‘Bij ons is goed niet goed genoeg’

Niels en Marlous Katier
Katier Pluimvee

In gesprek met Niels Katier van Katier Pluimvee

Hygiëne, dierenwelzijn en duurzaamheid zijn speerpunten voor pluimveehouders Niels en Marlous Katier. Ze hebben een opfokbedrijf voor ouderdieren in Ambt Delden. In 20 weken fokken ze eendagskuikens op voor vermeerderaars. Het besef dat ze werken met kippen en dus met voedsel is sterk aanwezig. ‘We houden van strak en glad. En daar zijn we niet alleen alert op ín de stallen. Ook buiten willen we dat het er verzorgd bij ligt.’

Nette uitstraling

De bestrating is schoongespoten, het gras is kort gemaaid, en nergens liggen materialen of andere voorwerpen. Katier Pluimvee oogt netjes. Samen met hun kinderen Pien (4) en Guus (2) wonen Niels en Marlous op het Overijsselse pluimveebedrijf, de plek waar Niels opgroeide. ‘We zijn heel alert op netheid’, bevestigt Niels. ‘Hier zie je geen stenen of palen tegen de stallen aan liggen. Dat trekt alleen maar ongedierte aan.’

‘Wij streven naar een goede, nette uitstraling, dat is ons visitekaartje. En dat doen we niet alleen voor de mensen in onze omgeving. Zo willen we ons ook in de branche profileren. Goed is bij ons niet goed genoeg. We streven ernaar de beste leverancier te zijn van vleeskuikenouderdieren. Daarvoor dagen we onszelf continu uit om het beter te doen.’

De continue aandacht voor de puntjes op de i is ook in de stallen een belangrijk aandachtspunt. Dat begint met een nette doucheruimte, schone overalls en laarzen. Niels: ‘Wekelijks reinigen we alle centrale gangen, kantines en de hygiënesluis en wassen we de werkkleding. Als een vermeerderaar tijdens de opfokperiode komt kijken naar de opfokdieren, vinden we het belangrijk dat de eerste indruk goed is.’

Educatie- en vergaderruimte

Dierenwelzijn staat ook hoog op de agenda op het Overijsselse bedrijf. Niels: ‘Door respectvol om te gaan met de dieren zien we elke kip als een individu en niet als 1 van de velen in een koppel. Uiteindelijk hangt er veel samen met de gezondheid van de dieren. Denk aan werkvreugde, technisch en financieel resultaat.’

‘Bezoekers weren we vanwege de hygiëne-eisen zoveel mogelijk. Maar we kunnen ons goed voorstellen dat mensen graag willen weten wat er in de stallen gebeurt en hoe we werken. Daarom hebben we in 2014 een educatieruimte ingericht. Deze ruimte ‘Zie de kip’ is te huur als vergaderruimte voor 8 tot 10 personen.’

Live-beelden

In deze ruimte laten Niels en Marlous live-beelden van de stal zien. Ook kun je in de ruimte een bedrijfsreportage bekijken waarin je erachter komt wat er gebeurt binnen een opfokperiode van 20 weken. ‘Daarnaast laten we zien waar onze kippen naartoe gaan, hoe een vleeskuikenhouderij eruitziet, hebben we promotiemateriaal van de vleessector en een korte film van ‘Kip in Nederland’, licht Niels toe.

‘We begrijpen namelijk dat consumenten willen weten waar hun voedsel vandaan komt en daar vragen over hebben. Op deze manier dragen wij daar een steentje aan bij. Wij zitten natuurlijk behoorlijk vooraan in de vleeskuikenketen, maar zijn ons er wel degelijk van bewust dat we met voedsel bezig zijn.’

Ieder koppel een nieuwe uitdaging

Het grootse deel van de eendagskuikens die in 20 weken tijd uitgroeien tot geslachtsrijpe ouderdieren, loopt via een opfokintegratie. Niels: ‘Na 20 weken bij ons, zijn de dieren 40 weken bij een vermeerderaar. We leveren hoofdzakelijk hennen en een klein percentage hanen. Deze dieren zorgen gezamenlijk voor de productie van bevruchte broedeieren. Deze worden vervolgens uitgebroed bij een boerderij voor vleeskuikenhouders.’

‘Het is iedere keer weer een uitdaging om na 20 weken een mooi ogend en uniform koppel met een goede gezondheidsstatus af te leveren. Wij willen dat onze afnemers tevreden zijn en dat we een duurzame relatie op kunnen bouwen. Ik neem halverwege de productieperiode dan ook graag contact op met de vermeerderaar om te bespreken hoe het koppel het doet.’

