Algemeen

Eindejaarstips voor werkgevers

08 dec 2020

Wat kun je fiscaal dit jaar nog doen of juist nalaten om minder belasting te betalen? Bekijk onze eindejaartips 2020 voor werkgevers.

1. Loonkostenvoordeel voor lage lonen

Heb je medewerkers in dienst met een salaris tussen 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML)? Dan krijg je een tegemoetkoming. Dit heet het lage-inkomensvoordeel (LIV). Voor het LIV gelden de volgende voorwaarden:

  • Het gemiddelde uurloon van de werknemer bedraagt minimaal 100% en maximaal 125% van het WML voor iemand van 21 jaar of ouder
  • Er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar)
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt

Wat betreft de verloonde uren gaat het om alle uitbetaalde uren. Dit zijn dus ook uren waarvoor niet wordt gewerkt. Denk aan betaald verlof, ziekte, overwerk en uitbetaalde verlofuren.

Tip
Ga na voor welke werknemers je op grond van het uurloon het loonkostenvoordeel kunt ontvangen. Bekijk vervolgens of zij het minimaal vereiste aantal uren werken. Zitten ze net onder de grens? Dan kan het lonen om het aantal uren te verhogen. Zelfs als je je werknemer extra betaald verlof zou geven, tellen de uren mee en kun je het loonkostenvoordeel wellicht toch binnenhalen.

Het LIV geldt ook voor werknemers jonger dan 21 jaar. Zij moeten dan echter wel een gemiddeld uurloon hebben van minimaal 100% en maximaal 125% afgeleid van het WML voor iemand van 21 jaar of ouder.

Tip
Je hoeft geen apart verzoek te doen voor het LIV. Het LIV wordt automatisch vastgesteld op basis van de in de loonaangifte aanwezige gegevens. Het LIV wordt vormgegeven als een vast bedrag per verloond uur met een vast bedrag als jaarmaximum volgens onderstaande tabel.

Hoogte loon

Gemiddelde uurloon in 2020 van
€ 10,29 t/m € 12,87

Vast bedrag

per verloond uur

€ 0,51 per uur

Maximale hoogte LIV

€ 1.000 per jaar

Voor de tegemoetkoming is het van belang dat je het uurloon dus binnen de marges houdt.

Tip
Voor jongeren die minder dan 100% afgeleid van het WML verdienen kan het voordelig zijn het loon te verhogen tot binnen de marge. Let er bij werknemers met een uurloon rond 125% wel op dat een kleine verhoging van het uurloon kan leiden tot een lager LIV.

Tip
Is het uurloon te hoog? Dan kun je in plaats van loon wellicht gebruikmaken van alternatieven. Denk aan onbelaste kostenvergoedingen en het onderbrengen van belast loon in de werkkostenregeling. Dit loon telt namelijk niet mee voor de bepaling van het LIV. 

2. Loonkostenvoordeel voor jongeren

Heb je jonge werknemers in dienst? Dan kun je jeugd-LIV krijgen. Jeugd-LIV is een tegemoetkoming voor de verhoging van de minimumjeugdlonen in de afgelopen jaren.

Voor jongeren van 18 t/m 20 jaar geldt een lagere tegemoetkoming in de vorm van het jeugd-LIV. De bedragen voor 2020 staan in onderstaande tabel. 

Leeftijd op 31-12-2019 

Jeugd-LIV per uur 

Maximum jeugd-LIV per jaar 

18 jaar 

€ 0,07 

€ 135,20 

19 jaar 

€ 0,08 

€ 166,40 

20 jaar 

€ 0,30 

€ 613,60 

3. Benut ook overige loonkostenvoordelen

Het LKV is een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die oudere werknemers en werknemers met een arbeidsbeperking vanuit een uitkeringssituatie in dienst nemen of houden. Het LKV vervangt de premiekortingen voor arbeidsbeperkte en oudere werknemers. Om het LKV te ontvangen, heb je een kopie van de doelgroepverklaring LKV van je werknemer nodig. Het LKV bedraagt € 3,05 per verloond uur en kan oplopen tot € 6.000 per werknemer per jaar.

