Agro

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt vernieuwd

12 nov 2020

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt vernieuwd. De Europese landbouwministers en het Europees Parlement hebben hiermee ingestemd. Wat betekent dit voor de toekomst van de landbouw? En dus voor jouw situatie? In dit artikel lichten we de belangrijkste uitgangspunten toe.

Het nieuwe GLB

Voor het nieuwe GLB zijn een paar specifieke doelen vastgesteld. Denk hierbij aan:

  • het bevorderen van een slimme en veerkrachtige landbouwsector
  • het behalen van de milieu- en klimaatdoelstellingen van de Europese Unie
  • het versterken van de sociaaleconomische structuur van plattelandsgebieden

Het nieuwe GLB moet daarnaast worden ingezet voor het realiseren van de Klimaatovereenkomst van Parijs en de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.

De Europese regelgeving gaat meer doelstellingen, te verwachten resultaten en basisvereisten bevatten. Nederland krijgt vervolgens de ruimte om hier een nationale invulling aan te geven dat wordt uitgewerkt in het Nationaal Strategisch Plan (NSP).

717 miljoen beschikbaar

Of de doelstellingen behaald kunnen worden, is natuurlijk mede afhankelijk van het beschikbare budget. Minister Schouten heeft gemeld dat op basis van de voorlopige cijfers jaarlijks 717,4 miljoen euro beschikbaar komt voor de eerste pijler. Voor de tweede pijler komt 75,6 miljoen beschikbaar.

Het plafonneren van inkomenssteun boven de 100.000 euro zal verder plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Minister Schouten had ingezet op een verplichte plafonnering voor alle lidstaten. We kunnen dus verwachten dat de plafonnering voor Nederland opgenomen zal worden in het NSP.

Dit betekent dat de plafonnering voor steun boven de 100.000 euro alsnog te verwachten is. Bovendien wordt er vanaf 60.000 euro een staffeling toegepast op de inkomenssteun.

Nieuwe ecoregelingen in de eerste pijler

In het nieuw GLB moet voldoende geld beschikbaar worden gesteld voor de groene ambities. Hiervoor worden zogeheten nieuwe ecoregelingen in het leven geroepen. Dit zijn vrijwillige, actieve maatregelen die landbouwers kunnen nemen op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, kringlooplandbouw, leefomgeving, bodem, water en landschap.

De lidstaten kunnen de invulling hiervan zelf bepalen. De inzet is om ecoregelingen te ontwikkelen die makkelijk inpasbaar zijn binnen de bedrijfsvoering in een specifieke lidstaat. Een landbouwer kan vervolgens punten krijgen voor het uitvoeren van maatregelen in de ecoregelingen. Heeft hij voldoende punten? Dan krijgt de landbouwer een extra vergoeding uit de ecoregelingen.

Er komt een landelijke lijst met 15 – 20 maatregelen. Per regio in Nederland kan de selectie van maatregelen uit deze lijst er anders uitzien, geheel afhankelijk van de specifieke omstandigheden in die regio.

Drielagenmodel

De ecoregelingen worden opgenomen in de eerste pijler. De ecoregelingen tonen gelijkenissen met de subsidies die gebaseerd zijn op het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) die in de collectieven worden opgepakt. Minister Schouten wil zowel de ecoregelingen invoeren als de ANLb behouden en heeft daarbij een drielagenmodel voor ogen.

De eerste laag is de basisinkomenssteun waarbij een landbouwer aan minimumvereisten moet voldoen. De tweede laag wordt gevormd door de ecoregelingen, die laagdrempelig en breed toegankelijk zijn. De laatste laag wordt gevormd door de huidige ANLb, maar dan met zwaardere maatregelen als gevolg van de invoering van de ecoregelingen.

De minister wil de middelen voor de ecoregelingen stapsgewijs overhevelen vanuit de hectarepremie. Het is immers duidelijk dat het budget voor de ecoregelingen weggehaald wordt uit het budget dat beschikbaar is voor de hectarepremie. Het gaat om een percentage van 20% dat wordt overgeheveld.

Jonge boeren blijven ondersteunen

De minister wil ook in het nieuwe GLB jonge boeren blijven ondersteunen. Ze wil dit doen via doelgerichte tweedepijlermaatregelen in plaats van steun door middel van een extra hectarebetaling in de eerste pijler.

Een doelgerichte tweedepijlermaatregel betreft onder andere, zoals we die nu kennen, de POP3-subsidie voor jonge landbouwers. Deze subsidie is bedoeld om jonge boeren te ondersteunen bij de modernisering en verduurzaming van hun eigen bedrijf. De lidstaten moeten 2% van het budget voor directe inkomenssteun besteden aan de groep jonge boeren.

Hoe nu verder?

Alle lidstaten gaan nu invulling geven aan hun beleid. Minister Schouten verwacht dat er pas in de loop van 2021 een akkoord wordt bereikt. En omdat de besluitvorming vertraging heeft opgelopen, is een transitieperiode onvermijdelijk. Betalingen in het kader van het GLB moeten immers wel gedaan worden, ondanks het feit dat het nieuwe GLB niet tijdig in werking kan treden.

Minister Schouten acht een transitieperiode van 2 jaar onvermijdelijk. Er is dan ook een transitieperiode van 2 jaar vastgesteld. Tijdens deze transitieperiode verwachten we geen aangrijpende veranderingen, maar er zal wel gewerkt moeten worden met het nieuwe GLB-budget.

Meer weten?

Wil je meer weten over het nieuwe GLB? We helpen je graag verder. Neem contact op met je Countus-adviseur voor meer informatie over jouw specifieke situatie.