Agro

Het nieuwe GLB: dit zijn de gevolgen voor melkveehouders

07 mrt 2022

In 2023 wordt het nieuwe GLB van kracht. Maar wat betekent dit voor jou als melkveehouder? 

Zit je in roulatie met een akkerbouwer (grondruil)? Dan heb je waarschijnlijk weinig blijvend grasland. Het regelmatig opnieuw inzaaien biedt wel flexibiliteit in bijvoorbeeld mengteelten. Zit je op de klei en doe je al veel aan natuurbeheer? Ook dan daagt de GLB je uit om meer te doen. Heb je een intensief bedrijf met bijvoorbeeld meer dan 30.000 kg melk/ha? Dan kan het een uitdaging worden om de maximale eco-premie te ontvangen. Toch biedt het systeem voldoende kansen.

Welke gevolgen heeft het nieuwe GLB?

De diversiteit in de sector is groot, dus het effect van het nieuwe GLB is niet voor iedereen gelijk. In dit artikel vertelden we je hoe het precies zit met de conditionaliteit (basisvereisten) en de eco-regeling. Heb je dat artikel nog niet gelezen? Om het systeem te begrijpen, raden we je aan dit eerst te doen. In dit vervolgartikel gaan we vooral in op de effecten voor jou als melkveehouder.

Meer lokaal beleid

Als we zeggen dat er veel duurzaamheidsthema’s zijn die invloed hebben op de landbouw, vertellen we niks nieuws. Denk aan waterkwaliteit (7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (NAP)/ Kaderrichtlijn Water), stikstofuitstoot (Stikstofwet), CO2-uitstoot (Klimaatakkoord) en biodiversiteit. Deze thema’s zijn steeds meer met elkaar verweven bij het maken van beleid.

Dat zien we vooral terug in de aanvulling op het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Dit actieprogramma is bovendien een voorwaarde voor deelname aan het nieuwe GLB. Hierbij valt op dat generiek beleid voor heel Nederland naar veel meer lokaal beleid gaat, gericht op de onderwerpen die in specifieke gebieden spelen.

Conditionaliteit

Er zijn 9 basiseisen, de zogenaamde Goede Landbouw en Milieu Condities (GLMC’s). Voor de melkveehouderij is voornamelijk het grasland belangrijk, dit zie je terug binnen deze GLMC’s:

  • Een vrijstelling van de verplichte vruchtwisseling op bouwland als minimaal 75% van je areaal grasland is (let op: op zand- en lössgrond is dit nog wel verplicht vanuit het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn)
  • Een vrijstelling voor de 4% niet-productief areaal en landschapselementen als minimaal 75% van je areaal bestaat uit grasland
  • De bufferstrook van 2 meter kan in sommige gevallen naar 1 meter als je er kruidenrijk grasland teelt
  • Landelijke doelstelling van maximaal 5% daling van het percentage blijvend grasland in 2018 (40%)
  • Ploeg- en omzetverbod van blijvend grasland in Natura 2000-gebieden

Veenweidegebieden

Binnen de aanvulling op het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn zien we de sterke sturing op grasland onder melkveebedrijven terug. Voor de veenweidegebieden die tot 1 meter boven NAP liggen geldt de voorwaarde dat ze zich moeten houden aan het peilbesluit.

Vanuit deze veenweide-aanpak gaan de peilbesluiten in de desbetreffende gebieden zich meer focussen op de vernatting van het veen. Hierbij zijn peilen van 20 tot 30 cm onder het maaiveld niet onaannemelijk. In de praktijk betekent dit dat de meeste veengronden enkel nog geschikt zijn voor grasland of natte teelten.

Met de focus op extensivering van de landbouw zal er op ieder bedrijf meer ruwvoer beschikbaar zijn. Wel zetten de maatregelen de opbrengst per hectare onder druk. Als het aandeel grasland op 75% blijft staan in de GLMC’s, is het de vraag wat je op de overige hectares kunt telen. Bedenk bijvoorbeeld of het verstandig is om je te focussen op eigen teelt van krachtvoer.

De eco-regeling

Binnen de vrijwillige eco-regeling hebben alle activiteiten een bepaalde waarde per hectare en een bijbehorend puntenaantal voor de thema’s klimaat, bodem & lucht, water, landschap en biodiversiteit. Dit is voor heel Nederland gelijk. Alleen het aantal punten wat je op de 5 thema’s moet halen kan per gebied verschillen.