Alleen voor werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt het LKV € 1,01 per uur en maximaal € 2.000 per jaar.

4. Investeren? Vraag de BIK aan

Vanwege de coronacrisis is er een nieuwe, fiscale investeringssubsidie geïntroduceerd: de Baangerelateerde investeringskorting (BIK). De BIK geldt voor investeringen in de periode 1 oktober 2020 t/m 31 december 2022 voor nieuwe bedrijfsmiddelen. De BIK kan verrekend worden met de loonheffing en is dus alleen interessant voor bedrijven met personeel. Door deze systematiek is het voordeel van de regeling ook niet afhankelijk van de winst.

Via de BIK kan tot en met 31 december 2021 van een investering 3,9% van het investeringsbedrag tot € 5 miljoen worden verrekend met de loonheffing. Bij een hoger investeringsbedrag is van het meerdere 1,8% te verrekenen. Dit pakt dus gunstig uit voor kleinere investeringen. De percentages voor het jaar 2022 staan nog niet vast. Je kunt de BIK 4 keer per jaar aanvragen. Er geldt per aanvraag wel een ondergrens van € 20.000 en per bedrijfsmiddel een ondergrens van € 1.500.

Je kunt de BIK ontvangen naast de bestaande investeringsregelingen, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de milieu-investeringsaftrek en de energie-investeringsaftrek. De BIK geldt alleen voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen. De investeringen moeten uiterlijk tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 zijn betaald en ook binnen 6 maanden na volledige betaling in gebruik worden genomen.

Verder geldt er een aantal voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bedrijven die investeren, kunnen de BIK aanvragen bij de RVO. Na ontvangst van een BIK-verklaring kan de BIK worden verrekend met de loonheffing.

Let wel altijd goed op alle voor- en nadelen van het aangaan of verbreken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Tip
Investeringsverplichtingen die zijn aangegaan ná 1 oktober 2020 tellen mee voor de BIK, maar slechts als de laatste betaling voor de investering is gedaan in 2021. Het kan dus slim zijn om te beoordelen of de laatste betaling verschoven kan worden naar begin 2021.

Tip
Vaak worden investeringen gedaan door andere bv’s dan waar het personeel in dienst is. Dan kan een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting nodig zijn om gebruik te maken van de BIK. Daar komt bij dat investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen, die bestemd zijn om hoofdzakelijk te worden verhuurd binnen het concern, zijn uitgezonderd van de BIK. Een fiscale eenheid voor de Vpb kan dit voorkomen. Een voorwaarde is wel dat het dan moet gaan om zuiver binnenlandse situaties.

5. Benut de mogelijkheden binnen de werkkostenregeling

Benut ook dit jaar de mogelijkheden binnen de werkkostenregeling. Beoordeel je nog resterende vrije ruimte en bekijk of zaken die je in 2021 wil vergoeden/verstrekken nog in 2020 kunnen worden vergoed/verstrekt. Het is namelijk niet mogelijk om de vrije ruimte die in 2020 over is door te schuiven naar 2021.

Tip
Houd er rekening mee dat de vrije ruimte in 2020 eenmalig is verruimd vanwege de coronacrisis. Tot een loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 3% en over het meerdere 1,2%. De vrije ruimte wordt in 2021 echter weer verlaagd. Over de eerste € 400.000 van de loonsom wordt de vrije ruimte 1,7% en over het meerdere 1,18%.

Houd ook rekening met het gebruikelijkheidscriterium. Dit is een lastig criterium. Het betekent dat vergoedingen en verstrekkingen niet in de vrije ruimte kunnen worden ondergebracht als deze onderbrenging op zichzelf ongebruikelijk is en/of de omvang van de vergoeding/verstrekking ongebruikelijk is. Ongebruikelijk betekent in dit geval een afwijking van 30% of meer van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Volgens een arrest van de Hoge Raad betekent het echter niet dat alleen zakelijke vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling kunnen worden ondergebracht. In de betreffende zaak ging het om aandelenpakketten.

