Algemeen

‘Ik verwacht een betere benutting van de kippenmest en een vruchtbaardere bodem’

06 mei 2020

In gesprek met akkerbouwer Arjan Leber over de GLB-pilot

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) moet voor alle akkerbouwers, ongeacht grondsoort en locatie, werkbaar zijn. Dat vindt Arjan Leber uit Emmeloord, klant van Countus. Als deelnemer aan de pilot voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid hoopt hij nieuwe praktijktoepassingen uit te testen en nieuwe ervaringen op te doen. Hij wil namelijk graag dat de vergroeningseisen straks voor álle akkerbouwers praktisch haalbaar zijn.

Van akkerbouw tot pluimvee

Het Emmeloordse bedrijf van Arjan heeft een akkerbouw- en vleeskuikentak. De 24.000 vleeskuikens worden gehouden volgens het 1 Ster Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming. De akkerbouwtak van 120 hectare bestaat uit 1/3 pootgoed, 1/6 uien, 1/6 tarwe, 1/6 tulpen, 1/12 wortels en 1/12 bieten.

De 29-jarige Arjan, die met zijn ouders Dick en Nel sinds 2015 een maatschap vormt, is de derde generatie op het Flevolandse bedrijf. Nadat zijn opa na de drooglegging in 1951 begon, zetten zijn vader en oom het bedrijf voort. Zijn oom stapte in 2009 uit het bedrijf. In 1999 begon het bedrijf met legkippen voor consumptie-eieren. Later werden dat moederdieren voor leghennen. De omschakeling naar scharrelvleeskuikens was in 2016.

Volgens Arjan vormen de akkerbouw- en pluimveetak een prima combinatie. ‘We kunnen de tarwe nu met een kleine plus telen omdat we het aan de kippen voeren. De kippenmest gebruiken we op het land. Mijn vader doet het controlewerk in de stal en ik richt me op de akkerbouwtak. Uiteindelijk ligt mijn hart bij de akkerbouw en dan vooral bij de pootaardappelen.’

Mix van mest en compost

Het beter benutten van de kippenmest op eigen grond is één van de onderdelen waarmee Arjan experimenteert tijdens de GLB-pilot. ‘We reden de kippenmest altijd in het najaar uit in het pootgoed. Het nadeel is dat veel stikstof uitspoelt en dus onbenut blijft. Bij pootgoed wil je ook niet teveel stikstof aanwenden omdat je dan veel loof en minder knollen krijgt.

In de pilot gaan we de mest mengen met compost en dan uitstrooien. Ik verwacht een betere benutting van de kippenmest, een beter organische stofgehalte in de bodem en een vruchtbaardere bodem.’ De akkerbouwer past de mest-compost-mix niet alleen voor de aardappelen toe, maar ook voor de uien en deels voor de suikerbieten.

Ook gaat hij in het kader van de pilot aan de slag met niet-kerende grondbewerking. ‘Door het bodemleven minder te verstoren, hoop ik dat de bodem gezonder wordt en het organische stofgehalte stijgt. Het enige waar ik wel voor vrees, is het waterbergend vermogen van de grond door niet meer te ploegen. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt.’

Meedoen aan de voorkant

Toen Arjan de oproep voor deelnemers aan de GLB-pilot las, hoefde hij niet lang na te denken. ‘Mijn interesse was direct gewekt. Als akkerbouwer kun je natuurlijk afwachten wat het nieuwe GLB brengt en in de praktijk betekent, maar ik zag het juist wel zitten om aan de voorkant mee te doen. Dus: testen op ons bedrijf, mijn mening geven en ervaringen opdoen. En het geeft mij een stok achter de deur om daadwerkelijk dingen uit te testen in plaats van er alleen maar over na te blijven denken.’

Het doel van de GLB-pilot, waarvan er landelijk 7 actief zijn, is om het nieuwe GLB samen te stellen. Het nieuwe GLB, dat loopt van 2021 tot 2027, zal een stimulerend karakter hebben en regionaal maatwerk mogelijk maken. Dat betekent dat er maatregelen genomen kunnen worden die passend zijn bij het gebied. De maatregelen moeten een positieve bijdrage leveren aan de vergroeningsthema’s bodemvruchtbaarheid en bodemgezondheid, waterkwaliteit, klimaat, biodiversiteit en landschapsbeheer.

