Agro

Bemesting maïs: pas op 15 maart

11 feb 2021

In het voorjaar heeft minister Schouten van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit een wetsvoorstel gepubliceerd over de bemesting van maïsland. Dit wetsvoorstel is nu definitief. Wat heeft dit voor gevolgen? 

Uitrijdperiode

De uitrijdperiode van drijfmest voor maïspercelen op zand- en lössgrond wijzigt. Dit was van 15 februari tot en met 15 september. Door het wetsvoorstel mag je nu pas vanaf 15 maart drijfmest uitrijden op deze percelen. 

Deze regel geldt niet voor de teelt van biologische maïs en suikermaïs onder folie.

Melding bij RVO

Een ander deel van het wetsvoorstel heeft te maken met de registratie. Normaal gesproken geef je maïsteelt op bij de Gecombineerde Opgave. Hierbij geef je uiterlijk op 15 mei van een jaar door waar je maïs gaat telen.

Dit is veranderd. Landbouwers moeten vanaf 2021, uiterlijk op 15 februari registreren op welke percelen ze maïs gaan telen. Hierbij moet je aanduiden om welke percelen het exact gaat, hoe groot het perceel wordt, en wie de maïs gaat telen (en wie dit dus gaat opgeven bij de Gecombineerde Opgave).

Heb je een melding gedaan? Dan kun je deze tot uiterlijk 14 maart wijzigen. Dit betekent wel dat het telen van maïs als hoofdteelt op dat perceel voor dat jaar niet meer is toegestaan. Bemesting mag in dit geval wel (voor 15 maart).

Let op:

Wijzig eerst je percelen voordat je gaat aanmelden en meld vervolgens de maïspercelen aan via een formulier op mijn.rvo.nl.

Praktijk

Bedrijven die regelmatig grond uitruilen met akkerbouwers of veehouders, merken vooral de gevolgen. Voor veel boeren is het gebruikelijk om in het voorjaar afspraken te maken over het uitwisselen van percelen. Door het nieuwe wetsvoorstel, moet je eerder beslissingen nemen over de perceelsopgave. Ga dan ook eerder met elkaar in overleg. 

Meer weten?

Wil je meer weten over de bemesting van maïsland of over het registratieproces? Neem contact op met je adviseur.