Menu

Grondgebondenheid als basis voor toekomstbestendige melkveehouderij

De Commissie Grondgebondenheid heeft op verzoek van LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) een bindend advies uitgebracht met betrekking tot de invulling van de grondgebondenheid voor de melkveehouderij. De commissie plaatst een stip op de horizon richting 2025. We delen graag de belangrijkste punten uit het adviesrapport met je.

 

Indicator percentage eiwit van eigen land

Elk melkveebedrijf moet grotendeels kunnen voorzien in eiwit (ruwvoer) afkomstig van eigen grond. Minimaal 65% van de eiwitbehoefte moet afkomstig zijn van eigen grond (inclusief buurtcontracten, zie verderop in het artikel).

Het monitoren daarvan wordt zeer waarschijnlijk uitgevoerd met de KringloopWijzer op basis van een voortschrijdend 3-jarig gemiddelde. In de KringloopWijzer staat reeds het percentage eigen geteeld voer stikstof (N) gepresenteerd. Dit getal heeft betrekking op het jaar van de rapportage en is dus geen 3-jarig gemiddelde.

In onderstaande afbeelding zie je de relatie tussen de intensiteit en het percentage eiwit van eigen land afkomstig uit de centrale database van de KringloopWijzer. Je ziet een duidelijke relatie met een grote spreiding. Deze wordt veroorzaakt door enerzijds het eiwitniveau in het rantsoen van de veestapel en anderzijds de productie aan eigen eiwit die is bepaald door de opbrengsten en de verhouding gras/maïs in het bedrijfsareaal.

 

Buurtcontracten

Als een melkveehouder geen hoge zelfvoorzieningsgraad kan realiseren op de bij het bedrijf behorende grond, dan is het relevant in hoeverre het bedrijf ruwvoer-mest-kringlopen kan sluiten in de buurt. Hiervoor kun je buurtcontracten afsluiten met boeren binnen een straal van 20 km. Een buurtcontract kun je alleen afsluiten indien je tenminste 50% van het totaal benodigde ruwvoer op eigen grond teelt.

 

Huiskavel met gras

Voor het grondgebonden karakter van de melkveehouderij is een voldoende grote huiskavel met gras nodig. Die faciliteert weidegang en geeft een aantrekkelijk beeld van de melkveehouderij. Hierbij geldt een veebezetting van maximaal 10 melkkoeien per hectare huiskavel. De Stichting Weidegang gebruikt dit kengetal ook. Weidegang is nu niet verplicht en wordt door dit advies ook niet verplicht gesteld.

 

Import eiwitrijke grondstoffen

Door een hogere zelfvoorzieningsgraad in eiwit neemt de behoefte aan de import van eiwitrijke grondstoffen af. Denk hierbij aan soja. In 2025 moet de import van deze grondstoffen voor gebruik in melkveevoeders met tweederde zijn gedaald.

 

Sluiten regionale kringlopen

Deze 4 aanbevelingen zullen leiden tot het sluiten van de regionale kringlopen. Hierdoor vermindert het gebruik van diervoedergrondstoffen buiten Europa en wordt de mest meer regionaal afgezet.

De aanbeveling van een huiskavel met gras is positief voor het bevorderen van blijvend grasland. Dit is positief voor de vastlegging van CO2. De effecten van deze stappen moet resulteren in een robuuste, gewaardeerde sector die in balans is met het milieu en de omgeving. De primaire verantwoordelijkheid om bovenstaande te realiseren ligt bij de private partijen in de zuivelketen.

 

Advies en inzicht

De hoofdlijnen van de gewenste grondgebondenheid zijn duidelijk omschreven. Hoe de adviezen kunnen worden geïmplementeerd, moet nog worden uitgewerkt. Jaap Gielen, melkveehouderijspecialist bij Countus, zegt hierover: ‘De beste methode om de transitie naar deze robuuste melkveehouderij te bewerkstelligen zijn financiële prikkels en leveringsvoorwaarden. Zolang de details daarvan ontbreken is de (financiële) impact van deze grondgebondenheid nog niet te kwantificeren. Wel is mogelijk om inzicht te verschaffen in waar een melkveehouder nu staat en wat de opties zijn om te voldoen aan de uitgangspunten van het advies van de commissie.’

Gielen geeft daarnaast aan dat inzicht kan worden verkregen met het kengetal ‘percentage eigen geteeld stikstof (N)’ uit de KringloopWijzer. Dit percentage kan worden verhoogd door bijvoorbeeld:

  • Verlagen RE (Ruw Eiwit) in het rantsoen
  • Minder jongvee
  • Verhogen eigen ruwvoerproductie
  • Verhogen eigen ruwvoerbenutting waarmee krachtvoer aanvoer kan worden teruggebracht
  • Goed en meer beweiden, waarmee graseiwit efficiënt kan worden benut
  • Meer gras telen in plaats van maïs. De stikstof en dus de eiwitproductie van gras ligt gemiddeld ongeveer 100 kg per ha hoger in vergelijking met maïs. Ook deze kengetallen staan in de KringloopWijzer.
  • Sluiten van buurtcontracten (mogelijk vanaf 50% zelfvoorzieningsgraad ruwvoer)
  • Meer grond

Met de bedrijfsspecifieke cijfers uit de KringloopWijzer kan een inschatting gemaakt worden van de benodigde bedrijfsaanpassing als niet wordt voldaan aan de gewenste grondgebondenheid. De exacte rekenregels zijn vanzelfsprekend nog niet bekend.

 

Meer weten?

Wil je meer weten over dit bindende advies? Neem contact op met Jaap Gielen of vul het contactformulier in.

✆ 06 143 20 368

j.gielen@countus.nl

Ik wil graag meer weten over dit bindende advies

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Door: Jaap Gielen

Datum: 04-05-2018

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.