Akkerbouw-studieclub

Uitdagingen en kansen aangrijpen om ervaring en kennis op te doen, is iets wat Arjan ook meekrijgt als klant van Countus. Het spreekt hem aan dat de adviseurs en specialisten zijn bedrijf verder helpen en hem een spiegel voorhouden.

‘Dat vind ik belangrijk, want het kan altijd beter als je een eigen bedrijf hebt. Zelfreflectie, onder ogen zien waar het knelt en hoe je dat kunt veranderen is de enige manier om echt iets te verbeteren. Bij Countus zit veel agrarische kennis en ervaring. Daar heb ik echt iets aan. De omgang is prettig en geen vraag is te gek.’

Arjan is aangesloten bij één van de akkerbouw-studieclubs van Countus. ‘Met samen sparren en ervaringen uitwisselen kom ik écht verder. Ook in het kader van de bedrijfsovername die nu bijna afgerond is, vinden we het belangrijk om een betrouwbare adviseur te hebben. En dat vertrouwen hebben we in Countus.’

Pilot Akkerbelt

Arjan maakt onderdeel uit van de pilot Akkerbelt. Samen met 8 andere agrarische collectieven, neemt het Flevolands Agrarisch Collectief hieraan deel. Deze collectieven zijn verspreid tussen het Noordoosten en Zuidwesten van Nederland en dekken daarmee het grootste akkerbouwgebied van Nederland.

Arjan: ‘Het is de bedoeling dat hiermee een dwarsdoorsnede van de Nederlandse akkerbouw wordt gevormd en er breed met maatregelen geëxperimenteerd kan worden. Dat is wel van belang. De pilot-deelnemers moeten natuurlijk niet alleen koplopers zijn, maar moeten een goede afspiegeling vormen van de sector’.

‘Het kan niet zo zijn dat de pilot wordt gebruikt om de lat op akerbouwbedrijven alsmaar hoger te leggen. Ik vind het belangrijk dat de maatregelen straks in de praktijk voor iedereen toepasbaar en werkbaar zijn.’

Een vergroening realiseren die ertoe doet

De pilot Akkerbelt werkt met een keuzemenu van vergroeningsmaatregelen. Een deel van de deelnemers werkt ook met een bijpassend puntensysteem. Doel is met GLB-premies een vergroening te realiseren die ertoe doet. Het Flevolands Agrarisch Collectief heeft een puntensysteem ontworpen die maatregelen op waarde zet en bepaalde combinaties van maatregelen stimuleert.

‘Praktische toepasbaarheid en controleerbaarheid zijn daarbij van belang, maar dat lukt niet met alle maatregelen. Ondiepe bewerkingen kun je bijvoorbeeld lastig controleren’, legt Arjan uit.

Andere onderdelen waarmee deelnemers van de pilot aan de slag gaan is extensievere bouwplannen, zoals vroeg rooien in combinatie met diep-wortelende gewassen. Een andere experiment gaat over de combiteelt van gras onder tarwe of het mechanisch onderwerken van groenbemester. Ook wordt actief geëxperimenteerd met randenbeheer.

Een maategel die Arjan niet ziet zitten, is strokenteelt. ‘Dit is goed voor de biodiversiteit, maar ik vind het te bewerkelijk met rooien. Ik ben benieuwd wat straks de ervaringen van anderen zijn.’

Mooie kans

Een goede monitoring van de pilot-deelnemers is verplicht. Arjan: ‘De communicatie is goed en het is duidelijk wat van ons als deelnemers verwacht wordt. Er is een nulmeting gemaakt op de deelnemende bedrijven en ook gaan we tijdens 1 of 2 veldexcursies bij andere bedrijven kijken en ervaringen uitwisselen. Dat is interessant en leerzaam’, vindt Arjan.

Toch zijn veel effecten pas na enkele jaren goed meetbaar en zichtbaar, vindt hij. ‘De pilot duurt maar 1 jaar, als we ervan uitgaan dat het nieuwe GLB echt in 2021 ingaat. Dat is voor niet-kerende grondbewerking, maar ook voor het experiment met compost en mest te kort om echt resultaten te zien. Maar voor nu is het al een mooie kans om aan de slag te kunnen met nieuwe mogelijkheden op ons bedrijf.’