Algemeen

Het nieuwe Gemeenschappelijk landbouwbeleid

29 sep 2022

Nadat in Europa overeenstemming is bereikt over de hoofdlijnen van het nieuwe Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), moesten de lidstaten uiterlijk 1 januari 2022 een Nationaal Strategisch Plan (NSP) indienen bij de Europese Commissie. Nederland dus ook. In 2022 moet de Europese Commissie ons NSP goedkeuren, zodat het nieuwe GLB in 2023 van start kan. In deze blog houden wij je op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen, zodat je weet wat je straks kunt verwachten. Let op: de regeling is nog niet definitief.

De basisbetaling

In het nieuwe GLB vervallen de betalingsrechten en krijg je premie op basis van je aantal hectares. De hectarepremie. Dit aantal is tegelijkertijd de basis voor de hoeveelheid punten die je moet behalen als je wilt deelnemen aan de eco-regeling.  

Maar voordat je hieraan kunt meedoen moet je eerst voldoen aan de basiseisen, de zogenaamde ‘conditionaliteit’. Voldoe je hieraan? Dan heb je recht op de basisbetaling. Dit is in 2023 ongeveer € 275 per hectare als je minder dan 40 hectare landbouwgrond hebt. Heb je meer dan 40 hectare landbouwgrond? Dan ontvang je wel € 275 voor de eerste 40 hectare, maar ontvang je 
€ 220 voor de resterende hectares. 

De conditionaliteit (basisvereisten)

De conditionaliteit houdt dezelfde vereisten in die we al kennen uit het huidige GLB, maar straks vallen ook de vergroeningseisen hieronder. Daarbij scherpt de EU sommige eisen aan. Dit gaat naar alle waarschijnlijkheid vooral gelden voor: bufferstroken, vruchtwisseling op bouwland en het areaal non-productief bouwland. Hieronder nader uitgelegd.

  1. De bufferstroken
    Zoals het nu lijkt, is er samenhang tussen het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en het nieuwe GLB. Dit zou het volgende betekenen:
    > Langs sloten zou je een bufferstrook van 1 tot 3 meter moeten hebben, waarbij bemesting en gewasbeschermingsmiddelen niet zijn toegestaan.
    > Langs ecologisch kwetsbare waterlopen en langs KRW-waterlichamen geldt een bufferstrook van 5 meter.
    > Waterschappen mogen op basis van een nader te bepalen leidraad beslissen langs welke watergangen de huidige zone volstaat.

    In het algemeen geldt dat de oppervlakte van de bufferstrook niet groter dan 5% van het perceel hoeft te zijn.  

  2. Vruchtwisseling op bouwland
    In overeenstemming met het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn zijn dit de nieuwe richtlijnen:
    > Je bent verplicht om iedere 4 jaar een rustgewas te telen op bouwland gelegen op zand- en lössgrond. Vanaf 2027 moet deze rotatie naar eens in de 3 jaar. De verplichting voor rustgewassen is zo bepaald, dat je van 2023 tot en met 2026 minimaal 1 keer een rustgewas moet telen. Heb je dit de 3 voorgaande jaren niet gedaan? Dan hoeft dit dus niet direct in 2023.
    > Vanaf 2024 moet je ieder jaar een ander gewas op hetzelfde stuk grond telen. Een volgteelt na de hoofdteelt binnen hetzelfde jaar volstaat hierbij.
    > De rotatie geldt niet voor rustgewassen zoals granen en tijdelijk grasland. 
    > Voor deze maatregel geldt een vrijstelling als je meer dan 75% grasland hebt of wanneer meer dan 75% van je bouwland tijdelijk grasland is.  

  • Het areaal non-productief bouwland
    Daarnaast noemden we nog het areaal non-productief bouwland. Hierin wordt een percentage van 4% verplicht gesteld. De niet-beteelde randen – die je ook inzet voor de eerdergenoemde bufferstroken – mag je meetellen in het percentage niet-productief areaal. Daarnaast kun je denken aan sloten, bomen, heggen, hagen en struwelen en groene braak.
    > Voor deze maatregel geldt een vrijstelling als je meer dan 75% grasland hebt of wanneer meer dan 75% van je bouwland tijdelijk grasland is.                                                                                                                                                              > Voor deze maatregel geldt een vrijstelling als je niet meedoet aan de eco-regeling.

     

De eco-regeling

Voldoe je aan de conditionaliteit? Dan wil je misschien ook deelnemen aan de eco-regeling. Deelname hieraan is vrijwillig. Hiervoor moet je aan bepaalde punten voldoen op basis van het aantal hectares dat je in gebruik hebt. Ook moet je minimaal een bronzen waardering behalen. Je kunt uit deze eco-regeling namelijk een extra vergoeding krijgen in 3 niveaus: brons, zilver of goud. Dit is zo’n € 60 tot € 200 per hectare.

