Menu

2. Eindejaarstips voor ondernemers

Wat kun je fiscaal dit jaar nog doen of juist nalaten om minder belasting te betalen? Bekijk hiervoor onze eindejaartips 2018 voor ondernemers:

 

 1. Speel in op lagere tarieven

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan in 2019 omlaag. Ook het tarief in de vennootschapsbelasting (Vpb) daalt volgend jaar. Over de eerste € 200.000 winst betaalt je bv dan 19% Vpb in plaats van 20% in 2018. Ook de jaren erna blijven de tarieven dalen.

We raden daarom aan om kosten van je onderneming zo veel mogelijk naar voren te halen. Opbrengsten kun je juist beter uitstellen, als dat mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen en aan vervroegd afschrijven.

 

2. Investeer nog dit jaar in energiezuinige bedrijfsmiddelen

Op een aantal energiezuinige bedrijfsmiddelen ontvang je een extra fiscale aftrek in de vorm van de energie-investeringsaftrek (EIA). Je krijgt de extra aftrek op bedrijfsmiddelen die vermeld staan op de Energielijst. De EIA bedraagt dit jaar 54,5%, maar daalt volgend jaar naar 45%. Dat maakt het extra aantrekkelijk om dit jaar nog energiezuinige investeringen te doen. Het scheelt je immers 9,5%-punt aan EIA. Voor de EIA geldt wel de voorwaarde dat het bedrijfsmiddel minimaal € 2.500 moet kosten.

Tip:

Voor de EIA bepaalt het moment dat je een juridische verplichting aangaat in welk jaar de aftrek berekend wordt. Als je bijvoorbeeld nog in 2018 tekent voor een aankooporder, dan heb je nog recht op 54,5% EIA.

3. Optimaliseer je investeringsaftrek

Als je in 2018 voor meer dan € 2.300 investeert in bedrijfsmiddelen, heb je recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Deze aftrek geldt voor investeringen tussen de € 2.300 en € 314.673. Investeer je niet meer dan € 2.300? Dan kun je overwegen om nog voor het eind van het jaar een investering te doen. Dreig je het maximum van € 314.673 te overschrijden, dan kan het slim zijn om een deel van je investeringen uit te stellen naar 2019.

Tip:

Het kan ook lonen om grote investeringen te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt. Zo levert een investering van € 100.000 in 2018 € 15.863 aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op. Maar als je de investering spreidt over 2018 en 2019 en ieder jaar € 50.000 investeert, dan levert dit € 28.000 aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op.

Let op!

Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten. Ook goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer zijn bijvoorbeeld uitgesloten.

4. Betaal een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel

Heb je geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel, maar dit bedrijfsmiddel nog niet in gebruik genomen én ook nog niet betaald, dan is het slim om dit jaar nog minstens een bedrag te betalen dat even groot is als het bedrag van de investeringsaftrek. Als je dit niet doet, dan krijg je de investeringsaftrek dit jaar niet uitbetaald en wordt deze doorgeschoven naar volgende jaren. Bij een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel ontvang je dit jaar dus maximaal het bedrag dat je hebt betaald aan investeringsaftrek.

Let op!

Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen 12 maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doe je dit niet, dan vervalt de hele investeringsaftrek.

5. Vergroot investeringsaftrek bij gebruik herinvesteringsreserve

Als je een bedrijfsmiddel met boekwinst verkoopt, kun je de boekwinst reserveren als herinvesteringsreserve. Bij latere aankoop van een ander bedrijfsmiddel kun je de herinvesteringsreserve hierop afboeken. Op die manier hoef je de boekwinst niet ineens af te rekenen.

Tip:

Voor de bepaling van de investeringsaftrek is geregeld dat je mag kiezen of je met een afgeboekte herinvesteringsreserve rekening wenst te houden. Je mag dit zelfs per bedrijfsmiddel aangeven. Op deze manier kun je er – binnen zekere grenzen – een maximale investeringsaftrek uitslepen.

Let op!

Als je voor een bedrijfsmiddel ook de milieu- of energie-investeringsaftrek (MIA/EIA) krijgt, moet je voor deze aftrekken wel uitgaan van hetzelfde bedrag. Een hogere investeringsaftrek door afboeking van de herinvesteringsreserve kan dan dus een lagere MIA of EIA opleveren.

6. Stel je desinvestering uit tot volgend jaar

Heb je in de afgelopen 5 jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoop je het bedrijfsmiddel weer of stoot je het bedrijfsmiddel af, dan krijgt je mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling. Hierdoor moet je een gedeelte van de aftrek weer terugbetalen. Houd hier rekening mee.

