Algemeen

Belastingplan 2021: gevolgen voor iedereen

17 sep 2020

Op Prinsjesdag 2020 zijn de belastingplannen voor 2021 gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Deze plannen zijn opgedeeld in een aantal afzonderlijke wetsvoorstellen. Wat betekenen de veranderingen in het algemeen? We lichten de belangrijkste onderdelen toe.

Let op

De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2021 in werking, tenzij anders is vermeld.

Tarieven inkomstenbelasting 2021

Voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd, gelden per 1 januari 2021 de volgende tarieven in box 1:

Voor belastingplichtigen ouder dan de AOW-leeftijd, gelden per 1 januari 2021 deze tarieven in box 1:

Tweeschijvenstelsel: tarief eerste schijf omlaag

Sinds 2020 kent de inkomstenbelasting slechts 2 tariefschijven. Het tarief in de eerste schijf van box 1 van de inkomstenbelasting is dit jaar (2020) 37,35%. In 2021 gaat deze iets omlaag. Het tarief van de tweede schijf blijft 49,5%. Het doel voor 2022 is om alleen een kleine aanpassing te doen in het percentage van de eerste schijf en dit tarief te verlagen naar 37,07%.

Wijzigingen heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hierdoor betaal je minder belasting en premies. Welke heffingskorting voor jou geldt, hangt af van jouw persoonlijke situatie.

Verhoging algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting (voor inkomens tot € 68.507) wordt in 2021 – samen met de vorig jaar al aangekondigde verhoging – verhoogd met in totaal € 126. In onderstaande grafiek zie je het effect van de verhoging van de algemene heffingskorting.

Aanpassing arbeidskorting

Ook de arbeidskorting wordt aangepast. De maximale verhoging van de arbeidskorting in 2021 is € 386. In onderstaande grafiek zie je het effect van de verhoging van de arbeidskorting.

Verlaging inkomensafhankelijke combinatiekorting

Het maximale bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2021 verlaagd naar € 2.815. In 2022 gaat deze heffingskorting weer omhoog met € 77.

Verhoging ouderenkorting

De ouderenkorting gaat met € 55 extra omhoog.

Wijzigingen heffingskortingen

In onderstaande tabel zijn de wijzigingen in heffingskortingen voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd opgenomen, zoals voorgesteld in het Belastingplan 2021.



In onderstaande tabel zijn de wijzigingen in heffingskortingen voor belastingplichtigen ouder dan de AOW-leeftijd opgenomen, zoals voorgesteld in het Belastingplan 2021.

Verlaging aftrektarief hoge inkomens

De geleidelijke verlaging van het tarief waartegen aftrekposten worden verrekend voor inkomens boven de € 68.507, wordt doorgezet. Hierbij gaat het om de hypotheekrenteaftrek en de persoonsgebonden aftrekposten. Deze aftrekposten werden eerder bij de belastingplichtige ‘aan de top’ verrekend, maar in de toekomst gaat dit plaatsvinden tegen het basistarief.

Wijzigingen box 3

Om tegemoet te komen aan de kleinere spaarders en beleggers, wordt voorgesteld om de vermogensrendementsheffing in box 3 aan te passen.

De systematiek voor het bepalen van het rendement verandert in 2021 niet. Er blijven dus 3 schijven aan de hand waarvan de verschuldigde belasting wordt berekend. Het heffingsvrije vermogen per persoon wordt wel verhoogd van € 30.846 in 2020 naar € 50.000 in 2021.

De schijven in 2021:

  • Schijf 1 loopt van € 50.000 tot € 100.000 (2020: € 30.849 tot € 103.643).
  • Schijf 2 loopt van € 100.000 tot € 1.000.000 (2020: € 103.643 tot € 1.036.418).
  • Schijf 3 begint vanaf € 1.000.000 (2020: vanaf € 1.036.418).

Het tarief van box 3 wordt verhoogd naar 31% (momenteel nog 30%).

De verhoging van het belastingvrije vermogen is niet van invloed op het wel of niet verkrijgen van toeslagen. Denk aan zorgtoeslag, huurtoeslag of het kindgebonden budget. Voor deze toeslagen geldt een vermogensgrens van € 31.430 in 2021.

Al geruime tijd leeft de wens om de vermogensrendementsheffing beter te laten aansluiten bij het werkelijke rendement. Daarom wordt op dit moment een extern onderzoek voorbereid naar praktische mogelijkheden voor een heffing die aansluit bij het werkelijke rendement van vermogensbestanddelen. Het kabinet streeft ernaar de resultaten daarvan in het voorjaar van 2021 gereed te hebben.

