Algemeen

Nieuwe structuur ledenfinanciering FrieslandCampina

05 jul 2021

FrieslandCampina gaat de structuur van de ledenfinanciering anders inrichten. Na gesprekken met leden heeft het bedrijf een nieuw voorstel gedeeld. Dit voorstel is onlangs aangenomen. In dit artikel delen we de highlights hiervan en gaan we in op enkele fiscale aspecten.

Nieuwe structuur ledenfinanciering

Momenteel bestaat de ledenfinanciering van FrieslandCampina uit kapitaal (ledencertificaten en ledenobligaties) waarover je rente ontvangt. De winstuitkering vindt plaats over de geleverde melk ongeacht het ingebrachte kapitaal. In het huidige systeem loopt FrieslandCampina echter tegen 3 zaken aan:

  1. Het aanbod van ledenobligaties-vrij is doorgaans groter dan de vraag, waardoor de verhandelbaarheid vast dreigt te lopen
  2. Er is een sterke scheefgroei tussen ingebracht kapitaal en melkleverantie
  3. Het huidige ledenkapitaal wordt als lagere kwaliteit eigen vermogen beschouwd

Om dit op te lossen, verbindt FrieslandCampina de melkleverantie aan het ledenkapitaal. Daarnaast wordt het overaanbod van ledenobligaties-vrij binnen de coöperatie opgelost.

Overaanbod ledenobligaties-vrij coöperatief oplossen

Wat betekent dit precies? Bij een overaanbod ter waarde van € 25 miljoen aan ledenobligaties-vrij op de interne markt, kopen leden dit overaanbod verplicht op. Naar ratio van de hoeveelheid geleverde melk kopen leden de obligaties op waarbij ze worden omgevormd naar obligaties-vast. Het bedrag voor deze aankoop wordt verrekend via 3 opvolgende melkgeldnota’s.

Het opkopen van het overaanbod kan maximaal 3 keer per 2 jaar plaatsvinden. Is er vaker een overaanbod? Dan worden alternatieven onderzocht.

De beoogde ingangsdatum van deze regeling is 1 januari 2022. Om een onbalans in 2021 zoveel mogelijk te voorkomen, komt er bij de handelsdagen in juni, augustus en oktober 2021 een premie van 2% over de nominale waarde voor leden die ledenobligaties-vrij kopen en deze obligaties inzetten om leveringscertificaten te financieren.

Binding melkleverantie en kapitaal.

Om melkleverantie en kapitaal gelijk op te laten gaan, komen er leveringscertificaten. Op basis van de melkleverantie in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 krijg je certificaten met een waarde van € 8 per 100 kg melk. De winstuitkering blijft op basis van de geleverde melk.

Echter moet de melkleverantie afgedekt zijn met leveringscertificaten om aanspraak te maken op de winstuitkering. Bij een tekort aan leveringscertificaten in een kalenderjaar moeten er extra leveringscertificaten worden aangekocht op een interne markt. In principe moet dit met contante middelen. Friesland Campina bekijkt in september 2022 of het mogelijk is voor groeiende bedrijven om alsnog ledenobligaties-vast hiervoor in te zetten.

Hoe leveringscertificaten financieren?

De leveringscertificaten worden toegekend, maar moeten nog wel gefinancierd worden. Bij meerdere personen in een melkveebedrijf staat in principe ieder voor zijn of haar eigen deel aan de lat. Hierbij geldt de winstverdeling die op 11 maart 2021 geregistreerd stond bij FrieslandCampina. Maar uiteraard kunnen leden binnen een melkveebedrijf elkaar helpen. Leveringscertificaten financieren, kan bijvoorbeeld met de volgende middelen:

  1. Eenmalig inwisselen van ledenkapitaal (ledencertificaten, ledenobligaties-vast of ledenobligaties-vrij)
  2. Financieren met contante middelen
  3. Uitgestelde betaling bij onvoldoende ledenkapitaal
  4. Financieren met verplichte aangekochte ledenobligaties

Eenmalig inwisselen ledenkapitaal

Voor het financieren van de leveringscertificaten kun je eenmalig het ledenkapitaal inzetten. Bij het inzetten van ledenobligaties is fiscaal gezien weinig aan de hand. Bij de ledencertificaten moet je wel opletten. Deze staan namelijk voor € 0 (FrieslandFoods) of € 37,83 (Campina) op de balans, terwijl de nominale waarde bij omzetting € 50 bedraagt. Er ontstaat dus een boekwinst bij de omzetting.

