Agro

Landbouwvrijstelling opnieuw onder vuur

09 jun 2021

De Algemene Rekenkamer (AR) heeft het rapport inzake het verantwoordingsonderzoek bij onder meer het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) uitgebracht. Dit rapport gaat in op de landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting. Een belangrijke regeling voor agrarisch Nederland, omdat op grond van deze regeling de waardestijging van landbouwgrond meestal is vrijgesteld. Dit zijn de highlights.

Regeling afschaffen?

De invalshoek van de AR is het Toetsingskader fiscale regelingen uit de Rijksbegrotingsvoorschriften. Dat kader schrijft met name voor dat de doelstelling van een fiscale regeling vooraf duidelijk onderbouwd moet zijn en dat geëvalueerd wordt of de regeling doeltreffend is.​​​​​​​

De AR concludeert nu dat de onderbouwing van de landbouwvrijstelling sinds de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 ontbreekt. De regeling moet dus eigenlijk worden afgeschaft of in ieder geval worden aangepast. Daarbij verwijst de AR ook naar eerdere evaluaties van de landbouwvrijstelling in 2008 en 2015.

Budgettaire belang

De AR noemt verder ook het budgettaire belang van de landbouwvrijstelling voor de staatskas. Het afschaffen van de landbouwvrijstelling zou een geleidelijke groei van de jaarlijkse belastingopbrengsten moeten opleveren tot ruim 500 miljoen euro per jaar. Daarbij houdt men rekening met een overgangsregeling.

We mogen aannemen dat die regeling inhoudt dat de landbouwvrijstelling van toepassing blijft op waardestijging van vóór de afschaffing van de regeling. Dit geldt ook als men die waardestijging pas na afschaffing realiseert, bijvoorbeeld door verkoop.

Timing

Er valt veel te zeggen over de conclusies, maar het rapport komt uit op een delicaat moment. Er wordt op dit moment een nieuw kabinet geformeerd en we verwachten dat het nieuwe kabinet op zoek gaat naar extra belastingopbrengsten als gevolg van de coronacrisis. De (demissionair) minister heeft in een eerste reactie aangegeven het er niet helemaal mee eens te zijn dat sinds 2001 de onderbouwing van de landbouwvrijstelling ontbreekt en geeft aan dat voor 2022 (weer) een evaluatie op het programma staat.

Daaruit kunnen we opmaken dat de minister nog geen haast heeft met de afschaffing, maar uiteraard gaat het nieuwe kabinet daarover.

Nieuwe impuls

Hoe dan ook geeft het rapport een nieuwe impuls aan de onzekerheid over het voortbestaan van de landbouwvrijstelling. Een schrale troost is dat ook de AR ervan uitgaat dat afschaffing gepaard gaat met een overgangsregeling.

Toch is het slim om voor te sorteren op een eventuele afschaffing. Denk aan het naar voren halen van de toepassing van de landbouwvrijstelling op latent aanwezige waardestijging. Ook bij agrariërs die eerder hun grond al hebben ‘geherwaardeerd’ is deze nadien alweer verder in waarde gestegen. Herwaardering kun je onder andere realiseren door inbreng in een maatschap of vof of door een wijziging van de winstverdeling.

Wat het beste is, is echter maatwerk. Ook omdat niet altijd de volledige meerwaarde van de landbouwgrond onder de landbouwvrijstelling valt (denk aan ‘pachtersvoordelen’).

Meer weten?

Wil je meer weten over de ontwikkelingen rondom de landbouwvrijstelling? Neem contact op met een adviseur van Countus.