‘Daarnaast proberen we in onze stallen zoveel mogelijk na te bootsen van wat de kippen straks bij de vermeerderaar ook hebben. Vermeerderaars waarderen het bijvoorbeeld dat we springplateaus in onze stallen hebben en de wijze waarop we drinkwater verstrekken.’

Maatschappelijk draagvlak

Het bedrijf telt 92.500 dierplaatsen. Niels’ ouders begonnen op een locatie iets verderop een vermeerderingsbedrijf voor vleeskuikenouderdieren. Eind jaren ’70 verhuisde de familie naar de huidige locatie. Daar werd in de loop van de tijd uitgebreid en nam Niels het bedrijf over. Nu vormen Marlous en hij samen een VOF.

Bij de uitbreiding van het bedrijf was en is de aandacht voor de omgeving telkens een belangrijk aandachtspunt. Niels: ‘Aan maatschappelijk draagvlak hechten wij veel waarde. Door onze plannen met de naaste omgeving te bespreken en toe te lichten voordat we deze bij de lokale overheid indienen, creëren we begrip en daarmee draagvlak.’

Schema’s

Het rantsoen voor de kippen wordt in nauw overleg met de nutritionist van de integratie afgestemd. ‘Samen met de vermeerderaar, de dierenarts of voorlichter stellen we een entschema op. We regelen alle afspraken met de pluimveearts, ent- en vangploeg, transportbedrijf, fokkerij en de integratie zelf.

‘Als er een nieuw koppel komt, maak ik een schema van dag tot dag. Zo is duidelijk wat we moeten doen en kunnen we heel gestructureerd werken. Dat werkt ook voor onze werknemers, 1 fulltimer en een parttimer, het meest duidelijk en efficiënt.’

Oprechte interesse

Niels en Marlous laten de volledige loonadministratie uitvoeren door Countus. Dat bevalt goed en zorgt ervoor dat ze erop kunnen vertrouwen dat alles goed geregeld is. Sinds 2011 schakelen ze Countus ook in voor juridische en fiscale zaken. Hun vaste ondernemersadviseur Louis Buschers is daarbij een prettige sparringpartner, vertelt Niels. ‘Ik schroom niet om hem te bellen. Hij weet goed hoe ik in elkaar steek, hoe ik denk en is oprecht geïnteresseerd in mij, ons en ons bedrijf. Dat voelt goed.’

‘Door de juiste vragen te stellen en door te vragen, zet Louis mij aan het denken. Als ik iets in mijn hoofd heb, ben ik er redelijk standvastig. We hebben bijvoorbeeld een afvalpers gekocht. Een behoorlijke investering, maar ik vind het belangrijk om hier bewust en met het oog op het milieu mee bezig te gaan. Louis vraagt in zo’n geval goed door over waarom ik deze investering precies wil doen.’

‘Door de juiste vragen te stellen, doe ik de investering nóg bewuster. Ook al zoek ik veel zelf uit en lees ik veel, goed advies is nooit te duur. Dat geldt voor het advies van Countus zeer zeker.’

Oog voor duurzame leefomgeving

De duurzaamheidsinsteek van Katier Pluimvee blijft niet beperkt tot de afvalpers. De zonnepanelen op de staldaken maken het bedrijf nagenoeg zelfvoorzienend. Alle stallen zijn uitgerust met frequentieregelaars om de ventilatoren frequentiegestuurd te regelen. Hierdoor bespaart het bedrijf elektriciteit.

Een aantal stallen zijn voorzien van indirect gestookte heaters, waardoor er minder geventileerd hoeft te worden en de mest beter indroogt. Niels: ‘Hiermee reduceren we gas, elektriciteit en ammoniak. Ook hebben we warmte-terugwinningssystemen (WTW) geplaatst voor de reductie van gas. De WTW’s in de meeste recent gebouwde stal uit 2018, reduceren naast gas en ammoniak bovendien fijnstof.

Een gasloze stal bouwen is iets dat Niels ook bezighoudt. ‘Wij stoken 2 en een kwart keer per jaar de stallen op, als er een nieuw koppel kuikens komt. Dat is niet vaak, maar toch is het gasverbruik een vraagstuk. Er zijn alternatieven, maar die zijn lastig rendabel te maken. Toch vinden we het belangrijk om uit te stralen dat we – naast dat we produceren voor de pluimveevleessector – ook oog hebben voor een duurzame leefomgeving.’

Toekomst

De komende jaren staan bij de pluimveehouder waarschijnlijk in het teken van de sloop van stallen uit 1979 en 1986, waar nog asbest op de daken ligt. Ook is het bedrijf van plan een nieuwe stal te bouwen. Daarbij denkt Niels na over een tweede locatie. ‘Het is geen doel op zich, maar ik zit niet stil en maak graag plannen. Ja, ik houd van het ondernemerschap.’