Agro, Akkerbouw

Afspoelingsbeperkende maatregelen bij ruggenteelten op klei- of lössgrond

04 jan 2021

Bij ruggenteelten gelegen op klei- of lössgrond grenzend aan een watergang, moeten vanaf 2021 afspoelingsbeperkende maatregelen worden genomen. In geval van neerslag kan oppervlakkige afspoeling vanaf percelen plaatsvinden naar nabijgelegen watergangen. Het wordt verplicht om de afspoeling vanaf ruggen (opgehoogde stroken) te bemoeilijken en maximaal te voorkomen.

Ruime definitie van ruggen

Dat de teelt van aardappelen op ruggen onder de definitie van ‘ruggenteelt’ valt zal vrij duidelijk zijn. Maar deze definitie is veel ruimer. De officiële toelichting beschrijft het als: ‘alle teelten waarbij het gewas in opgehoogde stroken aarde wordt geteeld’. De teelt van bloembollen, witlof, wortelen of asperges vallen bijvoorbeeld ook onder de definitie van ‘ruggenteelt’.

Afspoelingsbeperkende maatregelen

De maatregel wordt ingevoerd om afspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater tegen te gaan. Door deze maatregel moet de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren.. Je kunt kiezen uit de volgende opties om de afspoeling te bemoeilijken:

  • Drempels
  • Greppels/sleuven
  • Onbemeste akkerrand

Drempels aanbrengen

Kies je voor drempels? Dan moeten de drempels worden aangebracht tussen de ruggen en ze moeten 5 tot 10 centimeter hoog zijn. Tussen de drempels zitten gelijke afstanden van minimaal 40 centimeter en maximaal 2 meter. Drempels worden tijdens of vlak na het maken van de ruggen aangebracht.

Wanneer gewasschade dreigt, mag de maatregel tijdelijk worden opgeheven. Dit mag bijvoorbeeld bij waterrot ten gevolge van een te langdurige wateropslag door de aanleg van drempels (bij extreme weersomstandigheden). De drempels moeten daarna wel weer zo snel mogelijk opnieuw worden aangebracht. In de loop van de tijd worden de drempels kleiner en bij het sluiten van het gewas zijn de drempels niet meer nodig.

Greppels/sleuven

Je kunt ook greppels of sleuven toepassen. Afwaterende greppels of infiltratiesleuven vangen in niet-extreme weersomstandigheden het water van het perceel op. De greppels of sleuven mogen niet afwateren op een watergang. Greppels zijn 30 tot 50 centimeter breed, 30 tot 40 centimeter diep en worden parallel of juist loodrecht op de watergang ingezet. Infiltratiesleuven zijn 10 tot 15 centimeter breed, 70 tot 90 centimeter diep en worden parallel aan de watergang of als ringsleuf om het perceel heen toegepast. Eventueel kunnen greppels of sleuven via een overloopbuis – die alleen bij extreme neerslag overstroomt – naar de watergang worden geleid.

Onbeteelde en onbemeste akkerrand

Dan de onbeteelde en onbemeste akkerrand. Een onbeteelde of onbemeste zone wordt parallel aan de watergang aangelegd en is minimaal 3 meter breed. Gedurende het groeiseizoen raakt deze begroeid waardoor de afstroming vermindert en gronddeeltjes worden ingevangen.

De onbeteelde zone wordt niet gebruikt voor akkerbouwmatige teelt, maar wordt bijvoorbeeld wel begroeid door kruidenrijk grasland, bloemenstroken en/of bankerplanten. Dit draagt ook bij aan de biodiversiteit.
Het is nog niet helemaal duidelijk of de akkerrand ook mee mag tellen als akkerrand voor de invulling van de EA-vergroening voor het GLB. Ook is nog niet duidelijk of de akkerrand als pad gebruikt mag worden.

Meer weten?

Wil je meer weten over wat in jouw situatie de beste oplossing is? Neem contact op met jouw Countus-adviseur.