Algemeen

Het nieuwe GLB samengevat

29 nov 2022

In 2023 gaat het nieuwe GLB van start, met alle veranderingen van dien. In deze blog houden wij je op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen, zodat je weet wat je straks kunt verwachten. Let op: deze informatie is op 18 november 2022 met de grootst mogelijke zorg samengesteld. De regeling is nog niet definitief.

De basisbetaling

In het nieuwe GLB vervallen de betalingsrechten en krijg je premie op basis van je subsidiabele hectares. Je kunt aanspraak maken op een basispremie en op een eco-premie. Voor beiden geldt dat je allereerst moet voldoen aan de basisvoorwaarden.

Voldoe je aan de basisvoorwaarden, dan krijg je in 2023 een basispremie van ongeveer € 220 per hectare. Voor de eerste 40 hectares mag je daar nog € 55 bij optellen.

Goede Landschap- en Milieucondities

Naast randvoorwaarden die we na vele jaren van GLB bijna als vanzelfsprekend achten, gaan er Goede Landschap- en Milieucondities (GLMC’s) gelden. Ook hierin zul je voorwaarden uit het voorgaande GLB herkennen, maar het gaat er wel anders uitzien. De vergroeningseisen gaan onder de basisvoorwaarden vallen en de EU scherpt sommige eisen aan. De grootste veranderingen zijn: bufferstroken, vruchtwisseling op bouwland en het areaal non-productief bouwland.

We leggen deze uit:

De bufferstroken (GLMC 4 en GLMC 10)
Of je nu deelneemt aan het GLB of niet, je zult bufferstroken moeten hanteren als jouw percelen grenzen aan waterlopen. Zo staat dit namelijk beschreven in het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e APN). Het GLB volgt deze lijn:

> Langs ecologisch kwetsbare waterlopen geldt altijd een bufferstrook van 5 meter.

> Langs KRW-lichamen (Kader Richtlijn Water) geldt een bufferstrook van 5 meter. Deze bufferstrook mag 3 meter zijn als de bufferstrook van 5 meter meer dan 4% van het topografisch perceel beslaat. Als de bufferstrook van 3 meter nog steeds meer dan 4% van het topografisch perceel omvat, dan mag de bufferstrook 1 meter zijn. Dat mag echter alleen als de KRW-sloot smaller is dan 10 meter. Is de sloot breder dan 10 meter, dan mag je de bufferstrook niet verder versmallen dan 3 meter.

> Langs overige sloten geldt een bufferstrook van 3 meter. Is deze 3 meter strook meer dan 4% van het topografisch perceel, dan mag de bufferstrook 1 meter zijn. Is de bufferstrook van 1 meter nog steeds groter dan 4% van het topografisch perceel, dan mag je een bufferstrook van 0,5 meter hanteren.

> Het 7e APN en GLMC 10 schrijven voor dat ook langs droge sloten een bufferstrook geldt. Deze is altijd 1 meter breed.

Let op! Moest je voorheen al een teeltvrije zone hanteren vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer? Dan wordt de bufferstrook nooit kleiner dan deze zone.

Op de teeltvrije zones en bufferstroken gelden de volgende regels:
- Beweiden en maaien toegestaan
- Bemesten niet toegestaan
- Gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan
- Niet meerekenen in mestplaatsingsruimte

Wat betreft de voorwaarden verschillen de teeltvrije zone en de bufferstrook op 1 punt:
- Op de bufferstrook is het toegestaan hetzelfde gewas te telen als de hoofdteelt
- Op de teeltvrije zone is het niet toegestaan hetzelfde gewas te telen als de hoofdteelt (met uitzondering van gras)

Rustgewassen op zand- en lössgrond (GLMC 7)
Zit je op zand- of lössgrond? Dan moet je eens in de vier jaar een rustgewas telen op bouwland. Of je nu deelneemt aan het GLB of niet. Ook deze regel staat namelijk beschreven in het 7e APN. Vanaf 2027 moet je zelfs eens in de drie jaar een rustgewas telen.

Gewasrotatie (GLMC 7)
Enkel voor deelname aan het GLB geldt dat je op minstens 1/3e van je bouwland-areaal gewasrotatie toepast (ieder jaar een ander gewas telen). Een vanggewas wordt hierbij gezien als een andere teelt. Daarnaast moet op elk perceel (dus ook de andere 2/3e bouwland) in het vierde jaar een ander gewas als hoofdteelt worden verbouwd.

> Je hoeft niet aan gewasrotatie te voldoen als je meer dan 75% grasland hebt of wanneer meer dan 75% van je bouwland tijdelijk grasland is.
> Vanaf 2024 gaat de gewasrotatie op het volledige bouwland areaal gelden.

Het areaal non-productief bouwland (GLMC 8)
Het areaal non-productief bouwland is een ingewikkelde. De eco-regeling gaan we verderop benoemen, maar wil je hieraan deelnemen, dan moet 4% van je bouwland niet-productief worden ingericht. Bijvoorbeeld met sloten, bomen, heggen, hagen, struwelen, óf de verplichte bufferstroken zolang deze niet-productief zijn (niet beweiden en oogsten).

Wil je niet deelnemen aan de eco-regeling? Dan hoef je in 2023 geen 4% niet-productief areaal bouwland te hebben. Wel mag maximaal 96% van je bouwland mais, soja of hakhout zijn als je aanspraak wilt maken op de basispremie.

> Als je meer dan 75% grasland hebt of wanneer meer dan 75% van je bouwland tijdelijk grasland is, hoef je geen rekening te houden met deze regel, ook niet als je deelneemt aan de eco-regeling.
> Vanaf 2024 moet je wel rekening houden met 4% niet-productief areaal bouwland, ook als je enkel aanspraak maakt op de basispremie.

