Menu

Belastingplan 2020: verdieping gevolgen voor ondernemers

Op Prinsjesdag 2019 zijn de belastingplannen voor 2020 gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Deze plannen zijn opgedeeld in een aantal afzonderlijke wetsvoorstellen. Deze voorstellen hebben verschillende gevolgen voor ondernemers in de inkomstenbelasting en ondernemers in een bv. In dit artikel gaan we hier dieper op in.

 

Maatregelen ondernemers in de inkomstenbelasting

Heb je een eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof), maatschap of commanditaire vennootschap? Dan betaal je jaarlijks belasting over de winst. Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen voor ib-ondernemers.

 

Belastingtarieven

In het Belastingplan 2019 werd al aangekondigd dat we toegaan naar een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 37,05% over de eerste € 68.507 aan inkomen en een toptarief van 49,5% voor het meerdere.

Dit tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd: al in 2020. Het basistarief is in dat jaar dan nog 37,35%. Zie de tabel hieronder.

Gecombineerd met de 14% mkb-winstvrijstelling zijn de effectieve tarieven dan in 2020:

  • Basistarief: 32,12%
  • Toptarief: 44,31%

Zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling

De zelfstandigenaftrek voor ondernemers die op jaarbasis tenminste 1.225 uur in hun onderneming werken, bedraagt nu nog € 7.280. Deze aftrek wordt met € 228 per jaar in de komende 10 jaar afgebouwd naar € 5.000.

Vorig jaar werd al aangekondigd dat onder meer de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling straks nog verrekend kunnen worden tegen slechts het basistarief en dus niet meer ‘aan de top’.

 

Maatregelen voor bv’s en dga’s

Als ondernemer in de bv heb je te maken met 3 heffingen:

  • Inkomstenbelasting/loonbelasting over het dga-salaris
  • Vennootschapsbelasting over de (resterende) winst van de bv
  • Aanmerkelijk belangheffing (inkomstenbelasting) over uitkeringen van de nettowinst van de bv aan de aandeelhouders of over de winst bij verkoop van de aandelen

De heffing van de inkomstenbelasting over het zogeheten ‘gebruikelijk loon’ vindt in 2020 plaats tegen een tarief van 37,35% voor zover het loon niet hoger is dan € 68.507.

 

Tarieven vennootschapsbelasting

In het Belastingplan 2019 is een geleidelijke daling van de tarieven voor de vennootschapsbelasting aangekondigd. Zowel het tarief voor de eerste € 200.000 aan winst als het tarief voor winst boven de € 200.000 gaat naar beneden.

In het Belastingplan 2020 wordt alleen de daling van het tarief over de winst boven de € 200.000 winst wat bijgesteld ten opzichte van wat eerder was aangekondigd. Daardoor ziet het plaatje er nu als volgt uit:

De aanmerkelijk belangheffing is nu nog 25% en zal in 2020 verhoogd worden tot 26,25% en in 2021 tot 26,9%.

De totale belastingdruk op bv-winsten (na aftrek van het gebruikelijk loon, oftewel de gecombineerde vennootschapsbelasting- en aanmerkelijkbelangheffing) bedraagt in 2020 voor de eerste € 200.000 winst 37,37% en voor de winst boven € 200.000 43,75%.

Uit de tabel blijkt dat in 2021 voor de eerste € 200.000 winst van een bv het lage tarief van 15% wordt bereikt. Dat maakt de bv-vorm voor ondernemers die hun winst grotendeels of geheel binnen de € 200.000 hebben, relatief interessanter.

 

Rekening-courantmaatregel

In dit verband wijzen we graag nog op de aangekondigde rekening-courantmaatregel voor dga’s. Veel dga’s stellen de aanmerkelijk belangheffing uit door de bv-winsten niet als dividend uit te keren, maar te lenen van hun bv.

De aangekondigde maatregel zal hier naar verwachting paal en perk aan stellen door leningen (of opnamen in rekening-courant) boven de € 500.000 fictief als dividend aan te merken, waardoor toch 26,9% aanmerkelijk belangheffing verschuldigd is.

 

Innovatiebox

Als bedrijven winst maken met bepaalde vernieuwende activiteiten, hoeven zij over deze winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Het ‘tarief’ van deze innovatiebox is nu 7%. Vanaf 1 januari 2021 stijgt dit naar 9%.

 

Vervallen kortingen

Bedrijven kunnen nu korting krijgen als zij de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting vroeg in het jaar in 1 keer betalen. Vanaf 1 januari 2021 verdwijnt deze korting.

 

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling is de regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen die door de werkgever aan de werknemer worden verstrekt in het kader van een dienstbetrekking.

Deze regeling wordt onder andere op deze 4 punten aangepast:

  • De zogenaamde ‘vrije ruimte’ binnen deze regeling bedraagt op dit moment 1,2% van – kort gezegd – de fiscale loonsom van alle medewerkers samen. Er wordt een tweeschijvenstelsel voorgesteld in de berekening van de vrije ruimte. De vrije ruimte wordt berekend als 1,7% van – kort gezegd – de fiscale loonsom tot en met € 400.000 plus 1,2% van het restant van die loonsom.
  • Voortaan mag een werkgever de ‘eindheffing’ die verschuldigd is over de overschrijding van de vrije ruimte ook nog uiterlijk aangeven tegelijk met de aangifte over het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.
  • Voor de waarde van de producten uit eigen bedrijf geldt niet langer een gerichte vrijstelling. De waarde wordt steeds gesteld op de waarde in het economische verkeer.
  • Vrijstellen van vergoedingen voor een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).  De voorgestelde maatregel houdt in dat de vergoeding voor de VOG niet meer ten laste komt van de vrije ruimte.

Vrijstellingen assurantiebelasting

Er komen vrijstellingen voor de assurantiebelasting. Denk aan:

  • Verzekeringen die geheel of gedeeltelijk mogelijke financiële verplichtingen afdekken die een werkgever heeft bij de verplichting om het loon van een werknemer door te betalen in geval van ziekte of doordat hij – als eigenrisicodrager – zelf het risico draagt van de betaling van ziekengeld, WGA en overlijdensuitkeringen
  • Brede weersverzekeringen. Dit betreft een verzekering voor actieve landbouwers om voorheen onverzekerbare weersrisico’s af te dekken.

Overdrachtsbelasting

Ter financiering van de klimaatregels wordt het tarief van de overdrachtsbelasting verhoogd van 6% naar 7%. Omdat voor woningen het tarief 2% blijft gelden, heeft deze tariefsverhoging vooral gevolgen voor het bedrijfsleven. Bij aankoop van gronden of gebouwen moet je voortaan namelijk 1%-punt meer overdrachtsbelasting betalen. Deze maatregel gaat in op 1 januari 2021.

 

Meer weten naar aanleiding van Prinsjesdag 2019?

Wil je meer weten over wat de belastingplannen betekenen voor jouw situatie? Countus adviseert je graag. Vul het contactformulier in of neem contact op met André Verduijn.

Dossier Prinsjesdag
Lees meer over de uitkomsten van Prinsjesdag 2019 en de gevolgen voor jou.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Door: André Verduijn

Datum: 18-09-2019

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.