Tip
Maak gebruik van de doelmatigheidsmarge van € 2.400 per persoon per jaar. Tot dit bedrag beschouwt de Belastingdienst de vergoedingen/verstrekkingen in ieder geval als gebruikelijk. Het bedrag van € 2.400 geldt in alle redelijkheid, dus bijvoorbeeld niet voor zover het loon van de werknemer lager is dan de bedragen waar hij recht op heeft volgens de Wet op het minimumloon of als stagiair. Overigens betekent dit niet dat het bedrag van € 2.400 per definitie onbelast is. Het bedrag telt ‘gewoon’ mee voor de vrije ruimte en kan dus mogelijk een extra heffing van 80% opleveren voor jou als werkgever.

Maak alleen gebruik van de concernregeling binnen de werkkostenregeling als dit positief uitpakt. Houd er hierbij rekening mee dat de concernregeling alleen geldt voor bv’s, nv’s en stichtingen en dat een belang van minimaal 95% gedurende het gehele jaar vereist is. Door de concernregeling kan een bv die tot een concern behoort de ongebruikte vrije ruimte van een andere bv binnen hetzelfde concern benutten. Door de grotere vrije ruimte dit jaar vanwege de coronacrisis is het gebruik van de concernregeling echter minder vaak voordelig. Als je de concernregeling toepast, kun je namelijk maar 1 keer profiteren van de extra vrije ruimte van 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Het gebruik van de concernregeling is optioneel en je hoeft je keuze pas ná 2020 te bepalen.

Tip
Heb je nog geen andere belaste vergoedingen of verstrekkingen gehad? Dan kun je jezelf als dga ook een eindejaarsbonus geven van € 2.400. Staat je partner ook op de loonlijst? Dan geldt dit ook voor hem of haar.

Dit is echter niet mogelijk als je gebruik hebt gemaakt van NOW 2- en NOW 3-regeling in het kader van de coronacrisis en je een voorschot in de tegemoetkoming kreeg van € 100.000 of meer, dan wel een definitieve tegemoetkoming van € 125.000 of meer. Dit verbod op een bonus voor de dga en partner geldt ook onder NOW 1 als er gebruik is gemaakt van de concernregeling. Verder geldt het verbod ook als je langer dan 3 maanden bijzonder uitstel van betaling hebt gekregen.

6. Vier kerst dit jaar ‘WKR-optimaal’ met het personeel

Geef bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte in plaats van een kerstpakket eens een nieuwjaarsgeschenk. En een bedrijfsfeestje is begin 2021 misschien net zo gezellig als in eind 2020. Omdat deze verstrekkingen dan in 2021 plaatsvinden, komen ze ook ten laste van de vrije ruimte in 2021.

Let op
Bedenk wel dat schuiven alleen zin heeft als je in 2021 niet met dezelfde dreigende overschrijding van de vrije ruimte te maken krijgt. Houd er ook rekening mee dat de vrije ruimte in 2021 beduidend geringer is.

Let op
Gaat de borrel binnenshuis gepaard met een maaltijd? Dan komt voor de maaltijd wel het forfaitaire bedrag van € 3,35 per werknemer ten laste van de vrije ruimte. Dit is echter altijd beduidend minder dan de werkelijke waarde van een maaltijd buiten de deur, die anders ten laste van de vrije ruimte was gekomen.

7. Houd rekening met wijziging 30%-regeling

De 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid is gewijzigd. Sinds 2019 mogen werkgevers de regeling nog maar 5 keer per jaar toepassen in plaats van 8 jaar. Er is overgangsrecht ingevoerd voor de groep werknemers voor wie de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen en die zijn ingekomen vóór 1 januari 2012.

Op basis van de 30%-regeling mag een werkgever 30% van het salaris van de betreffende werknemer belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten van de buitenlandse werknemer. Een hoger percentage mag ook, mits aannemelijk wordt gemaakt dat de kosten ook hoger zijn.

Er gelden wel de nodige voorwaarden om de regeling te mogen toepassen. Er moet bijvoorbeeld met name sprake zijn van een specifieke deskundigheid. Dit is onder meer het geval als het jaarsalaris, exclusief de belastingvrije vergoeding, in 2020 minstens € 38.347 bedraagt. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een mastertitel geldt de verlaagde salariseis van € 29.149. Verder moet de werknemer voordat hij bij de Nederlandse werkgever in dienst trad op minstens 150 km afstand van de Nederlandse grens hebben gewoond.

