‘Countus heeft niet alleen verstand van de akkerbouwtak, maar ook van het kweekwerk’

Sjouk Brunia
Aardappelkweker Sjouk Brunia

In gesprek met aardappelkweker Sjouk Brunia

Geluk, kennis en heel veel fingerspitzengefühl. Dat zijn volgens Sjouk Brunia de basisingrediënten voor een succesvolle aardappelrassenkweker. Met internationale bekendheid en een paar succesvolle rassen op zijn naam is de 74-jarige kweker nog lang niet klaar met plannen maken.

Van gemengd naar akkerbouw

Het gemengde bedrijf van zijn vader, met zowel akkerbouw als veeteelt, viel onder de zogeheten eerste uitgifte van gronden in het drooggelegde Flevoland. In 1947 verhuisde het gezin namelijk van Lemmer naar Kraggenburg. Het bedrijf bleef nog een hele tijd een gemengd bedrijf, maar vanaf de jaren ‘60 koos vader ervoor om alleen met het akkerbouwgedeelte door te gaan.

Raak met rassen

Het kweken van aardappelrassen pakte zijn vader vanaf midden jaren ‘70 op. En met succes. Sjouk weet het zich nog goed te herinneren. ‘Het was vrij snel raak met het ras Morene, daarna met rassen als Felsina, Triplo en Focus. De rassen stonden binnen enkele jaren op de rassenlijst. Mijn vader was veel op reis, richting de Dode Zee, Frankrijk en Spanje. Ik vond het boeiend wat hij deed, maar mijn echte interesse kwam pas later. Ik nam het akkerbouwbedrijf over in 1974 en had daar mijn handen vol aan.’

Volledig vertrouwen

Vanaf dat moment kwam Countus in beeld als accountant. En dat is onveranderd gebleven. ‘Onze adviseur en boekhouder van Countus heeft niet alleen verstand van de akkerbouwtak, maar ook van het kweekwerk’, vertelt Sjouk. ‘Countus heeft veel gedaan voor mijn vader en voor mij. We zijn het niet altijd eens, maar dat hoeft ook niet. Het is goed om iemand naast je te hebben die meekijkt, adviseert en de fiscale en boekhoudkundige actualiteiten kent. We kunnen volledig op Countus vertrouwen, en dat al 46 jaar.’

Boerderij en kweekwerk gaan niet samen

Sjouk heeft het pioniersbloed duidelijk van zijn vader. Hij runde het akkerbouwbedrijf met aardappelen, bieten en tarwe in het bouwplan met plezier. Maar het succes van zijn vader trok ook hem na verloop van tijd aan. Bovendien merkte Sjouk al snel dat de boerderij en het kweekwerk niet goed samen gaan.

‘Daarvoor is het kweken te tijdrovend. Het kost veel tijd en geduld. Het is een apart gebeuren, iets dat je altijd bezig houdt. En dat moet ook. Als je er geen plezier in hebt, moet je er niet aan beginnen.’ Sjouk verkocht de boerderij in 2011.

Begonnen als hobbykweker

Al veel eerder begon hij met de kweek van aardappelrassen als hobby. Met een ruimte van 0,5 ha achter de boerderij, ging hij de tijdrovende en arbeidsintensieve klus aan. In de open grond. ‘Ik begon als hobbykweker, met enkele moederplantjes waarvan ik de bloemetjes heb bevrucht. De bloemetjes kregen besjes vol met zaadjes. Als je deze uitspoelt, kun je ze het jaar erop zaaien. Met de knolletjes die daaruit komen, ga je verder.’

‘Van elke plant heb je 1 knol nodig. De kunst is dat je moet kunnen weggooien. Vorm en smaak zijn belangrijk’, legt Sjouk uit. ‘Het handelshuis onderzoekt op bacteriën, virussen en phythophthora bijvoorbeeld. Maar dan ben je al minstens 5 of 6 jaar verder.’

Resistente aardappelrassen

Via het biologische veredelingsproject Bio-Impuls werkt Sjouk bovendien mee aan de ontwikkeling van resistente aardappelrassen. ‘Via Bio-Impuls krijg ik zaad van kruisingen met bepaalde genen waar ik mee verder kan. De eerste indrukken zijn veelbelovend.’

Vrije aardappelkweker

Sinds 2008 is Sjouk niet meer aangesloten bij een vast handelshuis. ‘Ik ben een vrij aardappelkweker. Ik kan dus zelf uitzoeken waar ik mijn rassen aanbied en wat ik ermee doe. Dat is een goede zet geweest, want geen jaar is hetzelfde en ik blijf nog steeds leren.’

Internationale bekendheid

Sjouk kan intussen rekenen op internationale bekendheid. Een hobbykweker is hij allang niet meer. Zijn rassen Goldeye, Little Giant en Red Snapper hebben internationaal voet aan de grond gekregen. Veelbelovende rassen die nog in ontwikkeling zijn, zijn Snow Finger, River Russet en Autumn Rose. ‘Deze rassen gaan voornamelijk richting Amerika’, verduidelijkt hij.

Door het kweekwerk komt Sjouk in landen als Marokko, Spanje, Frankrijk, Amerika, Schotland en Canada. In Canada boekt hij serieus succes met een vroeg krielaardappelras. ‘In Canada is er veel vraag naar kleine aardappels die in de schil gestoomd kunnen worden. De rassen worden daar nu beproefd en de eerste terugkoppelingen zijn positief. Het frietras Shepherd is aangemeld bij Schaap Holland voor de rassenlijst. Ook deze is voor beproeving naar Canada.’

Vol energie en plannen

Ondanks zijn successen denkt Sjouk er steeds vaker aan om af te bouwen. ‘Ik ben 74, het is een keer goed geweest. Maar het blijft mooi werk en het is prachtig om zoveel van de wereld te zien.’ En aan energie en plannen heeft de aardappelkweker geen gebrek. ‘Een succesvol ras kweken blijft een lot uit de loterij. Het is een enorme uitdaging en een eer als het lukt.’

Toch kijkt de kweker met lichte scepsis naar de Nederlandse pootgoedtak. ‘Nederland is aardappelland bij uitstek, maar de pootgoedtak heeft het moeilijk. De virusdruk neemt toe en bestrijdingsmiddelen verdwijnen van de lijst. De export staat daardoor ook onder druk, want de eisen blijven hoog. De bedrijven van de akkerbouwers worden te groot om het selectiewerk goed te kunnen blijven doen. Nederland is een aardappel-vakland en de pootgoedtak scoort hoog, maar ik vraag me serieus af voor hoe lang nog’, besluit hij.