Tip:

Heb je in 2014 geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en hiervoor investeringsaftrek gekregen, dan loopt de desinvesteringstermijn af op 31 december 2018. Voor dit bedrijfsmiddel loont het de moeite om de desinvestering uit te stellen tot 2019. Je voorkomt daarmee een desinvesteringsbijtelling.

Voor investeringen in bedrijfsmiddelen in 2013 en voorgaande jaren is de desinvesteringstermijn in 2018 al verlopen. Deze bedrijfsmiddelen kun je ook in 2018 al desinvesteren zonder dat je te maken krijgt met een desinvesteringsbijtelling. Voor investeringen in 2015 en latere jaren verloopt de desinvesteringstermijn op zijn vroegst pas in 2020.

Let op!

De desinvesteringsbijtelling wordt maximaal berekend over het investeringsbedrag voor zover daarover investeringsaftrek in aanmerking is genomen.

Tip:

De desinvesteringsbijtelling geldt voor alle soorten investeringsaftrek, dus ook voor de EIA en MIA.

7. Vorm een herinvesteringsreserve voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heb je een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kun je de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat je een vervangingsvoornemen hebt en houdt. Je kunt de herinvesteringsreserve maximaal 3 jaar in stand houden, na het jaar waarin je het bedrijfsmiddel hebt verkocht.

Investeer je binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan kun je de herinvesteringsreserve afboeken op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Doe je dat niet, dan valt de herinvesteringsreserve aan het einde van het derde jaar in de winst. Vanwege de verlaging van de tarieven de komende jaren, kan dit toch voordelig zijn. Het is dan ook in veel gevallen voordelig om een herinvesteringsreserve te vormen als dat mogelijk is.

Voor het vormen en aanwenden van een herinvesteringsreserve gelden enkele voorwaarden. Laat je hierover goed informeren en adviseren.

Tip:
Stel je bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld je bv? Dan mag je als terbeschikkingsteller ook een herinvesteringsreserve vormen.

8. Laat je herinvesteringsreserve niet verlopen

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een herinvesteringsreserve die je in 2015 gevormd hebt, moet je nog voor 31 december 2018 benutten. Doe je dat niet, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en ben je belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Let op!

Op de termijn van 3 jaar waarbinnen je moet herinvesteren, bestaan 2 uitzonderingen. De eerste uitzondering geldt als er vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn. De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval op zijn minst een begin zijn gemaakt met de uitvoering van de aankoop. Ook zul je de vertragende factoren, als dat gewenst is, aannemelijk moeten maken.

9. Voorkom verliesverdamping

Beoordeel tijdig of je ondernemingsverlies uit het verleden nog kan worden verrekend. In de vennootschapsbelasting kun je je verlies namelijk alleen verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende 9 jaar (carry-forward). In de inkomstenbelasting kun je in box 1 het ondernemingsverlies verrekenen met positieve inkomsten uit de 3 voorafgaande jaren en de 9 volgende jaren.

Tip:
Dreigt je verlies uit het verleden verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om je winst dit jaar te verhogen. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt wellicht in december extra aantrekkelijk. Overleg met je adviseur over de mogelijkheden.

Let op!

De voorwaartse verliesverrekening voor de vennootschapsbelasting wordt in 2019 teruggebracht naar 6 jaar in plaats van de huidige 9 jaar. Op deze vorm van verliesverrekening is overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat de nieuwe, kortere termijn van voorwaartse verliesverrekening niet geldt voor verliezen die tot 2019 zijn geleden. Deze verliezen houden gewoon hun bestaande verrekentermijn van 9 jaar en verdampen dus uiterlijk pas na 2027.

Verder geldt de hoofdregel die stelt dat oudere verliezen vóór nieuwere verliezen verrekend worden, niet als dit in de nieuwe situatie ongunstig uitpakt voor de belastingplichtige. Op deze manier worden de bestaande regels zo veel mogelijk gerespecteerd.

10. Vraag een voorlopige verliesverrekening aan

Heb je in 2017 winst behaald, maar sluit je 2018 vermoedelijk af met een verlies? Dan kun je de Belastingdienst na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2018 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2017.

Let op!

Een voorlopige verliesverrekening levert je een liquiditeitsvoordeel op, want je kunt sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld. De voorlopige verliesverrekening wordt achteraf verrekend met de definitieve verliesverrekening.

