Algemeen

Eindejaarstips voor ondernemers

08 dec 2020

Wat kun je fiscaal dit jaar nog doen of juist nalaten om minder belasting te betalen? Bekijk onze eindejaartips 2020 voor ondernemers.

1. Speel in op lagere tarieven

Het tarief in de eerste schijf van box 1 in de inkomstenbelasting gaat in 2021 omlaag. Ook het lage tarief in de vennootschapsbelasting daalt volgend jaar. Over de eerste € 245.000 winst betaalt je bv dan 15% vennootschapsbelasting (Vpb) in plaats van 16,5% in 2020.

Het is daarom vaak voordelig om de kosten van je onderneming, indien mogelijk, zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen en opbrengsten, indien mogelijk, zo veel mogelijk uit te stellen. Denk aan de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen en aan vervroegd afschrijven.

2. Werk volgens een modelovereenkomst

Als je iemand inhuurt voor het verlenen van diensten, kun je via een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst zekerheid krijgen over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking. Gebruik je een modelovereenkomst? Dan heb je alleen vrijwaring voor het inhouden en afdragen van loonheffingen als ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt.

Gaat het in de praktijk anders? Dan vervalt de vrijwaring en kan de Belastingdienst alsnog op dat moment beoordelen of er wel of niet sprake is van een dienstbetrekking, met daarbij risico’s op forse naheffing van loonheffingen.

De Belastingdienst heeft aangegeven dat er tot 2021 niet wordt nageheven en beboet als achteraf sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking en de opdrachtgever geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen heeft ingehouden en afgedragen. Dit zal alleen anders zijn als er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking én er sprake is van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Vanaf oktober 2019 heeft de Belastingdienst het toezicht op naleving van de wettelijke voorschriften wel verscherpt. Ook worden er aanwijzingen gegeven als er bij controle toch sprake blijkt van een dienstbetrekking. Op grond van deze aanwijzingen moet je de situatie dan in beginsel binnen 3 maanden aanpassen. Doe je dit niet, dan kan de Belastingdienst toch naheffingen en boetes opleggen. Hoe het sanctiebeleid vanaf 2021 wordt, is nog onbekend.

Let op
Het kabinet heeft eerder bekendgemaakt de Wet DBA weer te willen vervangen. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (Verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor te veel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er een nieuwe wet die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarbij zal gebruikgemaakt gaan worden van een webmodule. Aan de hand van deze webmodule zou vastgesteld moeten kunnen worden of er al dan niet sprake is van een dienstbetrekking.

3. Optimaliseer je (kleinschaligheids)investeringsaftrek

Rondom de investeringsaftrek is er een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Denk aan het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (geven opdracht, ondertekening offerte, etc.) in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het percentage aan aftrek is in 2020 het hoogst als het totaal aan verplichtingen tussen € 2.400 en € 58.238 ligt. Het plannen, en voor zover mogelijk het spreiden van investeringsverplichtingen, loont vaak de moeite.

Om de investeringsaftrek ook daadwerkelijk in de aangifte inkomstenbelasting 2020 mee te mogen nemen, moet het bedrijfsmiddel in gebruik zijn genomen in 2020 óf er moet voldoende zijn aanbetaald. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winsten kan het aantrekkelijk zijn om nog in 2020 een aanbetaling te doen. Let daarbij wel op risico’s bij faillissement van de leverancier.

Let op
Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen 12 maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doe je dit niet? Dan vervalt de hele investeringsaftrek (tenzij sprake is van overmacht).

Let op
Soms mag je bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven, zoals sommige bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan. Heb je deze nog niet in gebruik genomen? Dan kun je toch willekeurig afschrijven over maximaal het bedrag dat je in het jaar van investeren hebt betaald.

Heb je in de afgelopen 5 jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoop je het bedrijfsmiddel weer of ruil je het in? Dan krijg je mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor je een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, voor zover mogelijk, met de desinvestering.

Let op
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten. Ook goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer zijn uitgesloten.

4. Meerdere ondernemingen: maximeer kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Als je investeert, heb je als ondernemer in beginsel recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen. Er geldt wel een aantal voorwaarden, waaronder een minimum investeringsbedrag. Dit bedrag is voor 2020 € 2.401. Dit is € 100 hoger dan in 2019. Kleinere investeringen komen dus minder snel voor de extra aftrek in aanmerking. De KIA krijg je bovendien alleen voor investeringsgoederen waarop je moet afschrijven.