De eco-regeling

Is het gelukt om te voldoen aan de eisen van de basispremie? Dan wil je misschien ook deelnemen aan de eco-regeling. Deelname hieraan is vrijwillig. Hiervoor moet je aan bepaalde punten voldoen op basis van het aantal hectares dat je in gebruik hebt. Ook moet je minimaal een bronzen waardering behalen. Je kunt uit deze eco-regeling namelijk een extra vergoeding krijgen in 3 niveaus: brons, zilver of goud. Dit is zo’n € 60 tot € 200 per hectare. Een biologisch bedrijf dat voldoet aan de basisvoorwaarden, valt automatisch in het niveau van goud.

De eco-regeling bestaat uit 22 maatregelen/activiteiten waaruit je kunt kiezen:

1. Gras/klaver (minimaal 25%)
2. Grasland met kruiden (minimaal 25%)
3. Langjarig grasland (gras staat meer dan 5 jaar op het land en wordt niet geploegd)
4. Meerjarige teelt (twee jaar op rij, telt pas vanaf het tweede jaar mee)
5. Natte teelt
6. Rustgewas (eens in de drie jaar een rustgewas als hoofdteelt)
7. Stikstofbindend gewas/ eiwitgewas
8. Strokenteelt (minimaal 5 gewassen op één perceel)
9. Vezelgewas
10. Vroeg oogsten rooigewas (voor 1 september)
11. Vroeg oogsten rooigewas (voor 1 november)
12. Groenbedekking (vanggewas van voorgaande jaar tot 1 maart laten staan)
13. Onderzaai vanggewas (minimaal tot 1 december zichtbaar bedekt met vanggewas)
14. Biologische bestrijding (op contractbasis)
15. Verlengde weidegang (overdag)
16. Verlengde weidegang (dag en nacht)
17. Bufferstrook met kruiden (langs bouwland, van 1 april tot 1 oktober)
18. Bufferstrook met kruiden (langs grasland, van 1 april tot 1 oktober)
19. Groene braak (als hoofdteelt op niet-productieve akker(rand), minimaal 3 meter breed en zichtbaar bedekt tussen 31 mei tot 31 augustus)
20. Houtig element (heg, haag, struweel het hele jaar in stand houden op of naast landbouwgrond)
21. Houtig element (overige houtige elementen het hele jaar aanwezig op of naast landbouwgrond)
22. Biologisch bedrijf (SKAL-gecertificeerd of in omschakeling)
Uiteraard zijn niet zomaar alle gewassen in te zetten voor alle activiteiten. Wil je weten welke gewassen bij de activiteiten horen? Kijk dan op de website van RVO.

De activiteiten scoren punten op 5 elementen: klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. De hoeveelheid punten die je moet halen per element verschilt per regio (zie tabel 1 voor de regio-indeling).

Tabel 1: Regio-indeling

Zo zou je in regio 1 de grootste opgave hebben voor klimaat en biodiversiteit, terwijl je in regio 2 de meeste punten moeten halen op klimaat en bodem. De punten krijg je door activiteiten toe te passen op je percelen, aan iedere activiteit is namelijk een bepaald aantal punten per element gekoppeld. Daarnaast is aan ieder activiteit een bepaalde waarde gekoppeld. De totale waarde bepaalt uiteindelijk of je onder brons, zilver of goud valt.

Het nieuwe GLB in de praktijk

Wil je premie blijven ontvangen vanuit het GLB? Dan kan dit best een flinke aanpassing in je bouwplan betekenen. Houd er in ieder geval rekening mee dat er samenhang is gezocht tussen het nieuwe GLB en het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Aan sommige voorwaarden ontkom je dus niet door niet deel te nemen aan het GLB.

Daarnaast kunnen sommige activiteiten meetellen voor zowel de eco-regeling als de GLMC’s. Moet je bijvoorbeeld bufferstroken gaan hanteren? Dan tellen deze ook mee voor de eco-regeling wanneer ze minimaal 3 meter breed zijn en je er kruidenrijke stroken van maakt. Het is dus altijd zinvol om je huidige bouwplan naast de nieuwe regeling te leggen. Misschien ben je niet eens zo ver verwijderd van een bronzen, zilveren of zelfs gouden waardering.

Jonge landbouwers: geen ‘top-up’ meer

Tot en met 2022 kon je de Extra betaling jonge landbouwers aanvragen. Dit was een extra toeslag per hectare, een zogenaamde ‘top-up’. Vanaf 2023 is deze top-up er niet meer. Als je in 2022 of eerder al toeslag hebt aangevraagd en je vijfjaarstermijn is nog niet voorbij, dan krijg je nog wél een top-up. In plaats van een toeslag per hectare zal dit een vast bedrag van ongeveer € 2.800 zijn in de laatste jaren dat je er recht op hebt. Er gelden geen extra voorwaarden ten opzichte van voorgaande jaren.

Vestigingssteun

Vanaf 2023 kunnen jonge landbouwers wel een zogenaamde ‘vestigingssteun’ ontvangen. Maar hiervoor gelden andere voorwaarden. Je moet onder andere een bedrijf daadwerkelijk overnemen of opstarten (dus niet bij je ouders in de maatschap). Ook moet je een landbouwdiploma of bewijs van vakbekwaamheid hebben.

Meer weten?

Meer weten over het nieuwe GLB? En wat de wijzigingen betekenen voor jouw situatie? Neem contact op met een adviseur van Countus. We helpen je graag.