Menu

Energietransitie kan niet zonder waterstof

De energietransitie vergt ruimte en krijgt impact op het landelijk gebied. Ook voor landbouwers biedt de energietransitie kansen. Voor de middellange termijn staat of valt de transitie met de grootschalige toepassing van waterstof als schone brandstof. Helaas dreigen veel nieuwe energie-initiatieven echter stuk te lopen door de complexiteit en het gebrek aan kennis. Deze conclusies werden getrokken tijdens het mini-symposium ter gelegenheid van het afscheid van adviseur Lambert Schuldink op 6 juni in Zwolle.

 

Nieuwe stap

Na jaren trouwe dienst bij Countus kiest Lambert voor een nieuwe stap in zijn loopbaan. Sanne Koster van Groos treedt in zijn voetsporen. Als blijk van wederzijdse erkenning hebben Countus en Lambert deze kennisbijeenkomst georganiseerd. Speciale genodigden waren Rob Schellekens van energieadviesbureau H2 BV en Merel Enserink van landschapsbeheerder Het Oversticht.

 

Elektriciteit als ‘dunne’ energiedrager

‘De sprekers heb ik als energie-expert bij Countus bij verschillende gelegenheden ontmoet’, licht Lambert toe. ‘Het leek mij waardevol om met hun inbreng en samen met de aanwezigen verder na te denken over de energietransitie en wat de kansen kunnen zijn voor de landbouw. Vaak wordt in het nadenken over alternatieven voor fossiele energie de overstap naar duurzaam opgewekte elektriciteit als vaststaand feit genomen. Maar elektriciteit is een ‘dunne’ energiedrager die veel ruimte vraagt en zich moeilijk laat opslaan. Bovendien vraagt het elektrificeren van het energieverbruik enorme investeringen in de infrastructuur. Vandaar dat ik Rob Schellekens heb gevraagd zijn visie op waterstof met ons te delen.’

 

Capaciteitsproblemen elektriciteitsnet

Rob wees op de tekortkomingen van groene stroom. Het is vooral het transport van elektriciteit dat de belemmerende factor wordt. Het huidige elektriciteitsnet vertoont nu al forse capaciteitsproblemen in een aantal regio’s van ons land, waardoor daar nu geen ruimte is voor nieuwe initiatieven voor de productie van groene stroom. In de Energie-agenda heeft de overheid ambities neergelegd die miljardeninvesteringen vragen in de elektriciteitsinfrastructuur.

 

Landschappelijke inpassing

Merel nam de aanwezigen mee in een terugblik in de tijd. In ons landschap zijn overal sporen te zien van de ontginning van brandstoffen. Nederland was een overwegend bosgebied, dat gaandeweg is verdwenen doordat het hout als brandstof dienst deed. Daarna deed turf als brandstof zijn intrede, met de grootschalige ontginning van hoog- en laagveen als gevolg.

En voor de ontdekking van aardgas voorzag stadsgas – gewonnen uit steenkool – ons decennialang in onze energiebehoefte. Ook de opwekking van hernieuwbare energie zal impact op het landschap hebben en daarom moeten we goed nadenken over de inpassing.

 

Minister van Energietransitie

Het symposium werd afgesloten met een forumdiscussie. Lambert trad hierin aan als virtuele minister van Energietransitie. Gevraagd naar zijn visie zei hij: ‘Als Nederland in zijn eigen energiebehoefte wil voorzien, dan moeten wind en zon als energiebron vooral worden ingezet voor de eigen elektriciteitsbehoefte van huishoudens en bedrijfspanden. De resterende energiebehoefte kan dan gedeeltelijk worden ingevuld met waterstof. Voor het transport maken we dan gebruik van het bestaande leidingennetwerk voor de aardgasdistributie, die hiervoor met een relatief geringe investering geschikt te maken is’.

 

Bredere visie

‘Het is tijd om niet op nationaal niveau te kijken naar hoe we de energietransitie kunnen inrichten, maar om een bredere visie te hanteren en te redeneren vanuit ‘de sterke kanten’. In Nederland zijn we goed in het produceren van voedsel. We hebben kennis, goede grond en water. Dan moeten we hier geen landbouwgrond opofferen aan energieproductie. Daarentegen zijn veel gebieden rond de evenaar niet geschikt voor voedselproductie, maar is de zoninstraling daar 2x zo sterk als in Nederland. Laten we daar onze energie opwekken en die dan importeren in de vorm van waterstof. Bijkomend voordeel is dat we daarmee in Nederland en in die gebieden een nieuwe economie kunnen creëren’, zegt Lambert.

 

Boodschap voor de boer

Over enkele stellingen waren de aanwezigen het unaniem eens. De energietransitie zal bijvoorbeeld een te verwaarlozen effect hebben op de prijs voor vrijkomende agrarische bedrijfslocaties. Daarnaast kan de sociale cohesie onder druk komen te staan door de komst van installaties en infrastructuur voor nieuwe energie. Maar er zijn ook volop voorbeelden waarbij de lusten en lasten eerlijker worden verdeeld door de lokale bevolking inspraak te geven en de mogelijkheid om te participeren.

 

In goede banen

Verder was een conclusie dat veel initiatieven gericht op het opwekken van duurzame energie het niet halen. Initiatiefnemers hebben vaak weinig ervaring in het managen van dit soort complexe trajecten en lopen daardoor vast. Zij hebben professionele ondersteuning nodig. Countus heeft laten zien over de kennis en expertise te beschikken om deze projecten in goede banen te leiden.

Ook richting de provincie heeft Lambert een advies. ‘Ik merk dat er in de markt behoefte is aan financiële ondersteuning vanuit een ontwikkelbudget in de vorm van een revolving fund, gefaciliteerd door bijvoorbeeld de provincie. Zo’n fonds werkt volgens het principe dat een deel van het rendement van succesvolle nieuwe initiatieven wordt gebruikt om weer andere initiatieven te ondersteunen. Er liggen mogelijkheden in en voor de energietransitie, maar het vergt wel een goede strategische aanpak en soms ook wat meer nuchter boerenverstand’.

 

Meer weten?

Wil je meer weten over de energietransitie en wat Countus voor jou kan betekenen? Vul het contactformulier in of neem contact op met Sanne Koster van Groos.

✆ 06 139 64 508

✉ s.kostervangroos@countus.nl

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Datum: 19-06-2019

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.