Dit betekent dat het bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeer je in 2020 in totaal dus minstens voor € 2.401 aan bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten? Dan heb je recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Tip
Zit je dit jaar met je investeringen net onder de minimumgrens van € 2.401? Dan kan het lonend zijn een voorgenomen investering iets te vervroegen, zodat je toch voor de KIA in aanmerking komt. Het kan zomaar 28% KIA opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen.

Het kabinet heeft duidelijk gemaakt dat de KIA per onderneming dient te worden berekend en toegepast. Dit betekent dat een ondernemer die meerdere ondernemingen heeft voor alle ondernemingen apart de KIA mag berekenen.

De verduidelijking pakt meestal voordelig uit. Een investering van bijvoorbeeld € 100.000 in 1 onderneming levert namelijk minder KIA op dan 2 investeringen van € 50.000 in 2 aparte bedrijven. Heb je meerdere ondernemingen? Dan is het met het oog op een hogere KIA dus van belang de KIA per onderneming te berekenen en te claimen.

5. Vorm een herinvesteringsreserve voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heb je een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald? Dan kun je de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. De voorwaarde is wel dat je een vervangingsvoornemen hebt en houdt.

Je kunt de herinvesteringsreserve in stand houden gedurende maximaal 3 jaar na het jaar waarin je het bedrijfsmiddel hebt verkocht. Investeer je binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel? Dan boek je de herinvesteringsreserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Investeer je niet tijdig in een ander bedrijfsmiddel, dan valt de herinvesteringsreserve aan het einde van het derde jaar in de winst. Door de verlaging van de tarieven de komende jaren kunnen een reservering en een latere vrijval toch voordelig zijn. Het is dan ook in veel gevallen voordelig om een herinvesteringsreserve te vormen.

Voor het vormen en aanwenden van een herinvesteringsreserve gelden enkele voorwaarden. Met name het genoemde vervangingsvoornemen is van belang. Je kunt dit aannemelijk maken door bijvoorbeeld offertes aan te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Laat je hierover goed informeren en adviseren.

Tip
Stel je bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld je bv? Dan mag je als terbeschikkingsteller ook een herinvesteringsreserve vormen.

6. Laat je herinvesteringsreserve niet verlopen

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een herinvesteringsreserve die je in 2017 hebt gevormd, moet je nog vóór 31 december 2020 benutten. Doet je dat niet? Dan valt de herinvesteringsreserve vrij en moet je belasting betalen. Investeer daarom op tijd.

Let op
Op de termijn van 3 jaar waarbinnen je moet herinvesteren, bestaan 2 uitzonderingen. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor vergunningen nodig zijn.

De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop gemaakt zijn. Ook moet je de vertragende factoren desgewenst aannemelijk maken.

Let op
Onlangs is door de staatssecretaris van Financiën bekendgemaakt dat de coronacrisis als zo’n bijzondere omstandigheid aangemerkt kan worden. Bovendien is toegezegd dat de Belastingdienst hiermee ruimhartig zal omgaan. Heb je de afgelopen jaren een HIR gevormd en heb je een begin van uitvoering gemaakt met herinvesteren, maar is dit vanwege de coronacrisis vertraagd? In de meeste gevallen zal dit dan betekenen dat je, na het derde jaar na vorming van de HIR, deze toch niet aan de winst hoeft toe te voegen. De HIR blijft dan in de boeken gereserveerd totdat uitstel van herinvesteren vanwege corona niet meer aannemelijk is en je de HIR op een nieuw bedrijfsmiddel kunt afboeken. Zo geniet je nog enige tijd van het rente- en liquiditeitsvoordeel.

7. Voorkom verliesverdamping

Beoordeel of je ondernemingsverlies uit het verleden nog tijdig kan worden verrekend. Je kunt namelijk in de vennootschapsbelasting je verlies alleen verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende 6 jaar (carry-forward). Je ondernemingsverlies in de inkomstenbelasting kun je verrekenen met positieve inkomsten in box 1 uit de 3 voorafgaande jaren en de 9 volgende jaren.

Tip
Dreigt je verlies uit het verleden verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om je winst dit jaar te verhogen. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt dan wellicht in december extra aantrekkelijk. Overleg met je adviseur over de mogelijkheden.