De eco-regeling bestaat uit 22 maatregelen/activiteiten waaruit je kunt kiezen:

1. Gras/klaver (minimaal 25%)

2. Grasland met kruiden (minimaal 25%)

3. Langjarig grasland (gras staat meer dan 5 jaar op het land en wordt niet geploegd)

4. Meerjarige teelt (twee jaar op rij, telt pas vanaf het tweede jaar mee)

5. Natte teelt

6. Rustgewas (eens in de drie jaar een rustgewas als hoofdteelt)

7. Stikstofbindend gewas/ eiwitgewas

8. Strokenteelt (minimaal 5 gewassen op één perceel)

9. Vezelgewas 

10. Vroeg oogsten rooigewas (voor 1 september)

11. Vroeg oogsten rooigewas (voor 1 november)

12. Groenbedekking (vanggewas van voorgaande jaar tot 1 maart laten staan)

13. Onderzaai vanggewas (minimaal tot 1 december zichtbaar bedekt met vanggewas)

14. Biologische bestrijding (op contractbasis)

15. Verlengde weidegang (overdag)

16. Verlengde weidegang (dag en nacht)

17. Bufferstrook met kruiden (langs bouwland, van 1 april tot 1 oktober)

18. Bufferstrook met kruiden (langs grasland, van 1 april tot 1 oktober)

19. Groene braak (als hoofdteelt op niet-productieve akker(rand), minimaal 3 meter breed en minimaal 6 maanden tussen 15 maart tot 15 november)

20. Houtig element (heg, haag, struweel op niet-productieve landbouwgrond)

21. Houtig element (overige houtige elementen op niet-productieve landbouwgrond)

22. Biologisch bedrijf (SKAL-gecertificeerd of in omschakeling)

Uiteraard zijn niet zomaar alle gewassen in te zetten voor alle activiteiten. Wil je weten welke gewassen bij de activiteiten horen?  Bekijk de gewaslijsten van RVO.

De activiteiten scoren punten op 5 elementen: klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. De hoeveelheid punten die je moet halen per element verschilt per regio (zie tabel 1 voor de regio-indeling).

Tabel 1: Regio-indeling

Zo zou je in regio 1 de grootste opgave hebben voor klimaat en biodiversiteit, terwijl je in regio 2 de meeste punten moeten halen op klimaat en bodem. De punten krijg je door activiteiten toe te passen op je percelen, aan iedere activiteit is namelijk een bepaald aantal punten per element gekoppeld. Daarnaast is aan ieder activiteit een bepaalde waarde gekoppeld. De totale waarde bepaalt uiteindelijk of je onder brons, zilver of goud valt.

Het nieuwe GLB in de praktijk

Wil je premie blijven ontvangen vanuit het GLB? Dan kan dit best een flinke aanpassing in je bouwplan betekenen. Houd er in ieder geval rekening mee dat er samenhang is gezocht tussen het nieuwe GLB en het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat je vanuit de wet bufferstroken langs waterlopen en gewasrotatie moet toepassen.

Daarnaast kunnen sommige activiteiten meetellen voor zowel de eco-regeling als de conditionaliteit. Pas je bijvoorbeeld houtige elementen toe om aan de 4% niet-productief areaal te voldoen? Dan tellen deze ook mee voor de punten van de eco-regeling. Het is dus altijd zinvol om je huidige bouwplan naast de nieuwe regeling te leggen. Misschien ben je niet eens zo ver verwijderd van een bronzen, zilveren of zelfs gouden waardering.

Jonge landbouwers: geen ‘top-up’ meer

Tot en met 2022 kon je de Extra betaling jonge landbouwers aanvragen. Dit was een extra toeslag per hectare, een zogenaamde ‘top-up’. Vanaf 2023 is deze top-up er niet meer. Als je in 2022 of eerder al toeslag hebt aangevraagd en je vijfjaarstermijn is nog niet voorbij, dan krijg je nog wél een top-up. In plaats van een toeslag per hectare zal dit een vast bedrag van ongeveer € 2.800 zijn in de laatste jaren dat je er recht op hebt. Er gelden geen extra voorwaarden ten opzichte van voorgaande jaren.

Vestigingssteun

Vanaf 2023 kunnen jonge landbouwers wel een zogenaamde ‘vestigingssteun’ ontvangen. Maar hiervoor gelden andere voorwaarden. Je moet onder andere een bedrijf daadwerkelijk overnemen of opstarten (dus niet bij je ouders in de maatschap). Ook moet je een landbouwdiploma of bewijs van vakbekwaamheid hebben.

Meer weten?

Meer weten over het nieuwe GLB? En wat de wijzigingen betekenen voor jouw situatie? Neem contact op met een adviseur van Countus. We helpen je graag.