Menu

3. Eindejaarstips voor ondernemers in de inkomstenbelasting

Wat kun je fiscaal dit jaar nog doen of juist nalaten om minder belasting te betalen? Bekijk hiervoor onze eindejaartips 2018 voor ondernemers in de inkomstenbelasting:

 

 1. Gemengde kosten: percentage of vast bedrag niet aftrekbaar

De aftrek van kosten met een gedeeltelijk privékarakter is beperkt tot 80%. Het betreft:

  • voedsel, drank en genotmiddelen
  • representatie, waaronder recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak
  • congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke

Je kunt er ook voor kiezen om een vast bedrag van € 4.500 niet in aftrek te brengen.

Tip:

Dit is alleen voordeliger als je in een jaar meer dan € 22.500 aan bovengenoemde kosten maakt.

2. Zet stakingswinst om in lijfrente

Staakt je onderneming in 2018? Voorkom dan directe afrekening door de stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Als je dit in 2019 doet, is de premie nog aftrekbaar in 2018, mits deze vóór 1 juli 2019 is betaald. Op deze manier kun je ook de oudedagsreserve (FOR) omzetten in een lijfrente.

De tariefsverlagingen in de komende jaren maken de aankoop van een lijfrente extra aantrekkelijk. Je trekt immers nu je storting af tegen maximaal 51,95 %, terwijl je vanaf 2023 slechts maximaal 49,5% belasting betaalt over de uitkering.

Let op!
De betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen Zvw-premie. Over de te zijner tijd te ontvangen uitkering betaal je echter ook premie Zvw. Dit betekent dus een dubbele heffing, voor zover je inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens valt en je nu de Zvw-premiegrens nog niet hebt bereikt. Hierdoor wordt het nettorendement van de lijfrente in deze gevallen kleiner.

3. Houd rekening met bedrijfsrisico’s bij aanhouden liquiditeiten

Als ondernemer in de inkomstenbelasting mag je liquide middelen niet onbeperkt in de kas houden. Duurzaam overtollige middelen worden fiscaal namelijk aangemerkt als privévermogen.

Wat als ‘duurzaam overtollig’ moet worden aangemerkt, kan per situatie verschillen. Zo besliste de rechter onlangs dat een advocaat bijna € 400.000 aan liquide middelen in kas mocht houden vanwege diverse bedrijfsrisico’s. Deze hadden betrekking op het marktsegment waarin de advocaat opereerde, op het mogelijke vertrek van een collega en op de gezondheid van de advocaat. Doordat een groter bedrag aan liquiditeiten kon worden aangehouden, kon hij een grotere oudedagsreserve opbouwen en werd de box 3-heffing over dat deel van de liquide middelen voorkomen.

Tip:

Ga bij het bepalen van de maximale omvang van je liquiditeiten eerst na welke risico’s je hiermee moet afdekken. Hiervoor mag je namelijk de nodige liquiditeiten reserveren. Alleen het meerdere kan mogelijk als duurzaam overtollig worden aangemerkt en moet je dus overbrengen naar privé. Je betaalt over deze liquiditeiten dan belasting in box 3. Hoeveel dit is, hangt af van de omvang van je privévermogen.

4. Plan de opname van liquiditeiten

Liquiditeiten met een laag rendement, zoals je bedrijfsbankrekening, kun je het best na 31 december overbrengen naar privé. Op die manier voorkom je de relatief hoge heffing in box 3. Andersom is het raadzaam noodzakelijke liquiditeiten vanuit privé voor 31 december 2018 over te maken naar je bedrijfsrekening.

Let op!

Pas op voor de anti-misbruikmaatregelen inzake dit ‘boxhoppen’. Vermogen dat voor 1 januari vanuit box 3 naar box 1 of 2 wordt overgebracht én dat niet langer dan 6 aaneengesloten maanden binnen deze box wordt gebruikt, rekent de Belastingdienst toe aan beide boxen. Hierover betaal je dan dus dubbel belasting.

Voor vermogen dat langer dan 3 maanden, maar minder dan 6 maanden van box is verwisseld, bestaat nog een tegenbewijsregeling. Er vindt dan geen dubbele heffing plaats als je aannemelijk maakt dat er voor de vermogensschuif zakelijke motieven bestonden.

5. Beloning voor meewerkende partner

Is jouw partner niet bij jou in loondienst, maar werkt hij of zij wel mee in het bedrijf? Dan kun je hiermee fiscaal rekening houden. Je kunt namelijk kiezen voor de meewerkaftrek: een percentage van de winst dat afhankelijk is van het aantal meegewerkte uren. Je kunt ook kiezen voor de arbeidsbeloning. Dit moet een reëel uurloon zijn voor de verrichte werkzaamheden en dient in een jaar minimaal € 5.000 te bedragen.

Let op!

De meewerkaftrek heeft geen gevolgen voor het inkomen van je partner. De arbeidsbeloning wel, want je partner wordt hier zelf voor belast en betaalt hier ook premies Zvw over. Bereken daarom wat voor jou de voordeligste optie is en pas deze toe. Je mag jaarlijks voor een andere beloningsvorm kiezen als je dat wilt. Zorg wel dat je een eventuele meewerkbeloning schriftelijk vastlegt en ook daadwerkelijk betaalt. Voor de meewerkaftrek is dat niet nodig.