11. Beoordeel de hoogte van je winst

Aan het eind van het jaar heb je meer duidelijkheid over je winstpositie. Beoordeel of je winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht overschrijdt je de belastingschijf net in de vennootschapsbelasting van € 200.000. Hierboven bedraagt de belasting 25% in plaats van 20%. Of misschien kom je in de inkomstenbelasting in het hoogste tarief terecht. Het kan dan aantrekkelijk zijn om je winst te verlagen door bijvoorbeeld een geplande investering naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op je totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Tip:

Wijkt je winst af, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkom je hoge belastingrente of voorkom je bij een teruggave dat je geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

12. Pas de KOR dit jaar nog toe

Als je op jaarbasis maximaal € 1.883 aan btw (na aftrek van voorbelasting) verschuldigd bent, kom je in aanmerking voor de kleineondernemersregeling (KOR). In dat geval hoef je een deel van de btw niet te voldoen. Er geldt zelfs een vermindering van 100% als je op jaarbasis niet meer dan € 1.345 aan btw verschuldigd bent. Ga daarom na of je de KOR kunt toepassen.

De KOR kan alleen worden toegepast door natuurlijke personen. Hieronder vallen ook samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen, zoals een maatschap of een vennootschap onder firma.

Let op!

Het bedrag dat als gevolg van de KOR niet hoeft te worden afgedragen (of het bedrag dat je terugkrijgt), is een extra opbrengst in de winst.

De KOR wordt in 2020 gewijzigd. De nieuwe regeling gaat uit van een omzetgrens van € 20.000. Ondernemers die minder omzet hebben dan € 20.000 kunnen ervoor kiezen geen btw in rekening te brengen. De regeling is dus niet verplicht.

De nieuwe KOR gaat ook gelden voor rechtspersonen, zoals bv’s, stichtingen en verenigingen. Die kunnen op dit moment nog niet van de regeling gebruikmaken. Ondernemers die in de loop van het jaar de omzetgrens van € 20.000 overschrijden, zijn vanaf dat moment gewoon btw-plichtig, inclusief alle bijbehorende fiscale en administratieve verplichtingen.

Ondernemers die in 2020 de nieuwe KOR willen toepassen, moeten dit vooraf melden bij de inspecteur. Dit kan vanaf 1 juni 2019. De melding moet uiterlijk 20 november 2019 binnen zijn, anders gaat de nieuwe KOR pas in op 1 april 2020. Een eenmaal gemaakte keuze voor de KOR kan slechts 1 keer in de 3 jaar worden herzien.

 

13. Houd de herzieningstermijn in de gaten

Heb je in de afgelopen tien jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft, let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het jaar van ingebruikname en de 9 opvolgende jaren, in bepaalde gevallen moet worden gecorrigeerd. Dit is het geval als de verhouding van het gebruik van de onroerende zaak voor btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan je uitging op het moment van aanschaf.

Dit heeft tot gevolg dat je mogelijk btw moet terugbetalen of terugkrijgt van de Belastingdienst. Deze herzienings-btw geef je op in de laatste btw-aangifte van het jaar.

Let op!

Ook voor roerende zaken waarop dient te worden afgeschreven, geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt het jaar van ingebruikname en de 4 jaren erna.

14. Vergeet de btw van je privé gebruikte auto niet in je laatste btw-aangifte

Voor auto’s van de zaak die ook privé gebruikt worden, moet in de laatste btw-aangifte van het jaar btw over het privégebruik betaald worden. Daar staat tegenover dat je door het jaar heen de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik van een zakelijke auto kunt aftrekken, voor zover de auto wordt gebruikt voor belaste omzet.

Voor het btw-privégebruik kun je gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik ga je in dat geval uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip:

Voor een auto die 5 jaar in de onderneming is gebruikt (inclusief het jaar van ingebruikneming), en tot je bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heb je bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag je voor de berekening van het privégebruik ook uitgaan van 1,5%.

Let op!

Je hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. Je mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. Je moet dan wel een registratie van de gereden kilometers bijhouden. Houd er rekening mee dat woon-werkverkeer in dit geval als privé wordt gezien.

Tip:

De niet-aftrekbare btw in verband met het privégebruik is een kostenpost voor je bedrijf en kun je dus aftrekken van de winst. Vergeet dit niet!

15. Speel in op nieuwe fietsenregeling

Er komt vanaf 2020 een nieuwe regeling voor de fiets van de zaak. Net als bij de auto moet er belasting betaald worden over de consumentenadviesprijs van de fiets. Dat is het geval als de fiets ter beschikking staat voor woon-werkverkeer. Dan word je namelijk verondersteld de fiets ook privé te gebruiken.

