Menu

Akkerbouwindex: verkoopseizoen start compleet anders dan jaar eerder

Terwijl de akkerbouwmarkten voor aardappelen, uien en tarwe zijn overgeschakeld op de nieuwe oogst, past ook de Countus Akkerbouwindex zich aan. Seizoen 2019/2020 start compleet anders dan een jaar eerder, namelijk maar liefst 31,6 punten lager.

Fikse daling

In de overgangsweek van juli naar augustus (week 31) kwam de Countus Akkerbouwindex uit op een niveau van 74,7 punten. In de afgelopen vijf jaar stond de akkerbouwbarometer in deze periode van het jaar niet eerder op zo’n laag niveau. Alleen in startjaar 2004 stond de Akkerbouwindex (met 57,3 punten) nog veel lager.

Wat is de reden voor deze plotselinge daling? Wanneer we kijken naar het verloop in de maand juli, dan valt een wisselend niveau op. In week 30 werd nog het hoogste niveau behaald (85,3 punten), maar een week later was dat het laagste niveau (74,7 punten). Tussen deze twee niveaus bleef de Akkerbouwindex schommelen.

Areaalcijfers

De Akkerbouwindex rekent met voorlopige areaalcijfers van 2019. Dit houdt in dat het consumptieaardappelareaal met 4,1% is toegenomen en dat van zaaiuien zelfs met 9,5%. Het areaal tarwe is met 8,9% gestegen en het areaal suikerbieten nam met 6,4% af. Ook het vijfde gewas in de Akkerbouwindex – pootgoed – nam licht toe: +1,33%.

Maar in de index wordt gerekend met Bintje-pootgoed. De oppervlakte van dit ras is juist met bijna 40% gedaald en beslaat nog maar 1% van het totale pootaardappelareaal.

Hoe zwaar wegen de belangen in de totale mix?

Wat is de rol van de areaalcijfers in de Akkerbouwindex? De index zegt iets over het rendement van de akkerbouwsector. Hiervoor is 1 januari 2004 als nulpunt gebruikt (100 punten). Consumptieaardappelen, gele zaaiuien, tarwe, suikerbieten en Bintje worden gehanteerd als bouwplan.

Stijgt het areaal van een gewas, dan neemt het belang toe en weegt het financieel resultaat van de teelt zwaarder in de totale mix. Zo weegt de prijs van de consumptieaardappelen veel zwaarder dan die van de Bintje pootaardappelen, omdat dit ras nog maar 1 procent van het pootaardappelareaal beslaat.

Op dit moment heeft het toegenomen zaaiuienareaal een negatieve invloed. Het areaal weegt zwaarder mee, terwijl de uienprijs voor oogst 2019 op een veel lager niveau ligt dan 1 jaar eerder. Beurs Emmeloord noteerde 7 augustus de eerste zaaiuienprijs af land. In de index van juli worden uien niet meegenomen, omdat er geen handel was. Ook dit verklaart de enorme daling.

Dalende prijzen

De aardappeltermijnmarkt heeft, als smaakmaker van de Akkerbouwindex, een groot effect op het verloop gehad. Op 23 juli piekte de koers van het aprilcontract op € 20,80 per 100 kilo. Hiervan was op 31 juli nog € 15,40 over. De tarwenotering toont een licht dalende lijn, maar houdt op de fysieke markt nog wel stand boven de € 170 per ton.

Het is nog onzeker hoe augustus uitpakt. Na een moeizame periode op de aardappeltermijnmarkt lijkt het erop dat de situatie eind augustus positiever is. Hoe de uienmarkt zich gaat evolueren, is lastig te zeggen. De tarweprijs blijft naar verwachting redelijk stabiel, met een kleine verlaging in het vooruitzicht.

Kentering op komst?

De Akkerbouwindex veert vaker op nadat het oude seizoen laag is geëindigd. Vorig jaar was dit ook het geval. Maar het kantelpunt ligt in de meeste jaren eerder, zo rond week 29. Het kan zijn dat 2019 een comeback maakt wanneer de hoofdoogst start en de markt een beter beeld heeft van de opbrengst en kwaliteit.

Door: Jan Lucas Spijkman

Datum: 29-08-2019

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.