd tarief openbare laadpalen

Het verlaagde tarief in de energiebelasting voor elektriciteit geleverd aan openbare laadpalen, blijft van toepassing tot en met 2022. Dit geldt ook voor de maatregel dat er geen tarief wordt vastgesteld voor de ODE. 

Fiscale maatregelen in verband met coronamaatregelen

Invoeren vrijstelling TOGS en Subsidie vaste lasten (COVID-19)

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) en de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (Subsidie vaste lasten) behoren op basis van de wettelijke fiscale bepalingen in beginsel tot de winst uit onderneming. Eerder is al aangekondigd dat het wenselijk is dat beide vergoedingen worden vrijgesteld van inkomsten- of vennootschapsbelasting. Dit wetsvoorstel voorziet in de wettelijke grondslag voor deze vrijstelling.

Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19

De Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 is bedoeld om zorgprofessionals die in hun werk direct of indirect de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus hebben ondervonden, een bonus te geven van € 1.000 netto. Dit heeft geen gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en deze bonus gaat niet behoren tot het inkomen dat relevant is voor inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen.

Voor werknemers is dit al mogelijk via de werkgever, zonder aanpassing van de wet. De werkgever wijst de bonussen aan als zogenoemd eindheffingsbestanddeel en brengt deze bonussen onder in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Voor niet-werknemers, zoals zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel, wordt geregeld dat de bonussen eveneens als eindheffingsbestanddeel in aanmerking kunnen worden genomen door werkgevers.

TOFA (COVID-19)

De vanaf 1 januari 2020 toegepaste fiscale behandeling van de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) wordt in de wet vastgelegd. De tegemoetkoming wordt behandeld als loon uit vroegere dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964. Het UWV past als inhoudingsplichtige daarbij in beginsel standaard de loonheffingskorting toe.

Invoeren van een fiscale coronareserve (COVID-19)

Voor de vennootschapsbelasting mag bij het bepalen van de in 2019 genoten winst, een fiscale coronareserve worden gevormd voor het gehele of gedeeltelijke ‘coronagerelateerde verlies’ dat zich naar verwachting in het jaar 2020 voordoet. Dit geldt ook voor belastingplichtigen die een gebroken boekjaar hanteren.

De fiscale coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 die zou zijn behaald zonder de vorming van een fiscale coronareserve. De fiscale coronareserve wordt in het jaar volgend op het jaar waarin deze reserve is gevormd, volledig in de winst opgenomen.

Meer weten?

Wil je meer weten naar aanleiding van Prinsjesdag 2020 of over wat de belastingplannen betekenen voor jouw situatie? Countus adviseert je graag. Neem contact op met je adviseur.