Tip
Een soortgelijke regeling geldt voor werknemers die tijdelijk in bepaalde aangewezen landen werken. Ook aan die werknemers mag onder voorwaarden 30% van de beloning onbelast worden uitbetaald. Deze regeling wijzigt niet. 

8. Vorm een voorziening voor een transitievergoeding

Bij onvrijwillig ontslag van een werknemer moet je beginsel een transitievergoeding betalen. Hoeveel precies is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer in dienst is geweest en de hoogte van het salaris. De transitievergoeding bedraagt in 2020 maximaal € 83.000 of een bruto jaarsalaris als dit meer is.

Zijn er voldoende aanwijzingen dat je op niet al te lange termijn een of meer werknemers moet ontslaan? Dan kun je een voorziening vormen voor een transitievergoeding. Zo kun je nu al rekening houden met de kosten van een transitievergoeding die zich pas in de toekomst zullen voordoen. De hoogte van de voorziening moet je afstemmen op de te verwachten kosten en de te verwachten termijn waarop deze kosten zich zullen voordoen.

Let op
Er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de transitievergoeding betaald moet worden. Je zult dit dus aannemelijk moeten kunnen maken, bijvoorbeeld door aan te tonen dat een reorganisatie – bijvoorbeeld vanwege de coronacrisis – op termijn niet is te voorkomen.

9. Bereid je voor op einde belastingvrije vaste reiskostenvergoeding

Werkgevers kunnen hun werknemers een vaste, belastingvrije vergoeding geven voor de kosten van het woon-werkverkeer. Als je werknemers een vaste reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer krijgen, hoef je die vanwege de coronacrisis dit jaar niet aan te passen. In ieder geval tot en met 31 december 2020 mag je blijven uitgaan van de feiten waarop de vaste vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde hierbij is wel dat het recht op de vaste vergoeding uiterlijk vaststond op 12 maart 2020.

Let op
Zonder extra maatregelen verloopt de faciliteit op 1 januari 2021.

Dit betekent dat een vergoeding voor reiskosten voor thuiswerkers vanaf 1 januari 2021 dan belast loon is. De werknemer houdt dan netto minder over jij als werkgever dient premies werknemersverzekeringen en Zorgverzekeringswet af te dragen.

Je kunt hier op verschillende manieren op inspelen. Zo kun je de vergoeding afschaffen of verminderen, maar je kunt ook de belasting voor jouw rekening nemen door de vergoeding te bruteren. Dit is een relatief dure optie. Daarom is het vaak voordeliger in plaats hiervan de vergoeding onder te brengen in de werkkostenregeling.

Let op
Breng je de vergoeding onder in de werkkostenregeling? Dan moet je aannemelijk kunnen maken dat de vergoeding voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium en dus niet meer dan 30% afwijkt van wat in soortgelijke situaties aan vergoeding wordt verstrekt.

10. Vraag tijdig de verhoogde WBSO aan

Werkgevers die innovatieve activiteiten verrichten kunnen via de WBSO een fiscale tegemoetkoming krijgen in de vorm van een percentage van de gemaakte kosten. Deze kosten bestaan uit de direct toerekenbare salariskosten plus de overige toerekenbare kosten van innovatie.

Let op
Van deze kosten mag je in 2021 tot € 350.000 een extra bedrag van 40% verrekenen met de af te dragen loonheffing. Dat is 8%-punt meer dan dit jaar, want nu krijg je nog 32%. Voor startende ondernemers is het percentage dit jaar verhoogd van 40% naar 50% in 2021. Het percentage boven € 350.000 is hetzelfde gebleven en bedraagt dit en volgend jaar 16%.

Als je innovatieve activiteiten gaat uitvoeren, kun je de WBSO vooraf online aanvragen bij de RVO. Aanvragen kan in 4 periodes per jaar.

Let op
Aanvragen voor de eerste periode van 2021 moeten uiterlijk 20 december 2020 bij de RVO binnen zijn.

Meer weten?

Wil je meer weten over de eindejaarstips voor werkgevers? Neem dan contact op met je Countus-adviseur.