Let op
De voorwaartse verliesverrekening voor de vennootschapsbelasting is in 2019 teruggebracht van 9 naar 6 jaar. Op deze vorm van verliesverrekening is overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat de nieuwe, kortere termijn van voorwaartse verliesverrekening niet geldt voor verliezen die tot 2019 zijn geleden.

Deze verliezen houden gewoon hun bestaande verrekentermijn van 9 jaar en verdampen dus uiterlijk pas na 2027.

Verder geldt dat de hoofdregel dat oudere verliezen vóór nieuwere verliezen verrekend worden, niet geldt als dit in de nieuwe situatie ongunstig uitpakt voor de belastingplichtige. Zo worden de bestaande regels zo veel mogelijk gerespecteerd.

Let op
Het kabinet heeft op Prinsjesdag voorgesteld om per 1 januari 2022 de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting te beperken tot 50% van de belastbare winst. Deze maatregel wordt voorgesteld in combinatie met een onbeperkte voorwaartse verliesverrekening in plaats van de huidige 6 jaar. Daarbij wordt voorgesteld dat de verliezen tot een bedrag van € 1 miljoen aan belastbare winst volledig verrekenbaar zijn. Voor zover de belastbare winst hoger is dan € 1 miljoen, worden die verliezen – uiteraard voor zover zij meer bedragen dan € 1 miljoen – slechts tot een bedrag van 50% van de belastbare winst boven € 1 miljoen verrekend.

Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd, dus het is nog niet zeker of het voorstel in de voorgestelde vorm zal worden overgenomen.

8. Vraag een voorlopige verliesverrekening aan

Heb je in 2019 winst behaald, maar sluit je het jaar 2020 vermoedelijk af met een verlies? Dan kun je de Belastingdienst na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2019.

Let op
Een voorlopige verliesverrekening levert je een liquiditeitsvoordeel op, want je kunt sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld. De voorlopige verliesverrekening wordt naderhand verrekend met de definitieve verliesverrekening. 

Let op
Heb je in 2020 vanwege de coronacrisis verlies geleden? Dan kun je dit sneller verrekenen. Je mag namelijk – onder voorwaarden – het verwachte verlies over 2020, voor zover dat verband houdt met de coronacrisis, al in 2019 aftrekken. Dit doe je door een zogenoemde coronareserve te vormen. Deze reserve mag niet hoger zijn dan je winst over 2019. Na het vormen van de reserve kun je vragen om een nadere (lagere) voorlopige aanslag over 2019. De fiscale coronareserve valt in 2020 weer verplicht vrij en valt dan volledig in de winst.

9. Beoordeel de hoogte van de winst

Aan het eind van het jaar weet je meer over je winstpositie. Beoordeel of je winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht overschrijd je net de belastingschijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000. Hierboven bedraagt de belasting 25% in plaats van 16,5%. Of kom je in de inkomstenbelasting in het hoogste tarief. Het kan dan aantrekkelijk zijn om je winst te verlagen door bijvoorbeeld een geplande investering naar voren te halen.

Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op je totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Tip
Wijkt je winst af? Vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkom je de hoge belastingrente. Bij een teruggave voorkom je dat je geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

10. Verwerk personeelsuitgaven en relatiegeschenken in laatste btw-aangifte

Eind januari moeten de meeste ondernemers de laatste btw-aangifte van het jaar 2020 inleveren. Vergeet hierin niet de uitgaven voor je medewerkers en relatiegeschenken. De btw op deze uitgaven is niet altijd aftrekbaar, ook niet als je prestaties verricht die belast zijn met btw. Personeelsuitgaven zijn bijvoorbeeld personeelsuitjes en het bekende kerstpakket. Relatiegeschenken kunnen verschillend van aard zijn, zoals het kistje wijn met kerst. Voor een aantal voorzieningen geldt een uitzondering of een speciale regeling. Dit geldt onder meer voor verhuiskosten, de auto van de zaak en voor fietsen.

De btw ten aanzien van personeelsuitgaven is niet aftrekbaar als de uitgaven voor een medewerker in een jaar meer bedraagt dan € 227 excl. btw. Blijven de uitgaven onder dit bedrag, dan kun je de btw wel aftrekken.

Let op
Dit betekent dat je moet berekenen wat de uitgaven aan personeelsvoorzieningen per werknemer in een jaar zijn geweest.