6. Deel de bijtelling met je partner

Werkt je partner mee in de onderneming en valt hij of zij in een lagere belastingschijf? Deel de bijtelling voor de auto dan met je partner. Je betaalt dan samen wellicht minder belasting.

Valt je inkomen in de hoogste schijf (51,95%) en dat van je partner in schijf 2 of 3 (40,85%)? Dan heb je bijvoorbeeld bij een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 en 22% bijtelling samen een voordeel van € 420.

Let op!

Een verdeling is fiscaal aanvaardbaar als aannemelijk is dat je partner de auto ook gebruikt voor de werkzaamheden in het bedrijf.

7. Verzoek om compensatie Bbz

Ondernemers die door financiële tegenslag in de bijstand terechtkomen, krijgen in de regel eerst een lening. Deze wordt na een jaar kwijtgescholden als je de lening niet kunt terugbetalen. De lening wordt op dat moment aangemerkt als inkomen, waardoor je meer belasting moet betalen en minder recht hebt op toeslagen.

Dit ongewenste effect blijft door een wetswijziging sinds 2017 achterwege. Besloten is om wat betreft de toeslagen een compensatieregeling te treffen voor ondernemers bij wie in de jaren 2014, 2015 en 2016 een dergelijke lening is kwijtgescholden. Als je voor compensatie in aanmerking wilt komen, moet je een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst. Je moet hierbij de nodige bewijsstukken aanleveren waaruit blijkt dat je voor de regeling in aanmerking komt.

Let op!

De compensatieregeling is nog niet door het parlement aangenomen, maar ondernemers kunnen een verzoek tot compensatie nu al wel indienen. De compensatie kan tot uiterlijk 31 december 2019 worden aangevraagd.

8. Houd bij winstbepaling rekening met toeslagen

Als ondernemer in de inkomstenbelasting kun je de hoogte van de winst op het einde van het jaar voor een deel zelf beïnvloeden. Denk aan versneld afschrijven voor starters, de Vamil (milieu-investeringen), de oudedagsreserve en aan het vormen van voorzieningen en reserves.

Houd bij deze beslissingen ook rekening met je eventuele recht op toeslagen, nu en in de toekomst. Heb je bijvoorbeeld dit jaar geen recht op toeslagen, maar volgend jaar wel omdat je dan in een huurwoning gaat wonen of gebruik gaat maken van kinderopvang? Dan kun je waarschijnlijk beter pas volgend jaar je winst drukken dan nu. Uiteraard alleen als het verschil de moeite waard is en je het je financieel kunt veroorloven.

Let op!

Stel dat je door het (uiteraard geoorloofd) schuiven met inkomsten en/of aftrekposten de winst volgend jaar met € 10.000 kunt verlagen waardoor je inkomen geen € 35.000 bedraagt maar € 25.000, en dat je volgend jaar ook een huurwoning betrekt en voor 2 kinderen kinderopvang afneemt, dan kan je dit zomaar ruim € 3.200 aan extra toeslag schelen.

9. Houd rekening met vermogenstoets toeslagen

Ondernemers met lagere inkomsten hebben vaak recht op een of meer toeslagen. We kennen de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Voor alle toeslagen, behalve de kinderopvangtoeslag, geldt een zogenaamde vermogenstoets. Dit betekent dat je geen recht hebt op de toeslag als je vermogen te groot is.

De toetsdatum is 1 januari. Voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget geldt voor 2018 een toetsvermogen van maximaal € 113.415. Heb je een partner, dan geldt een maximum van € 143.415. Voor de huurtoeslag geldt een maximumvermogen van € 30.000 (respectievelijk € 60.000 als je een partner hebt).

Ligt jouw vermogen rond de genoemde maxima én heb je recht op 1 of meer toeslagen? Dan kun je je vermogen drukken. Bijvoorbeeld door een deel van je hypotheek af te lossen of een geplande, grotere aankoop naar voren te halen. Ook kan het raadzaam zijn om binnen de fiscale mogelijkheden minder vermogen uit je bedrijf naar privé over te brengen.

 

10. Zonnepanelen op woon-bedrijfspand: meer btw terug

Heb je in 2018 zonnepanelen geplaatst op je woon-bedrijfspand? Dan kun je meer btw terugvragen. De btw op de zonnepanelen kunt je als ondernemer terugkrijgen als je de zonnepanelen ook zakelijk gebruikt en voor de btw tot je ondernemingsvermogen rekent.

Tip:

Mogelijk kom je ook nog in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek.

Tip 2:

Je mag een deel van het dak waarop de zonnepanelen zijn geplaatst tot het ondernemingsvermogen rekenen. Ook over dit deel kun je de btw terugkrijgen.

Volgens de rechter behoort niet het hele dak na plaatsing van de zonnepanelen tot het ondernemingsvermogen, maar slechts het deel van het dak waarop de zonnepanelen zijn geplaatst. De uitspraak leert ons dat door het plaatsen van de zonnepanelen een groter deel van het pand als zakelijk kan worden aangemerkt. Hierdoor hoef je over een periode van maximaal 10 jaar minder btw te betalen.

Meer weten?

Wil je meer weten over deze eindejaarstips voor belastingplichtigen? Vul het contactformulier in of neem contact op met Kees van Laarhoven.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Door: Kees van Laarhoven

Datum: 19-12-2018

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.