Menu

Gecombineerde Opgave 2019: wijzigingen opgave percelen

Het is weer tijd voor de jaarlijkse Gecombineerde Opgave. Het opgeven van percelen is voor 2019 op een aantal onderdelen gewijzigd. We delen in dit artikel de belangrijkste veranderingen en tips.

Wijzigingen in gewascodes

Er zijn dit jaar wijzigingen in de gewascodes. Zo zijn gewascodes ‘657 drachtplanten’ en ‘1940 voedselbos’ erbij gekomen. Verder moet je dit jaar maïskolvensilage (MKS) apart opgeven met gewascode 1935. Dit is voornamelijk vanwege het vanggewas na maïs op zand- en lössgrond. Meer informatie hierover lees je in het artikel Gewijzigde regels voor grasland scheuren en vanggewassen zaaien.

De gewascode ‘1931 Uien, poot en plant (inclusief sjalotten)’ is vervallen. Deze code is nu opgesplitst in ‘1932 Uien, poot en plant eerstejaars’, ‘1933 Uien, poot en plant tweedejaars’ en ‘1934 Sjalotten’. De gewascode ‘336 Grasland, Natuurlijk grasland’ is vervallen.

Opgave grasland en natuurland

Grasland geef je vanaf nu op met de volgende gewascodes:

  • 266 – Grasland, tijdelijk (< 5 jaar grasland)
  • 265 – Grasland, blijvend (5 jaar of meer grasland): opbrengst meer dan 5 ton droge stof/ha
  • 331 – Grasland natuurlijk, Hoofdfunctie landbouw : opbrengst minder dan 5 ton droge stof/ha
  • 332 – Grasland natuurlijk, Hoofdfunctie natuur: geen landbouwactiviteiten (dus geen beweiding en geen maaien)

In de Gecombineerde Opgave zelf geef je aan dat er beperkingen zijn voor het perceel door een vinkje te plaatsen. Dit geldt voor natuurgrond en voor waterkeringen.

Natuurgrond opgeven

Dit jaar kun je niet meer via een gewascode in ‘Mijn percelen’ opgeven dat een perceel natuurgrond is. Dit geef je nu in de Gecombineerde Opgave aan. Het gaat dan om grond die in eigendom is van een terreinbeherende organisatie of grond die binnen een provinciaal natuurbeheerplan met een natuurbeheertype (alle types behalve N00.01) ligt. Natuurbeherende organisaties zijn Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, provinciale landschappen en overige beheerders.

Percelen natuurterrein volgens de mestwetgeving tellen niet mee voor de gebruiksruimte van de mest en de derogatie. Deze grond kan wel meetellen voor de Grondgebonden groei melkveehouderij en de mestverwerkingsplicht. De definitie van subsidiabele grond is in het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) anders. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, namelijk het uitvoeren van een landbouwactiviteit op het perceel, dan kunnen er wel betalingsrechten op uitbetaald worden.

Beschikkingsmacht primaire waterkering

Bij primaire waterkeringen speelt het aspect van feitelijke beschikkingsmacht. Met beschikkingsmacht bedoelt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat het bedrijf in de praktijk in staat moet zijn om het teeltplan en bemestingsplan op elkaar af te stemmen en deze plannen in samenhang te realiseren. Door beperkingen die doorgaans voor waterkering gelden, kunnen het teeltplan en het bemestingsplan niet vrij worden ingevuld, zoals bij landbouwgrond. Hierdoor heb je als landbouwbedrijf niet de feitelijke beschikkingsmacht, waardoor het voor de Meststoffenwet niet als landbouwgrond gezien wordt maar als ‘overige grond’.

Om die reden tellen primaire waterkeringen niet mee als landbouwgrond voor de mestwetgeving en telt het dus niet mee voor de gebruiksnormen en derogatie. Deze grond kan wel meetellen voor de Grondgebonden groei melkveehouderij en de mestverwerkingsplicht. Wanneer er activiteiten zoals maaien en/of begrazen plaatsvinden, dan kan deze grond wel weer meetellen als subsidiabele landbouwgrond voor het GLB.

Lees voor meer informatie hierover het artikel Gebruik van een waterkering voor mest en GLB.

Agrarisch natuurbeheer

Percelen waarop sprake is van agrarisch natuurbeheer zijn landbouwgrond. Ze tellen dus mee voor de uitbetaling van betalingsrechten. Voor de mestwetgeving is het ook landbouwgrond.

Let wel goed op met derogatie. Als er geen bemesting en beweiding is toegestaan, dan mag je deze grond niet meerekenen voor de derogatie. Let op: dit is ook van toepassing bij ander grasland waarop beweiding en bemesting niet is toegestaan.

Aanpassing Agrarisch Areaal Nederland en intrekken betalingsrechten

Bij de beoordeling van de percelen maakt de RVO gebruik van het Agrarisch Areaal Nederland (AAN). Deze kaart wordt regelmatig bijgewerkt op basis van informatie van bijvoorbeeld luchtfoto’s. Op basis van deze correcties kan de RVO concluderen dat een deel van een perceel in de afgelopen jaren ten onrechte als subsidiabele landbouwgrond is meegeteld. In dat geval kunnen betalingsrechten ingetrokken worden en volgt er een terugvordering van de betaling.

Het intrekken van betalingsrechten zal pas gebeuren als de waarde van de in te trekken betalingsrechten groter is dan € 50. Dat komt dus neer op 0,19 betalingsrecht. Beoordeel zelf of een correctie terecht is of niet. Als dit niet het geval is, kun je bezwaar maken. Let hierbij wel op de bezwaartermijn.

Vragen of meer weten?

Vul het contactformulier in of neem contact op met onze agro-specialisten.

Wil je meer weten over de wijzigingen in de Gecombineerde Opgave van 2019? Bekijk dan ook eens deze blogs:

Wijzigingen en tips subsidies
Wijzigingen vergroeningseisen
Wijzigingen landbouwtelling en algemene tips

Ik wil graag meer weten over de Gecombineerde Opgave

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Datum: 08-03-2019

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.