Ook de aftrek van btw op relatiegeschenken is soms beperkt. De btw is namelijk niet aftrekbaar als de ontvanger van het geschenk – als hij het zelf zou kopen – minder dan 30% van de btw in aftrek zou kunnen brengen én je in dat jaar aan deze relatie meer dan € 227 (excl. btw) aan relatiegeschenken hebt gegeven. Heb je op genoemde uitgaven in de loop van het jaar te veel of juist te weinig btw in aftrek gebracht? Dan moet j dit in de laatste btw-aangifte corrigeren.

11. Maak gebruik van de nieuwe KOR

De kleineondernemersregeling (KOR) in de omzetbelasting is per 2020 gewijzigd. De nieuwe KOR is een vrijstellingsregeling. Ondernemers met een lagere jaaromzet dan € 20.000 kunnen hiervoor kiezen. De regeling is niet verplicht. De keuze voor de nieuwe KOR houdt in dat je geen btw in rekening hoeft te brengen en automatisch bent ontheven van allerlei btw-verplichtingen.

Let op
Je verliest ook je recht op btw-aftrek. De nieuwe KOR geldt nu ook voor rechtspersonen, zoals bv’s, stichtingen en verenigingen. Als je hebt gekozen voor de nieuwe KOR en vervolgens in de loop van het jaar de omzetgrens van € 20.000 overschrijdt, word je vanaf dat moment weer btw-plichtig.

Met name voor ondernemers die te maken hebben met afnemers/klanten die de btw niet kunnen terugvragen, kan de KOR uitkomst bieden. Ondernemers die de nieuwe KOR willen toepassen, moeten dit tijdig melden bij de inspecteur. Een eenmaal gemaakte keuze voor de KOR geldt in beginsel voor 3 jaar.

12. Houd de herzieningstermijn in de gaten

Heb je in de afgelopen 10 jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft? Let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het jaar van ingebruikname en de 9 opvolgende jaren in bepaalde gevallen moet worden gecorrigeerd. Dit is het geval als de verhouding van het gebruik van de onroerende zaak voor btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan je uitging op het moment van aanschaf. Dit heeft tot gevolg dat je mogelijk btw moet terugbetalen of juist terugkrijgt van de Belastingdienst.

Deze herzienings-btw geef je op in de laatste btw-aangifte van het jaar. Uiteraard kunnen wij je hierbij helpen.

Let op
Ook voor roerende zaken waarop je moet afschrijven geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt echter het jaar van ingebruikname en de 4 jaren erna.

13. Verzoek om vergoeding coulancerente

Je hebt geen wettelijk recht op een rentevergoeding bij verrekening van een verlies met winst uit een ouder jaar. Dit geldt zowel voor de inkomsten- als de vennootschapsbelasting. In die gevallen kun je wel verzoeken om vergoeding van coulancerente. Dit verzoek wordt ingewilligd op voorwaarde dat de behandeling van je verzoek om teruggave langer heeft geduurd dan gebruikelijk.

Hiervan is sprake als bij het vaststellen van de verliesverrekening het afhandelen van de aangifte langer dan een jaar heeft geduurd. Dit moet te wijten zijn aan getreuzel bij de Belastingdienst. De schuld voor de vertraging mag dus niet bij jou liggen.

Bovendien gaat het alleen om het deel van het verlies waarvoor je geen voorlopige verliesbeschikking hebt kunnen vragen. Je kunt dit vragen voor 80% van het verlies, dus slechts voor 20% van het verlies heb je recht op de vergoeding voor coulancerente.

Let op
Een verzoek om coulancerente kun je indienen via een formulier. Bekijk hiervoor de website van de Belastingdienst.

Tip
Het percentage coulancerente bedraagt zowel voor de inkomstenbelasting als voor de vennootschapsbelasting 4%.

14. Vervroeg de aanschaf van een (bedrijfs)pand

Bij aankoop van onroerend goed moet je overdrachtsbelasting betalen. Voor niet-woningen is het tarief 6%. Per 2021 gaat dit tarief met 2%-punt omhoog naar 8%. We raden je daarom aan de voorgenomen aankoop van een bedrijfspand nog vóór 2021 te realiseren.

Ook bij de aankoop van een woning geldt voor bedrijven vanaf 2021 een tarief van 8%. Zo wil het kabinet het beleggen in woningen door bedrijven afremmen. Was je van plan met je bedrijf te investeren in woningen, bijvoorbeeld ter belegging of om je werknemers van geschikte huurwoningen te kunnen voorzien? Doe dit dan nog dit jaar.