Bij de fusie tot FrieslandCampina hebben de Belastingdienst en FrieslandCampina afspraken met elkaar gemaakt. Dit hield onder andere in dat er een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd mag worden ter grootte van de boekwinst. Deze HIR mag je afboeken op bedrijfsmiddelen met een afschrijvingstermijn van 10 jaar of minder.

Aan de afspraak met de Belastingdienst zat geen beperking in tijd. Wij zijn van mening dat je daarom nog steeds een HIR kunt vormen. Onduidelijk is nog of je die HIR ook mag afboeken op de nieuw te verwerven leveringscertificaten. Op de leveringscertificaten kun je niet afschrijven, dus het lijkt onwaarschijnlijk.

Samen met andere agrarische accountants pleiten wij er bij het ministerie voor dat er sprake kan zijn van een soort ruilgedachte. Oftewel: ledencertificaten zonder belastingheffing omruilen tegen leveringscertificaten. Hierover is alleen nog geen duidelijkheid.

Financieren met contante middelen

Het is ook mogelijk om de leveringscertificaten te betalen met contante middelen. Denk aan geld van je rekeningcourant of de vrije ledenrekening.

Uitgestelde betaling

Voor het betalen van de leveringscertificaten wordt eerst gekeken naar de ledencertificaten en de ledenobligaties-vast. Zijn deze onvoldoende om de leveringscertificaten te financieren? Dan kun je de ledenobligaties-vrij, contante middelen of een uitgestelde betaling inzetten. Over de uitgestelde betaling hoef je overigens geen rente te betalen.

Gedurende 8 jaar wordt (een deel van) de contante nabetaling (met een limiet van € 1,25 per 100 kg melk) ingezet om af te lossen. Hierbij is het deel van de contante nabetaling dat je inzet voor het aflossen het percentage van de leveringscertificaten waar nog een uitgestelde betaling voor open staat. Na 8 jaar wordt het restant van de uitgestelde betaling in 4 jaar lineair afgelost.

Financieren met verplichte aangekochte ledenobligaties

Het overaanbod aan ledenobligaties-vrij moeten de leden opkopen. Wanneer leden nog een uitgestelde betaling open hebben staan, wordt een deel van de verplichte opkoop van obligaties afgelost op hun uitgestelde betaling. Dit deel is gelijk aan het percentage van de leveringscertificaten waar nog een uitgestelde betaling voor open staat. Het overige deel kun je dan vrijwillig inzetten om de uitgestelde betaling af te lossen. 

Regeling voor bedrijfsopvolging

Bij een bedrijfsovername moet de opvolger ineens de leveringscertificaten van de overdragers financieren. Hiervoor is een regeling die sterk lijkt op de uitgestelde betaling. Wel zijn er een paar verschillen.

Bedrijfsovername tussen 11 maart 2021 en 1 januari 2025

De maximale uitgestelde betaling is € 8 per 100 kg melk. De jaarlijkse aflossing bedraagt alleen in de boekjaren 2022 tot en met 2029 maximaal € 1,25 per 100 kg melk (of lager als de nabetaling lager uitvalt). Daarna wordt het restant in 4 jaar lineair afgelost. Bij een bedrijfsoverdracht eind 2024 is de aflossingsperiode dus veel korter dan bij iemand die eind 2021 het bedrijf overneemt.

Bedrijfsovername vanaf 1 januari 2025

De maximale uitgestelde betaling is in deze situatie lager. In 2025 is deze nog 80% van € 8 (€ 6,40). Elk jaar dat de bedrijfsovername later plaatsvindt, daalt dit percentage met 10%. In 2030 is deze dus nog maar 30% van € 8. Verder zijn de voorwaarden vergelijkbaar met bedrijfsovernames van voor 1 januari 2025.

Meer weten?

De wijzigingen hebben de nodige impact op bedrijven. Wil je meer weten over de nieuwe structuur van de ledenfinanciering? Onze adviseurs gaan graag met je in gesprek over hoe je zo goed mogelijk met de wijzigingen kunt omgaan.