De bijtelling voor de fiets gaat 7% bedragen. Hoeveel je daardoor als ondernemer aan extra belasting betaalt, hangt af van de prijs van de fiets en van je inkomen. Hogere inkomens betalen dus meer voor het fietsgebruik. De bijtelling houdt geen rekening met eventuele accessoires die worden aangeschaft, zoals regenpakken, fietstassen etc. Daarvoor gelden de normale regels van de werkkostenregeling.

Tip:

Je kunt op de regeling inspelen door een fiets pas vanaf 2020 op de zaak te zetten. Tot die tijd kun je bijvoorbeeld de eigen fiets gebruiken voor zakelijke ritten, waaronder woon-werkverkeer, en hiervoor € 0,19/km ten laste brengen van de winst.

De nieuwe fietsregeling zal gaan gelden voor alle soorten fietsen, zelfs voor bromfietsen die mede door spierkracht worden voortbewogen en beschikken over een elektromotor.

 

16. Verzoek om vergoeding coulancerente

Je hebt geen wettelijk recht op een rentevergoeding bij verrekening van een verlies met winst uit een ouder jaar. Dit geldt zowel voor de inkomsten- als voor de vennootschapsbelasting. In die gevallen kun je echter wel verzoeken om de coulancerente te vergoeden. Een dergelijk verzoek wordt ingewilligd, op voorwaarde dat de behandeling van je verzoek om teruggave langer heeft geduurd dan gebruikelijk.

Hiervan is sprake als bij het vaststellen van de verliesverrekening het afhandelen van de aangifte langer dan een jaar heeft geduurd. Dit moet bovendien te wijten zijn aan getreuzel bij de Belastingdienst. De schuld voor de vertraging mag dus niet bij jezelf liggen. Bovendien gaat het alleen om het deel van het verlies waarvoor je geen voorlopige verliesbeschikking hebt kunnen vragen. Je kunt dit vragen voor 80% van het verlies. Dat betekent dat je dus slechts voor 20% van het verlies recht hebt op de vergoeding voor coulancerente.

Let op!

Een verzoek om coulancerente kun je indienen via een formulier dat je kunt downloaden van de site van de Belastingdienst. Zoek op de term ‘verzoek coulancerente’.

Tip:

Het percentage coulancerente bedraagt voor de inkomstenbelasting nu 4% en voor de vennootschapsbelasting 8%.

17. Lage btw? Factureer vooruit!

Het lage btw-tarief gaat per 1 januari 2019 omhoog, van 6 naar 9%. De verhoging betreft met name levensmiddelen, de kapper, de fietsenmaker, boeken, tijdschriften, bloemen, planten, werkzaamheden aan woningen die ouder zijn dan 2 jaar, culturele uitvoeringen, kamperen, logies, sportactiviteiten en personenvervoer.

Het kabinet heeft bekendgemaakt dat er over de verhoging van de btw geen naheffing wordt berekend als de betreffende goederen en diensten in 2018 al worden betaald maar pas in 2019 worden geleverd. Lever je aan ondernemers, dan ben je verplicht om een factuur te verstrekken. Als je in 2018 factureert maar de betaling pas in 2019 ontvangt, mag je toch het 6%-tarief toepassen. Deze mogelijkheid geldt niet bij prestaties die je levert aan particulieren, ongeacht of je wel of niet een factuur verstrekt.

Tip:

Dit biedt bijvoorbeeld schilders de mogelijkheid om nu al diensten in rekening te brengen tegen het lage btw-tarief en deze pas in 2019 uit te voeren. Bij particulieren is het dan wel van belang dat de factuur al in 2018 betaald is.

Let op!

Houd rekening met de btw-wijziging in offertes die betrekking hebben op de periode na 2018. Hierin moet je voor genoemde goederen en diensten dus rekenen met 9% btw.

18. Vraag btw op oninbare vordering terug

Bij kwijtschelding of wanbetaling van een factuur door een van je afnemers, kun je de al in rekening gebrachte en afgedragen btw terugkrijgen. Het moet dan duidelijk zijn dat je afnemer niet gaat betalen, zoals bij een faillissement. Soms is zelfs al eerder duidelijk dat je niet meer op de betaling hoeft te rekenen.

Tip:

Als een vordering één jaar na opeisbaarheid nog niet is betaald, kun je de btw in ieder geval terugvragen.

Let op!

De btw op de vordering kan in de reguliere aangifte worden teruggevraagd in het tijdvak waarin de vordering oninbaar is gebleken.

Meer weten?

Wil je meer weten over deze eindejaarstips voor belastingplichtigen? Vul het contactformulier in of neem contact op met Kees van Laarhoven.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Door: Kees van Laarhoven

Datum: 19-12-2018

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier je mening. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.