Let op
Een stijging met 2%-punt lijkt wellicht niet veel, maar het betekent wel dat de af te dragen overdrachtsbelasting met 33,3% toeneemt.

15. Verlenging uitstel van betaling

Ben je met je bedrijf in de betalingsproblemen gekomen door de coronacrisis? Dan kun je nog tot en met 31 december 2020 bijzonder uitstel van betaling aanvragen of een eerdere aanvraag voor bijzonder uitstel van betaling van je belastingen verlengen. De regeling voor dit bijzonder uitstel van betaling eindigt uiterlijk 31 december 2020.

Wanneer je bijzonder uitstel afloopt, moet je bij de eerstvolgende aangifte je belasting weer op tijd betalen. Vanaf 1 juli 2021 begint de afbetaling van de openstaande belastingbedragen waarvoor je uitstel van betaling hebt gekregen. Je krijgt hiervoor 3 jaar lang de tijd.

16. Vraag btw op oninbare vordering terug

Als je afnemers/debiteuren niet betalen, kun je de al in rekening gebrachte en afgedragen btw onder voorwaarden terugkrijgen. Het moet dan duidelijk zijn dat je afnemer niet zal betalen, zoals bij een faillissement. Bij fictie is een niet betaalde vordering sowieso 1 jaar na de opeisbaarheid daarvan oninbaar. Je doet er dan verstandig aan de btw in dat tijdvak via de btw-aangifte terug te vragen. Een later ingediend verzoek om teruggaaf biedt minder zekerheid op succes. Soms is ook al eerder duidelijk dat je niet meer op betaling hoeft te rekenen.

Tip
Als een vordering 1 jaar na opeisbaarheid nog niet is betaald, kun je de btw in ieder geval terugvragen.

Let op
De btw op de vordering kan in de reguliere aangifte worden teruggevraagd in het tijdvak waarin de vordering oninbaar is gebleken.

17. Bereid je voor op de Brexit

De coronacrisis is voor veel bedrijven zo allesoverheersend dat de ontwikkelingen rondom de Brexit een beetje naar de achtergrond zijn verdwenen. Een goede voorbereiding blijft echter noodzakelijk, zeker nu er op 31 december 2020 definitief een einde komt aan de overgangsperiode waarin voor het Verenigd Koninkrijk nog de EU-regels en -wetten gelden.

Na de overgangsperiode komen er veranderingen, met of zonder akkoord over de nieuwe relatie. Als het VK en de Europese Unie geen afspraken met elkaar kunnen maken, dan zullen de Britten de EU verlaten zonder deal en terugvallen op de handelsafspraken van de Wereldhandelsorganisatie, het schadelijkste economische scenario.

Wat kun je doen?
Hoewel de gevolgen van de Brexit nog altijd niet duidelijk zijn, is het verstandig om je bedrijf al wel op verschillende zaken voor te bereiden. Denk aan:

  • Douaneaangiften worden in alle scenario’s onderdeel van je invoer van of uitvoer naar het VK.
  • Mogelijk krijg je te maken met dubbele procedures in het VK en de EU, omdat er niet langer 1 gezamenlijk traject is. Denk aan aparte aanvragen van markttoelatingen.
  • De EU en het VK willen weliswaar importheffingen voorkomen, maar het is niet zeker of dit straks gaat lukken.
  • Vervoersafspraken zullen opnieuw moeten worden beoordeeld: bijvoorbeeld, wie gaat invoeren en voor wiens rekening zijn deze kosten en (invoer)heffingen.
  • Voor de btw-administratie verandert het nodige. Had je eerst te maken met de regels voor intracommunautaire regels, straks is mogelijk sprake van in- en uitvoer die gepaard gaan met andere factuur- en aangifteverplichtingen. Dit geldt zowel voor B2B- als voor B2C-transacties. Laat je door ons informeren.
  • Als je vanuit het VK invoert in Nederland, maak dan gebruik van de zogenaamde btw-verleggingsregeling bij invoer. Vraag daarvoor een vergunning aan bij de Belastingdienst.

Tip
Wat zijn voor de gevolgen van de Brexit voor jouw bedrijf? Doe de Brexit Impact Scan en ga naar het Brexit Loket.

Meer weten?

Wil je meer weten over de eindejaarstips voor ondernemers? Neem dan contact op met je Countus-adviseur.