Verhoging overdrachtsbelasting voor verhuurde woningen en niet-woningen

Momenteel bedraagt de overdrachtsbelasting voor woningen 2% en de overdrachtsbelasting voor niet-woningen 6%. De overdrachtsbelasting op niet-woningen, zoals bedrijfsgebouwen en bedrijfsruimten, zou per 1 januari 2021 omhooggaan naar 7%. Die wijziging gaat niet door.

In plaats daarvan gaat het algemene tarief vanaf 2021 omhoog naar 8%. Dit tarief geldt voor de koop van niet-woningen, zoals bedrijfspanden. Dit geldt ook voor het kopen van een woning die je niet als hoofdverblijf gebruikt, zoals verhuurde woningen en vakantiewoningen.

De aanschaf van woningen door niet-natuurlijke personen (zoals bv’s, woningcorporaties, etc.) is vanaf 1 januari 2021 dus altijd belast met 8% overdrachtsbelasting.

Vrijstelling overdrachtsbelasting voor starters

Starters die een huis kopen, hoeven vanaf 1 januari 2021 geen overdrachtsbelasting meer te betalen.

De voorwaarden voor deze vrijstelling zijn:

  • de koper is tussen de 18 en 35 jaar.
  • de koper gaat zelf in de gekochte woning wonen en deze woning wordt het hoofdverblijf.
  • de vrijstelling is niet eerder gebruikt.

De koper moet schriftelijk verklaren dat aan die voorwaarden is voldaan. De notaris heeft deze verklaring nodig voor de aangifte overdrachtsbelasting.

Als een stel samen een huis koopt, bijvoorbeeld ieder voor de helft, dient per koper te worden beoordeeld of er gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling. Het kan dus voorkomen dat de ene koper een beroep kan doen op de vrijstelling, terwijl de andere koper over zijn aandeel in de woning 2% overdrachtsbelasting verschuldigd is.

Als je niet aan deze voorwaarden voldoet bij de koop van een woning, betaal je 2% overdrachtsbelasting. Je hebt alleen recht op dit verlaagde tarief als je zelf in de woning gaat wonen. Anders geldt het nieuwe tarief van 8%.

Tip!

Ben je tussen de 18 en 35 jaar en heb je al een eigen woning? En wil je vanaf 1 januari 2021 een nieuwe woning kopen? Dan heb je gewoon recht op de vrijstelling van de overdrachtsbelasting voor starters. Je hebt namelijk nog niet eerder gebruik gemaakt van deze vrijstelling.

Hogere bijtelling voor elektrische auto

Vorig jaar is al aangekondigd dat de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s stapsgewijs wordt verhoogd. Per 1 januari 2021 bedraagt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s 12% (2020: 8%) over een maximale waarde van € 40.000 (2020: € 45.000). Is de cataloguswaarde van de auto hoger dan € 40.000? Dan is over het bedrag daarboven de normale bijtelling van 22% van toepassing.

De komende jaren wordt de bijtelling verder verhoogd naar 16% in 2022 en 17% in 2025. De maximale cataloguswaarde waarvoor de lagere bijtelling geldt, wordt niet verhoogd en blijft € 40.000.

Nieuw dit jaar is dat de maximale waarde niet geldt voor zogenoemde zonnecelauto’s, die door geïntegreerde zonnepanelen worden aangedreven. Hiermee beoogt het kabinet vooruit te lopen op ontwikkelingen in de automarkt.

Verlenging verlaagd tarief openbare laadpalen

Momenteel geldt in de energiebelasting een verlaagd tarief voor elektriciteit die via openbare laadpalen wordt geleverd. Voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die over een zelfstandige aansluiting beschikken, is geen tarief vastgesteld voor de ODE (Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie). Deze 2 fiscale faciliteiten zouden per eind 2020 eindigen, maar zijn verlengd tot en met 2022. Met deze maatregel wil het kabinet de groei van het landelijk netwerk van laadpalen stimuleren.

Verhoging ODE-tarieven

Via de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) betalen zowel huishoudens als bedrijven via hun energierekening mee aan investeringen in duurzame energie. De ODE vormt de bron voor de uitgaven van de Stimulering Duurzame Energietransitie. De ODE-tarieven worden in 2021 en 2022 verhoogd.

De belastingen op energie bestaan uit de ODE en de energiebelasting. In 2021 neemt het belastingdeel van de energierekening naar verwachting niet toe voor een huishouden met een gemiddeld gebruik.

De nieuwe tarieven zijn in deze tabel weergegeven:

Contante giften niet meer aftrekbaar

Vanaf 2021 is het niet meer mogelijk om giften die contant zijn betaald in aftrek te brengen. Daarnaast moet je giften kunnen bewijzen met schriftelijke stukken.

Meer weten naar aanleiding van Prinsjesdag 2020?

Wil je meer weten over wat de belastingplannen betekenen voor jouw situatie? Countus adviseert je graag. Neem contact op met je adviseur.