Het benodigde aantal punten in de diverse gebieden is nog niet bekendgemaakt. Maar als je kijkt naar de opgaves die spelen in jouw omgeving en wat past binnen het gebied, is al wel een inschatting te maken. We geven een aantal voorbeelden:

  • Veenweide
    In een veenweidegebied zijn het voorkomen van veenoxidatie, het verbeteren van de waterkwaliteit en kansen voor weidevogels belangrijke opgaves. De eco-maatregelen die hierbij horen, scoren vooral op de thema’s klimaat, water en biodiversiteit. Voor die thema’s moet je waarschijnlijk de meeste punten behalen. De rode draad in de maatregelen is extensiever grondgebruik. Al dan niet noodgedwongen door de beperktere gebruiksmogelijkheden wegens het vernatten van het gebied.
  • Uitspoelinggevoelige zandgronden
    Op deze zandgronden gaat het vooral om maatregelen die uitspoeling van nutriënten verminderen. Ook het opbouwen van organische stof in de bodem is een aandachtspunt. Hier komen klimaat, bodem & lucht en water naar voren als belangrijkste thema’s. De rode draad in de maatregelen is het continu groen houden van de grond en het beperken van teelten/ teeltwijzen die het risico op uitspoeling vergroten.
  • Poldergebieden
    In een landbouwgebied als Flevoland ligt de grootste nadruk op bodemgezondheid en het beperken van emissies naar het oppervlaktewater. De thema’s bodem & lucht en water zijn hier belangrijk. De maatregelen richten zich vooral op voldoende rust in het bouwplan en genoeg afstand tot de sloten.
  • Natura 2000-gebieden
    Rond deze gebieden zal op een aantal plekken meer aandacht zijn voor een zachtere overgang van natuurgebied naar regulier landbouwgebied. Biodiversiteit en landschap gaan daar de boventoon voeren. De maatregelen leiden waarschijnlijk tot een extensievere wijze van landbouw.

ANLb in het nieuwe GLB

Het agrarische natuurbeheer (ANLb) krijgt een prominente plek in het nieuwe GLB met een groeiend budget. Vooral in gebieden waar grotere opgaves spelen zoals veenweidegebieden of rond Natura 2000-gebieden. Binnen de eco-regeling zagen we al dat de punten hierop werden afgestemd, maar ook het agrarische natuurbeheer is erop aangepast.

Dat maakt dat maatregelen vanuit het ANLb soms overlappen met die van de eco-regeling. Om een dubbele betaling voor dezelfde maatregel te voorkomen, mag je in dat geval de punten die bij de maatregel horen wel meetellen voor de eco-regeling, maar de waarde per hectare niet. Zo kun je eenvoudiger punten halen voor de eco-regeling. Het kan dus interessant zijn om juist een grotere stap te maken door ook deel te nemen aan het ANLb.

Uitdagingen voor jou als melkveehouder

Voldoet jouw bedrijf al voor een groot deel aan de GLMC’s en pas je de maatregelen vanuit de eco-regeling al toe? Dan wordt het nieuwe GLB geen grote uitdaging voor je. Dit geldt vooral voor extensieve bedrijven. Als biologisch bedrijf krijg je sowieso al de hoogste score en dus de maximale 'eco-premie.’

Neigt jouw bedrijf naar de intensieve kant en ligt de bedrijfsvoering niet in lijn met de kenmerken en de opgaves in jouw gebied? Dan krijg je een grotere uitdaging voor je kiezen. De vraag is hoeveel je zou willen investeren om toch aan het GLB deel te nemen. Weegt de mindere gewasproductie op tegen de vergoedingen? Het kantelpunt hangt af van de maatregelen die vanuit andere regelingen verplicht worden. Hoe groot is de stap tussen wat verplicht is en wat je vrijwillig moet doen om de vergoedingen te krijgen?

Hoe je jouw bedrijf inricht gaat steeds meer bepalen hoe eenvoudig je vergoedingen vanuit het GLB krijgt. Er is een transitie gaande in de landbouw. Het GLB kan je ondersteunen in het zetten van stappen, maar of het toereikend is, verschilt per bedrijf.

Meer weten?

Heb je vragen over het nieuwe GLB? Of wil je weten hoe jouw bedrijf ervoor staat? Maak dan een afspraak met een van onze adviseurs. Zij helpen je graag verder.